Strijd over herbouw van afgebrand Venetiaans theater

ROME, 31 JAN. Achter de geblakerde neo-classicistische marmeren façade van de Venetiaanse opera smeult en sist het. Door de kapotte ramen heen schijnt de blauwe lucht. Brandweerlieden zijn bezig met nablussen terwijl omstanders verslagen toekijken.

Van het theater La Fenice, beroemd wegens zijn schitterende akoestiek en zijn weelderige, barokke interieur, staan alleen de muren nog overeind. De foyer en de zaal met de loges zijn volledig uitgebrand.

Het bladgoud, het rijke pleisterwerk, de schilderijen, het pluche, alles is verdwenen. Ook een deel van de archieven is verbrand. Maandagnacht is twee eeuwen muziekgeschiedenis in rook opgegaan.

Maar terwijl het vuur nog smeulde is de wederopbouw van het gebouw in gang gezet. Aangemoedigd door de financiële en morele steun die van alle kanten is toegezegd, zei burgemeester Massimo Cacciari te hopen dat geld geen probleem zal zijn. “Het echte probleem is meteen te beginnen,” zei Cacciari. “We moeten zowel de wereld als onszelf laten zien dat we tegenover zo'n grote ramp in staat zijn de geschillen bij te leggen.”

Cacciari wilde geen cijfers noemen. De schattingen van de schade variëren van tweehonderd miljoen tot vijfhonderd miljoen gulden. Het gebouw is voor 25 miljoen gulden verzekerd tegen brand. Het Italiaanse kabinet heeft gisteren twintig miljoen gulden als eerste hulp beschikbaar gesteld.

Overal in Italië en in de wereld wordt geld ingezameld voor de wederopbouw van La Fenice. De tenor Luciano Pavarotti wil gratis komen zingen op het plein van San Marco. Ook de Unesco, de Europese Commissie en het Filmfestival van Cannes hebben al steun toegezegd. Verwacht wordt dat vooral uit de Verenigde Staten veel hulp komt.

De opera was tijdelijk dicht voor een restauratie die voor een belangrijk deel is betaald met Amerikaans geld.

Minister van cultuur Antonio Paolucci is gisteren naar Venetië gevlogen om te overleggen over wederopbouw. “Het symbool van het theater, de feniks, is een belofte van wedergeboorte na de dood,” zei Paolucci. Regiobestuurder Cesare Campa zei dat de opera zal worden herbouwd “zoals hij was, op de plaats waar hij was en, hoewel ik denk dat het moeilijk zal zijn, beter dan hij was. Maar zeker met betere veiligheidsvoorzieningen.”

De meeste architecten en muziekliefhebbers pleiten ervoor het gebouw in zijn oude glorie te herstellen. Maar welke oude glorie? La Fenice opende in 1792, in de nadagen van de Venetiaanse republiek, op de plaats van een twintig jaar daarvoor afgebrand theater. Het ontwerp was van architect Giovanni Antonio Stella.

Maar nadat het gebouw in 1836 vrijwel volledig was uitgebrand, werd in het interieur de oorspronkelijke neoclassicistische stijl van Stella vervangen door een meer barokke stijl. De architect Paolo Portoghesi pleit er daarom voor niet La Fenice te herstellen in de gedaante die het had toen daar maandagavond brand uitbrak, maar volgens het oorspronkelijke ontwerp van Stella.

Terwijl deze polemiek langzaam aantrekt, is een andere al in volle gang. Van veel kanten wordt het gebrek aan veiligheidsmaatregelen bekritiseerd. De opera bleek maar één bewaker te hebben.

Burgemeester Cacciari vertelde dat het oude brandbeveiligingssysteem was uitgeschakeld om een nieuwe en betere installatie aan te leggen. Vermoed wordt dat kortsluiting de oorzaak van de brand is, mogelijk juist op de plaats waar het nieuwe systeem werd aangelegd.

De brand in Venetië roept herinneringen op aan de brand die in 1991 het beroemde operatheater Petruzzelli in Bari verwoestte. Later deze maand begint een proces tegen de voormalige directeur daarvan, die wordt beschuldigd van brandstichting, in samenwerking met lokale mafiabendes.

Hij wilde het geld van de verzekering gebruiken om zijn exploitatieschulden af te betalen. Bij de brand in La Fenice is er geen enkele aanwijzing voor boze opzet.

Burgemeester Cacciari zei dat 'de ironie van het lot' wilde dat twee kanalen in de directe omgeving van La Fenice waren drooggelegd, voor onderhoud en schoonmaak, juist om het operagebouw beter toegankelijk te maken in geval van brand. Nu plaatste dat de brandweer voor extra problemen.

Het water moest van verder worden gepompt, waardoor er minder druk op stond en de stralen minder hoog kwamen.

De brandweer heeft negen uur tegen de fel uitslaande vlammen gevochten, maar stond er vrijwel machteloos tegen. Het hoofd van de Venetiaanse brandweer, Alfio Pini, waarschuwde voor het enorme brandgevaar in zijn stad.

“Deze stad is bijna helemaal van hout gemaakt,” zei Pini. “Het is een stad waar je je alleen maar via de kanalen kan verplaatsen, en die zijn soms bevaarbaar en soms niet.” Burgemeester Cacciari zei dat het enige pluspuntje was dat de brandweer heeft weten te voorkomen dat het vuur oversloeg naar de huizen ernaast, vaak maar een paar meter verder.

    • Marc Leijendekker