Publieke opinie is belangrijke factor bij milieubeleid van ondernemers

Milieuzorg bij de koninklijke luchtmacht en de industrie, een onderzoek naar de integratie van milieu-aspecten in strategische besluitvormingsprocessen. Door Jan Jaap Bouma. Uitg. Erasmus Universiteit, Rotterdam. ƒ 50,-

The incorporation of environmental elements in strategic decision making processes in industry, Government-corporate interaction from a business perspective. Door Frank Neumann. Uitg. Erasmus Universiteit, Rotterdam. ƒ 50,-

Beheersen of beïnvloeden. De respons van bedrijven op milieuproblemen. Het belang van de omgeving. Door Anja de Groene. Uitg. Boekhandel Fanoy, Middelburg. ƒ 49,50

Er gaat veel fout, maar toch doen de meeste ondernemingen hun best serieus milieubeleid op te zetten. Dit blijkt uit drie proefschriften over milieuzorgsystemen die onlangs in Nederland zijn verschenen. De promovendi geven een gematigd positief oordeel over de milieumaatregelen van bedrijven.

In Beheersen of beïnvloeden. De respons van bedrijven op milieuproblemen. Het belang van de omgeving merkt Anja de Groene op dat milieuzorg veel sneller is geaccepteerd door ondernemingen dan bijvoorbeeld kwaliteitszorgsystemen of de Arbo-regelgeving. De druk van de publieke opinie en de overheidsregelgeving die daaruit voortkwam, zijn hiervoor waarschijnlijk de redenen. De Groene stelt dat bedrijven zelfs verplicht waren op overheidsregelgeving vooruit te lopen - niemand kan het zich nog veroorloven te lang met milieubelastende praktijken door te gaan.

De Brent Spar-affaire gebruikt zij dankbaar als voorbeeld om dit feit te illustreren. Het besluit over het afzinken van het olieplatform was bij Shell misschien in alle redelijkheid genomen en voldeed aan de plaatselijke (Britse) regelgeving. Het bedrijf had echter niet voldoende contact met de kritische publieke opinie. Het milieu mag dan minder hoog op de agenda staan, het publiek vraagt nog steeds om een verantwoord milieubeleid van bedrijven.

Het is dan ook niet vreemd dat de meeste bedrijven inmiddels een milieuzorgsysteem hebben, melden zowel De Groene als Jan Jaap Bouma. In het proefschrift van Bouma, Milieuzorg bij de koninklijke landmacht en de industrie, een onderzoek naar de integratie van milieu-aspecten in strategische besluitvormingsprocessen worden de mogelijkheden voor invoering van een milieuzorgsysteem beoordeeld aan de hand van een aantal case-studies. De uitkomst is niet verrassend. Net als elk ander modelmatig organisatiemiddel kan milieuzorg sturend werken en veranderingen oproepen. Voor het succes van een grondig milieubeleid is echter een mentaliteitsverandering nodig.

Om deze andere mentaliteit te bewerkstelligen, moet binnen een onderneming zoveel mogelijk overeenstemming bestaan over het nut van een zorgsysteem. Voor een mentaliteitsverandering is verder het besef belangrijk dat milieu een winstfactor kan zijn in plaats van een belemmering voor economische bedrijfsvoering. Want uiteindelijk dient milieubeleid bedrijfseconomische doeleinden en niet een of ander ideëel motief. Bouma plaatst eenvoudigweg de geijkte bedrijfsdoelen in milieuperspectief. Hij noemt onder andere het bevredigen van de (milieubewuste) doelgroepen waarop de organisatie zich richt, het streven naar kostenminimalisatie, het voldoen aan voorwaarden en wensen van kapitaalverschaffers en het naleven van (milieu)wetgeving.

In de drie proefschriften vormt de relatie tussen overheid en bedrijfsleven een constante. Allereerst klagen veel ondernemers over onkundige ambtenaren, ondoorzichtige besluitvorming en het ontbreken van een aanspreekpunt. Op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau bestaan regelgevende en controlerende instanties. Deze mengelmoes is voor bedrijven niet altijd goed te doorgronden. Daarnaast zijn de ambtenaren vaak onvoldoende op de hoogte. Ook voor hen is de milieuproblematiek relatief nieuw. Eén deskundig aanspreekpunt voor ondernemers zou veel frustratie voorkomen.

De communicatie met de overheid blijft dus lastig. Toch stellen ondernemers volgens De Groene dat zij de ambtenarij nodig hebben. Vooral wanneer een bedrijfstak niet in staat is convenanten af te sluiten, is het belangrijk dat maatregelen aan een gehele branche worden opgelegd. Anders zou een bedrijf zich uit de markt prijzen met milieumaatregelen die de concurrent achterwege laat.

Neumann wijst er in The Incorporation of environmental elements in strategic decision making processes in industry, Government-corporate interaction from a business perspective op dat de overheidsmaatregelen een gezond echo-effect kennen bij een aantal bedrijven. Zij nemen de regelgeving in zoveel mogelijk produktspecificaties op. Daardoor gaan de maatregelen gelden op plaatsen die nog niet direct aan de eisen voldoen. Ook proberen ondernemingen te anticiperen op mogelijk strengere regelgeving. Zo pogen zij het risico te beperken dat installaties te snel verouderen.

Neumann beschrijft het milieubeleid bij multinationals. Zijn belangrijkste conclusie luidt dat een milieuschakel in het middenmanagement van de internationaal opererende ondernemingen ontbreekt. Op het hoofdkantoor is vaak beleid ontwikkeld en in de produktievestiging loopt een milieucoördinator rond. De divisiedirectie wordt echter nog steeds op rendementscijfers afgerekend waarbij geen rekening wordt gehouden met milieubeslissingen.

De gecompliceerde structuur van multinationals kan voor kostbare misrekeningen zorgen, omdat de grote ondernemingen vaak te maken hebben met regelgeving die in elk land anders is. Zo wilde een Zweeds bedrijf nieuwe ketels plaatsen in een Nederlandse vestiging. De uiteindelijke beslissing werd in Finland genomen op basis van Zweedse milieurichtlijnen, waarna de order werd uitbesteed aan een Oostenrijks bedrijf dat zich aan Duitse wetgeving hield. Toen de ketels eenmaal in Nederland waren neergezet, kwam men er pas achter dat ze niet strookten met lokale milieu-eisen. De Nederlandse wet schrijft een röntgencheck op scheurtjes in de wand van de ketels voor, wat de onderneming meer dan een miljoen gulden extra kostte.

Om dit te voorkomen pleit Neumann, net als zijn beide collega's, voor integratie van het milieuzorgsysteem in de besluitvorming van bedrijven. Milieu moet worden geïntegreerd in het totale beleid waar het gaat om marketing, research en ontwikkeling en kwaliteitsbewakingsteams.

Dit integratieproces wordt bemoeilijkt door het feit dat bedrijven milieuzorg nog te veel zien in termen van overheidswetgeving waaraan voldaan moet worden ten nadele van het rendement. Ondernemingen moeten het milieu niet langer als kostenpost zien, maar als winstkans die hand in hand gaat met de overige doelstellingen van een bedrijf.

Dit pleidooi leidt bij Neumann tot een theoretisch voorstel dat een organisatiestructuur niet langer moet worden getekend als een matrix met vaststaande vakjes en lijntjes. In het vervolg moeten organisatieschema's worden uitgedrukt op video waardoor de dynamiek van een organisatie beter naar voren komt. Wanneer dit gebeurt, moet duidelijk worden dat veel beslissingen multidisciplinair zijn.

De drie proefschriften zijn zeer theoretisch en eigenlijk alleen geschikt voor milieufunctionarissen die een gedegen theoretische basis zoeken. Ze kunnen een serieus academisch opstapje vormen naar een geïntegreerd milieubeleid. Het paradoxale van deze door de promovendi gedeelde doelstelling is dat milieudeskundigen, die nu in bedrijven vaak goed werk verrichten, wellicht overbodig worden als managers en ingenieurs de milieuzorg in hun besluitvormingsproces meenemen.