'We liggen maar geld te verliezen'

IJsgang houdt een deel van de binnenvaart aan wal. Voor de meeste schippers betekent dat geen inkomen. “Water is een natuurprodukt en rivieren zijn geen snelwegen van beton.”

VREESWIJK, 31 JAN. Schipper G.C. van der Laan (51) wil er niet dramatisch over doen. Sinds vorige week dinsdag ligt hij met zijn zandschuit 'Rosza Marie' (824 ton) vast in het Merwedekanaal te Vreeswijk, maar het vorstverlet maakt hem verre van treurig. “Natuurlijk, leuk is anders, je hebt tenslotte geen inkomsten, maar je moet zo'n strenge winter permanent incalculeren, anders ben je een slecht ondernemer. Dat heb ik van mijn vader geleerd, negentig jaar en nog altijd schipper in hart en nieren.”

Oud-Vreeswijk heet de plek, dorp aan de Lek en onderdeel van de groeigemeente Nieuwegein. Men vindt er diverse historische panden, een ophaalbrug en een voormalig sluiswachterhuisje, dat onderdak biedt aan 'Herensalon Sjaak'. Op de Lek vaart de tanker 'Lifana' voorbij, richting Beatrixsluis. In het dorp, aan de kade, zijn diverse binnenschepen ingevroren. Op de 'Nieuwe Zorg' is niemand aan boord, op de 'Rosza Marie' zitten Van der Laan en zijn vrouw aan de uitsmijter.

Ze halen zand uit de Maas bij Roermond en net over de grens in Duitsland voor transport naar steden als Dordrecht, Tiel en Oss. Vorige week kwam er tijdelijk de klad in en stoomden ze op naar Vreeswijk, waar een van hun kinderen woont. “Geen reden voor paniek”, vindt Van der Laan. “Water is nu eenmaal een natuurprodukt en dus zijn rivieren en kanalen niet te vergelijken met snelwegen van beton. Wie verstandig is, rekent per jaar op twee maanden improduktief. Bouwvakvakantie, reparaties en dan de kans op uitvriezen. Niets bijzonders. Vroeger gingen schippers al met Kerstmis voor anker om pas eind februari weer uit te varen.”

Achter hem ligt het zand- en grindschip 'Tribo-Gamma'. Schipper Adriaanse is er niet, die werkt aan een pasgekocht huis in Nieuwegein. Zijn vrouw zit met haar moeder in de kajuit. “Ach, we zijn zetschippers voor een grote firma, dus onze verdiensten gaan door, al is het op een lager pitje, omdat de vaarpremie wegvalt. Maar we mogen niet klagen, dat huis moet ook af en onze kinderen zitten hier op het internaat, dat kwam dus extra goed uit.”

Marinus Mourik (45) uit Ouderkerk aan de IJssel heeft het gedwongen vorstverlet benut om zijn zandschip 'Variatie' (ruim 1.200 ton) af te meren bij het Vreeswijkse werfje Buitenweg. In de slaapkamer wordt hard gewerkt aan een nieuwe betimmering met royaal gebruik van een roesverwekkende lijmsoort. “Voor zo'n klus lig je normaal niet stil, maar nu kon het even.” Hij spreekt niettemin van een “behoorlijke schadepost”. “Geen inkomsten, terwijl de uitgaven oplopen. Dat kan aardig doortikken als de vorst aanhoudt. En stel dat het zondag gaat dooien, dan duurt het nòg vier dagen voor we hier weg kunnen.”

Een kilometer of tien stroomafwaarts, aan de andere kant van de Lek bij Ameide, liggen twee schepen vastgevroren: de 'Arma' en de 'Vertrouwen' van vader en zoon Arie Westerhout. De boten worden beurtelings gebruikt voor transport van veevoedergrondstoffen uit de Amsterdamse haven naar fabrieken in Brabant, maar sinds ruim een week leveren ze geen cent op. “De kans op schade door ijsgang is veel te groot”, zegt senior van 71. “Als het mis gaat met de schroef of de koppeling, dan zeg je: hadden we het maar nooit gedaan, want de verzekering dekt lang niet alles, we dragen een hoog eigen risico.”

Ze tobben al met lekkage in de machinekamer van de 'Arma', veroorzaakt door een ijsschots. Ze zouden hoognodig naar de werf in Werkendam moeten, maar durven niet uit angst voor nog meer 'trammelant'. Westerhout junior (33): “Dus liggen we hier maar geld te verliezen. Een bouwvakker met vorstverlet verdient gewoon door, maar voor ons, schippers, bestaat nergens een potje. Vorig jaar konden we ook al niet weg door het hoge water.”

Midden op de Lek gaat de vaart moeizaam door. Het zijn vooral tankers die de rivier op- en afvaren en zo de 'olieroute' tussen enerzijds de Botlek en anderzijds Amsterdam en het noorden des lands (via het IJsselmeer) onderhouden. De Lek is daarin een belangrijke schakel. Vader en zoon Westerhout zien de bedrijvigheid met enige afgunst aan, maar ze snappen het wel: “Ze willen de oliedepots zo lang mogelijk bevoorraden, dus moeten de tankers door, ijs of geen ijs.”

Door dit alles is de Beatrixsluis bij Vreeswijk, die toegang geeft tot Lekkanaal en vervolgens Amsterdam-Rijnkanaal, tot berstens toe gevuld. Verderop, in de Irenesluis ter hoogte van Wijk bij Duurstede, is de drukte aanzienlijk minder. Het Amsterdam-Rijnkanaal kruist hier de Lek, maar de ijsgang is er zo zwaar, dat de vaart grotendeels stil kwam te liggen. Angst voor schade aan schroeven en scheepsromp is voor de meeste schippers een sterk argument om aan de wal te blijven.

Bovendien zijn de sluisdeuren door de opeenhoping van schotsen moeilijk open en dicht te krijgen. Schutten duurt hier normaal een half uur, nu meer dan een uur. In de diepte van de geweldige sluiskolk liggen 's middags maar vijf schepen, waaronder de Prinses Christina van de Vakopleiding Rijn- en Binnenvaart. “Dan leren die ook eens wat ijs betekent”, zegt er een aan de wal.