Tweede Kamer tegen koudetoeslag minima

DEN HAAG, 31 JAN. Er komt dit jaar geen koudetoeslag voor de minima. Een meerderheid van de Tweede Kamer bleek gisteren tegen dit voorstel van de Ouderen Unie 55+ te zijn.

Het enige Kamerlid van deze partij, Leerkes, deed de suggestie nog dit voorjaar de minima een eenmalige toeslag van 100 tot 150 gulden te geven. Minister Melkert (Sociale Zaken) wees dergelijke regelingen op centraal niveau af. Volgens de bewindsman is de bijzondere bijstand het aangewezen middel om in individuele gevallen minima die door de kou in financiële problemen komen, te steunen.

Gemeenten bepalen of en voor wie er reden bestaat bijzondere bijstand uit te keren. Sociale diensten voeren deze regeling uit. Zij is echter niet alleen bestemd voor uitkeringsgerechtigden, maar ook voor andere minima, zoals AOW'ers.

De minister herinnerde eraan dat, anders dan vroeger, de gemeenten een grote vrijheid hebben bij de uitvoering van de bijzondere bijstand. Ze hoeven sinds dit jaar ook geen 'drempel' meer te hanteren bij het toekennen hiervan. Vorig jaar gold nog als regel dat de extra uitgaven waarvoor minima zich zagen gesteld, ten minste 186 gulden per jaar moesten bedragen.

Hoewel Leerkes onder meer de gestegen prijzen voor prei en ijsbergsla als argument voor een koudetoeslag aanvoerde, kreeg zijn suggestie slechts de steun van GroenLinks en enkele kleinere fracties. Het CDA noemde het voorstel van Leerkes “sympathiek”, zonder duidelijk te maken of het er helemaal achter staat. De PvdA-fractie, die in het verleden in perioden van barre weersomstandigheden voor een eenmalige toeslag placht te zijn, volgde de voorkeur van haar partijgenoot, minister Melkert.

Het Kamerlid Van Zijl van de PvdA noemde de bijzondere bijstand de beste methode voor een vergoeding van de financiële schade die de minima door de kou oplopen.

“Wij geven het geld liever aan degenen die het echt nodig hebben, en dan liefst wat meer, dan een paar tientjes voor iedereen.” Melkert wees er nog op dat de gemeenten per jaar zo'n 150 miljoen gulden overhouden van het budget dat voor bijzondere bijstand is bedoeld.