Voetbalanalfabetisme speelt African Cup parten

KAAPSTAD, 31 JAN. George Weah was als Pavarotti voor een lege zaal. 's Werelds beste voetballer, gewend aan het decor van een volgepakt San Siro, speelde de afgelopen weken als spits van het Liberiaanse elftal tijdens de African Cup of Nations voor tribunes zonder publiek. Ook de oogstrelende doelpunten van Kalusha en Yeboahs venijn in het strafschopgebied waren parels voor de zwijnen. Zuid-Afrika mocht voor de eerste keer het belangrijkste voetbalevenement van Afrika organiseren, maar de toeschouwers bleven weg.

Misschien toont het toernooi om de Afrikaanse beker voor landenteams de toekomst van het voetbal: niet voor de tribune, maar voor de televisie. Weah, in de voorronde met Liberia uitgeschakeld, kritiseerde vooral het Zuidafrikaanse voetbalpubliek. Zuidafrikanen zijn voetbalanalfabeten, alleen geïnteresseerd in hun eigen nationale elftal, vond de aanvaller van AC Milan. Voor Weah was het toernooi alleen geslaagd omdat hij met president Nelson Mandela op de foto mocht.

Zuid-Afrika ziet het toernooi als een opstapje tot het grote werk: het eerste wereldkampioenschap voetbal op Afrikaanse bodem in 2006. Maar uitgestorven stadions, waarin de echo van de aanwijzingen der trainers hol klinkt, lijken geen aanbeveling voor Zuid-Afrika's kandidatuur. Bij sommige wedstrijden kwamen niet meer dan een paar honderd mensen opdagen. Alleen de wedstrijden van Zuid-Afrika zelf trokken tussen de 40.000 en 80.000 toeschouwers.

De voetbalbonzen van Zuid-Afrika dragen argumenten aan voor de povere toeschouwersaantallen die wel en niet met voetbal te maken hebben. Door het jarenlange isolement van het land vanwege de sportsancties weten de fans weinig van het voetbal over de grenzen. Onder de zwarte bevolking, waar voetbal het sterkst leeft, zijn de clubsentimenten heftiger dan de steun voor Bafana Bafana (Onze Jongens), het nationale elftal.

Factoren buiten het voetbal wegen nog zwaarder, meent Solomon Morewa, die als voorzitter van de Zuidafrikaanse voetbalbond de spil van het organisatiecomité is. “Dit bewijst dat Zuid-Afrika de Eerste en Derde Wereld in zich verenigt. De voetbalfans die werk hebben, verdienen geen geweldige salarissen. Maar de meeste fans zijn werkloos en hebben geen geld.”

De kaartjes bij competitiewedstrijden kosten tien rand (4,50 gulden). Bij de African Cup of Nations kosten ze het dubbele. In een land met 35 procent werklozen en geen uitkeringen moet dat wel tot lege stadions leiden. In andere Afrikaanse landen, waar ook armoede heerst, werden stadions in het verleden wel opgevuld met militairen die ruim voorradig waren. Even was er sprake van dat de Zuidafrikaanse organisatie duizenden schoolkinderen zou halen om de lege plekken op te vullen, maar Morewa wees het af. “Daar had ik geen zin in. Dit is een serieus toernooi”. Volgens de voorzitter had het organisatiecomité rekening gehouden met een bescheiden opkomst. Het bezoekersaantal ligt na de kwartfinales twaalf procent boven de begroting, en Morewa verwacht dat de halve finales (Zuid-Afrika-Ghana en Zambia-Tunesië) vanavond veel mensen zullen trekken.

Morewa gelooft niet dat de lege tribunes Zuid-Afrika's kansen voor het WK in 2006 aantasten. Zuidafrikanen mogen dan niet warmlopen voor de wedstrijd Burkina Fasso-Sierra Leone, bij de oefenwedstrijd van het Zuidafrikaanse elftal tegen West-Duitsland zat vorige maand het stadion vol. “Je mag de African Cup en het wereldkampioenschap nooit met elkaar vergelijken. Dan komen de topteams van de wereld, die bovendien allemaal hun eigen supporters meenemen. Kijk naar het WK in de Verenigde Staten: alle stadions zaten vol, terwijl er tevoren zo veel pessimistische verhalen waren verschenen”.

De voorzitter twijfelt er niet aan dat Zuid-Afrika zich na de African Cup kan opmaken voor de WK. “Afrika zal heel boos zijn als wij het WK van 2006 niet krijgen. Ik was onlangs bij een privé-ontmoeting van president Mandela met Havelange (de voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA, red.) Havelange was heel emotioneel. Hij zei: 'Mijnheer de president, dood of levend, ik zal u het grootste geschenk geven dat ik u kan geven, de Wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika'. We krijgen het dus”.

    • Peter ter Horst