Vier moslims, twee Kroaten; Regering van 'experts' treedt aan in Bosnië

SARAJEVO, 31 JAN. Bosnië heeft sinds gisteren een nieuwe centrale regering onder leiding van Hasan Muratovic. Vandaag moet ook de moslim-Kroatische federatie een nieuwe regering krijgen.

De Bosnische regering bestaat uit vijf ministers met en één zonder portefeuille. Vier van de ministers zijn moslims, twee zijn Kroaten. De regering moet in functie blijven tot de verkiezingen van september. Na die verkiezingen moeten ook de Bosnische Serviërs in de centrale regering worden vertegenwoordigd, met eenderde van het aantal ministersposten.

De nieuwe regering wordt in Sarajevo omschreven als een kabinet van experts en technocraten. Maar waarnemers in de Bosnische hoofdstad wezen er gisteren op dat diverse ministers een nationalistische achtergrond hebben. Dat geldt volgens hen vooral voor Nudzeim Recica, minister voor vluchtelingenzaken, die bekend staat als een 'harde' moslim, en voor de Kroaat Jandranko Prlic, minister van Buitenlandse Zaken, die premier is geweest van de eenzijdig door de Bosnische Kroaten uitgeroepen 'Republiek Herceg-Bosna'. Prlic, die vice-premier en minister van Defensie van Bosnië was in het vorige kabinet van premier Haris Silajdzic, heeft laten weten dat hij de Kroatische stem in de centrale regering luider wil laten klinken. Volgens hem hebben tot nu toe alleen de moslims namens Bosnië gesproken.

De tweede Kroatische minister in de centrale regering van Bosnië is de econoom Neven Tomic, voormalig minister van Financiën. Hij is nu minister van Buitenlandse Handel en Communicatie.

De centrale Bosnische regering is verantwoordelijk voor het buitenlands beleid, justitie en buitenlandse handel. De andere bevoegdheden vallen toe aan de regeringen van de twee territoriale entiteiten waaruit Bosnië bestaat, de moslim-Kroatische federatie en de 'Servische Republiek'.

Premier Muratovic, die gisteren de steun kreeg van 95 van de 108 parlementariërs, zei dat “de dappere volkeren van Bosnië-Herzegovina zich hebben verdedigd tegen de Servische barbarij”, maar dat ze daarmee “nog niet vrij zijn”. “Er is nog veel tijd nodig voordat onze burgers weer een normaal leven hebben, het leven dat wordt geleefd in de wereld waartoe we willen behoren”. Volgens Muratovic bestaat het oorlogsgevaar nog steeds.

Gisteren werd ook een internationale commissie gevormd die toezicht moet houden op de verkiezingen van september. Van de zeven leden vertegenwoordigen er drie de Bosnische partijen. De vier andere leden zijn afkomstig uit de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië en Duitsland.

Nikola Koljevic, vice-president van de 'Servische Republiek' in Bosnië, heeft gisteren Sarajevo bezocht voor een gesprek met Kresimir Zubak, de leider van de Bosnische Kroaten. Koljevic is de hoogste Bosnische Serviër die Sarajevo bezocht sinds het begin van de oorlog, bijna vier jaar geleden. Hij zei zich “raar en nostalgisch” te voelen in moslim-Sarajevo. Zijn besprekingen met Zubak gingen over de komende verkiezingen en vertrouwenwekkende maatregelen. De sfeer werd na afloop door een Westerse bemiddelaar omschreven als “buitengewoon positief”. Een voorgenomen ontmoeting van Koljevic met de Bosnische vice-president Ejup Ganic ging niet door. Ganic zei wegens de zitting van het parlement geen tijd te hebben.