Top van Justitie komt gauw weer onder vuur te liggen

DEN HAAG, 31 JAN. Het ministerie van Justitie ligt onder vuur. Publikatie van het rapport-Van Traa zal Justitie morgen opnieuw in de schijnwerpers brengen. De contouren van een crisis kwamen vorig jaar al schrijnend in beeld.

Vorig jaar november kwam in de Tweede Kamer de ambtelijke top van het departement in zwaar weer terecht. Of minister Sorgdrager en staatssecretaris Schmitz wel genoeg kwaliteit om zich heen hadden in deze moeilijke tijden, wilde de Kamer weten. Met haar hoogste ambtenaar, secretaris-generaal J. Suyver, recht tegenover zich in de ambtenarenloge van de Kamer, antwoordde de minister niet direct. Zij deelde de parlementaire zorgen, maar overwoog “voorlopig” nog geen personele maatregelen.

Een maand later, enkele dagen voor Kerstmis, maakte Justitie het vertrek van Suyver bekend. Het offeren van haar hoogste ambtenaar was voor Sorgdrager onvermijdelijk geworden. “Suyver is geslachtofferd”, zegt een ingewijde. “Het was allang duidelijk dat er iets moest gebeuren. Hij sprak al maanden nauwelijks meer in de bestuursraad van het ministerie. Met de zaak-Van Randwijck was er een aanleiding.” Suyver werd verantwoordelijk gesteld voor de binnen en buiten Den Haag fel bekritiseerde gouden handdruk voor de Amsterdamse procureur-generaal, een affaire die Sorgdrager bijna haar politieke loopbaan kostte. Voor de buitenwereld leek de zaak een uit de hand gelopen incident, binnen het departement gonsde het al veel langer over een vertrouwensbreuk tussen de minister en haar topambtenaar.

De zaak-Van Randwijck bevatte alle ingrediënten die zo typerend lijken voor de laatste jaren van het bijna twee eeuwen oude ministerie van Justitie. De kiem lag in de IRT-affaire, de afwikkeling ging gepaard met het lekken van de meest vertrouwelijke informatie, onderlinge ruzies en een competentiestrijd in de top van een instantie die wordt gereorganiseerd. Gevolg: beschadiging van een aantal ambtenaren, de minister en - niet in de laatste plaats - het toch al verbleekte imago van het departement zelf.

Zo stil als het departement tot in de jaren tachtig kon opereren, zo rumoerig werd het aan het begin van de jaren negentig. Een bijna constante stroom van negatieve berichten schiep het beeld van een ministerie dat criminelen niet achter de tralies kon krijgen, maar naar huis moest sturen wegens een gebrek aan cellen. Asielzoekers werden soms jaren in onzekerheid gehouden door een onprofessioneel functionerende dienst vreemdelingenzaken. Politie en justitie bedienden zich van ontoelaatbare opsporingsmethoden. Wetgevingsadviezen drongen onvoldoende door tot de minister.

Pagina 6: Ambtenaren wachten gelaten 'Van Traa' af

Inbraken in Justitiegebouwen, bij kranten gedeponeerde floppy's en gevangenissleutels; voor minister Sorgdrager en staatssecretaris Schmitz betekent elk nieuw incident een nieuwe wandeling van de Schedeldoekshaven naar het Binnenhof, om op dinsdagmiddag verweer te voeren.

“Je durft tegenwoordig bijna niet meer te zeggen dat je voor Justitie werkt”, zegt een ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), een van de buitendiensten van het departement. “Justitie staat voor veel mensen gelijk aan crisis.” Een Kamerlid noemt het ministerie de “chaos ten top”. “De ellende zal nog tot aan de zomer doorgaan. Dan wordt het puinruimen. Het is de vraag welke topambtenaar zich nog in de “slangenkuil” wil begeven, zegt hij over de opvolging van Suyver.

Al maanden leven ambtenaren met de vrees dat hun telefoon wordt afgeluisterd. Inkomende telefoontjes op het departement worden opgenomen, om eventuele bommeldingen te kunnen traceren, zo heet het. Dat gebeurt ook op een aantal andere ministeries. Maar wie iets wil van een ambtenaar belt liever diens privénummer. “Ik stel geen inhoudelijke vragen meer als ik naar het departement bel”, zegt een politicus. Naar buiten wordt nauwelijks gesproken over de reorganisatie van het ministerie of over de gevolgen van de parlementaire enquête. Wie wel wil praten, van hoog tot laag, doet dat als anonimiteit wordt gewaarborgd.

Morgen, als de commissie-Van Traa haar rapport presenteert, zal de publiciteit opnieuw negatief zijn, zo wordt gevreesd. De hoogste ambtenaren wachten gelaten af. Behalve 'Van Traa' hangt er nóg een rapport als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. De topstructuur van het ministerie, waaronder de bestuursraad - waarvan Suyver nog steeds voorzitter is - wordt op verzoek van Sorgdrager onderzocht door een extern organisatiebureau. In februari volgt de uitslag.

Een van de problemen waarmee de bewindslieden te maken hebben is van oudsher een gebrek aan maatschappelijke binding van het departement, zo analyseert iemand uit de omgeving van Sorgdrager. “Er zijn weinig mensen vanuit het openbaar ministerie of de rechterlijke macht die op het ministerie zijn gedetacheerd. Mede daardoor weet men niet wat er in het land speelt, waar men precies geld voor nodig had. Dat breekt Justitie nu op.”

Met weemoed denken veel werknemers terug aan de dagen van secretaris-generaal G. van Dinter. Hij ging een kleine twee jaar geleden met pensioen. Van Dinter ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. De maatschappij, en daarmee de politiek, heeft de realiteit jarenlang niet onder ogen willen zien. “Cellen waren overbodig, ze werden afgebroken. Drugs waren er nog nauwelijks. Men ging uit van het goede in de mens. Juristen, wetenschappers, concentreerden zich op de rechten van de verdachte. Dat kwam vanaf het einde van de jaren tachtig allemaal op Justitie af.”

Het criminaliteitsbeeld veranderde in de tweede helft van de jaren tachtig drastisch. En de politiek reageerde te laat, zei oud-minister Hirsch Ballin onlangs in de Haagse Courant. Er was altijd te weinig geld voor zijn departement. “Justitie was zó deftig dat er tijdens de begrotingsonderhandelingen niet om geld werd gevraagd”, zei PvdA'er Kosto in het voorjaar van 1994 toen hij - dankzij de IRT-affaire - korte tijd minister van justitie was. Maar ook als er wel om werd gevraagd kwam er niet genoeg, zegt Van Dinter nu. “Als de dienst Vreemdelingenzaken door de aanwas van het aantal asielzoekers honderd miljoen meer moest hebben, moest het departement twintig miljoen zelf ophoesten. Een probleem werd altijd net niet opgelost.”

De dienst Vreemdelingenzaken, inmiddels omgedoopt tot IND, werd op Justitie een 'hoofdpijnportefeuille' genoemd. Staatssecretaris Schmitz lijkt hiermee inmiddels in rustiger vaarwater gekomen sinds de opening van twee speciale aanmeldcentra aan de landsgrenzen de toestroom van asielzoekers heeft ingedamd. Intern rommelde het lange tijd. Directeur H. Nawijn riep zijn ambtenaren vorig jaar nog op tot solidariteit met hun werkgever, nadat zijn dienst in de media onder vuur was komen te liggen. De verdubbeling van het aantal vluchtelingen noopte het agentschap ertoe uitzendkrachten in te zetten bij de toch al ingewikkelde asielprocedure. Ondanks een uitbreiding van het aantal medewerkers wees een tweetal rapporten vorig jaar nog uit dat de procedure er niet korter op was geworden. Integendeel. Bovendien trekken zelfs ambtenaren nog steeds de zorgvuldigheid van de procedure in twijfel. “Bij sommige kantoren is het een chaos. Dossiers blijven maanden in de kast liggen of worden ongezien geparafeerd”, zegt een oud-medewerker. “Bij de IND tellen alleen de cijfers.”

Die cijfermatige aanpak werd gecultiveerd in het begin van de jaren negentig, toen onder leiding van Van Dinter een grootscheepse reorganisatie van het ministerie werd ingezet. Planning en control, output en gesplitste budgetten werden de sleutelwoorden. Justitie moest bedrijfsmatiger gaan werken en resultaten zichtbaar maken. De uitvoerende diensten, zoals de IND en het gevangeniswezen, werden losgekoppeld van het beleidsdepartement. “De wetgevers op Justitie dachten er niet bij na of een wet uitvoerbaar was”, zegt Van Dinter over de beweegredenen van de reorganisatie. “Als dat niet het geval was, lag het aan de uitvoerders. Ambtenaren werkten niet samen, ieder werkte voor zich.”

Maar de reorganisatie wekte onrust onder de 20.000 werknemers. In het najaar van 1994 gaf Van Dinters opvolger, Suyver, het groene licht voor de reorganisatie, hoewel er een negatief advies lag van de adviesbureaus Twijnstra Gudde en Berenschot. Zij noemden de plannen “onverantwoord”. Niemand kon de onderzoekers vertellen waar de reorganisatie toe zou leiden. Toch zetten Suyver en de fris aangetreden minister Sorgdrager door. In een vergadering in het Kurhaus meldde Suyver een week na het verschijnen van het advies aan zijn directeuren dat “de ontwerpfase van de reorganisatie tot een goed einde” was gebracht.

De reorganisatiedrang beperkte zich niet tot het ministerie. Tegelijkertijd werden de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht aangepakt. De sfeer tussen departement en de instanties werd er niet beter op. Zo ontstak de Kring van Kantonrechters afgelopen zomer in woede nadat hun voorzitter van ambtenaren te horen had gekregen dat de opheffing van de 61 kantongerechten “toch wel zou doorgaan”, hoewel het parlement de plannen nog niet eens had gezien.

Dergelijke frustraties groeiden ook bij de politie en het openbaar ministerie. Minister Sorgdrager zocht daarom vooral in die hoek naar de oorzaken van de lekken die zij maar niet wist te dichten. Ironisch genoeg lekte vorig jaar zelfs een brief uit waarin Sorgdrager de korpsbeheerders vroeg te stoppen met het lekken van vertrouwelijke informatie. “Het is een feit dat een reorganisatie op sommige punten pijn doet en dat mensen hierdoor in frustratie raken”, verklaarde zij in november in de Tweede Kamer.

De frustraties en de incidenten rondom de IRT-affaire maakten de positie van Sorgdrager en Schmitz er niet gemakkelijker op. Mede door hun onervarenheid kregen zij te weinig vat op de organisatie, zegt een insider. “Iemand die bekend is in Den Haag, zoals Wolffensperger, zou het wel redden. Hij kent voldoende mensen op het ministerie om over de hoofden van de directeuren-generaal te springen.” Ook in het kabinet heeft de minister te weinig klaargespeeld, zo luidt een veelgehoorde klacht. “Er is te weinig geld binnengehaald. Voor de reorganisatie van het openbaar ministerie, voor de rechterlijke macht, voor het gevangeniswezen. Daarnaast is de zeggenschap over de politie geruisloos overgegaan naar Binnenlandse Zaken. Dat steekt bij Justitie.”

Ten slotte kwam Sorgdragers eigen integriteit op het spel te staan tijdens de verhoren van de enquêtecommissie. Volgens de Haagse hoofdofficier Blok was Sorgdrager als procureur-generaal in 1994 al op de hoogte van de doorlevering van harddrugs, onder het toeziend oog van de politie. Zij ontkende dat. Het rapport-Van Traa zal geen uitsluitsel geven over de tegenstrijdige verklaringen, voorspelde Sorgdrager afgelopen weekeinde. Het rapport-Van Traa moet morgen uitwijzen hoe sterk de positie van de minister is.