OM tegen generaal pardon voor 'weigeryuppen'

ARNHEM, 31 JAN. Het openbaar ministerie voelt niets voor een generaal pardon voor zogenoemde 'weigeryuppen', nu staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) de opkomstplicht voor het leger vier maanden eerder heeft afgeschaft dan voorzien.

Volgens A. Besier, persofficier militaire zaken van de Arnhemse rechtbank, zullen de naar schatting achthonderd totaalweigeraars worden vervolgd. Ze lopen de kans een gevangenisstraf van zeven maanden te krijgen.

Besier zegt dat een deel van de weigeraars “alle geluk van de wereld” heeft door de maatregel van de staatssecretaris. “Dat zijn de jongelui die zich met alle middelen hebben verzet tegen hun dienstplicht, maar niet meer kunnen worden opgeroepen. Ze krijgen niet de kans hun delict te plegen. Hier is rechtsongelijkheid, werpen anderen ons voor de voeten. Maar dat is niet zo. Procederen is geen delict, dus blijven deze mensen buiten de greep van het OM.”

De 'weigeryups' worden veroordeeld op grond van artikel 139 van de wet militair strafrecht. “Alle procedures die deze mensen hebben gevoerd”, zegt Besier, “zijn in het niets verdwenen: of het ministerie van Defensie, of de rechtbank en daarna de Raad van State heeft ze afgewezen. Vervolgens meldden ze zich bij de poort van de Kolonel Palmkazerne in Bussum, waar ze in een speciaal peloton werden samengebracht. Volgde dan weer een weigering, dan leidde dat tot een proces verbaal.”

In totaal zijn circa 1500 jongens in Bussum opgeroepen, van wie er volgens Defensie ongeveer 150 zijn erkend als gewetensbezwaarden. Circa 150 weigeraars zijn afgekeurd of werden buitengewoon dienstplichtig.

Volgens Besier is er “geen sprake van ouderwetse principiële weigeraars”. “Die tijd is voorbij. Het gaat om mensen met allerlei privébelangen, om het geld of hun carrière”, zegt hij. “Ze voelen zich in het leger nutteloos. Anderen zeggen dat het oneerlijk is dat vrouwen niet in dienst hoeven.”

Sinds de herfst van 1992 pakt Defensie de weigeraars harder aan. De eerste helft van het vorige jaar is het OM veelvuldig geconfronteerd met weigeraars, die kort voor een zitting riepen dat ze zich hadden bedacht en tòch wilden opkomen. Besier: “Die mensen wisten dat de opkomstplicht op 1 april zou worden afgeschaft. Ze speculeerden er op dat ze die datum zouden halen en buiten schot zouden blijven. Defensie vult een lichting immers al een half jaar tevoren.” Daardoor is er, zegt Besier, sprake van “rechtsongelijkheid”. “In plaats van de weigeraars riep Defensie andere jongens op. Die werden de dupe. Het berechten van weigeraars is dus terecht.”

De laatste strafzaak van het OM tegen 'weigeryuppen' vond in juli van vorig jaar plaats. Daarna trad er volgens Besier “bewust een stilte in”. “We wachten op 1 maart, dan doet de Hoge Raad een belangrijke uitspraak. Alle zaken worden daar samen gebracht door de advocaat-generaal Fokkens.” Fokkens heeft de bezwaren van een aantal advocaten al verworpen. Hij adviseert de Hoge Raad de cassatieverzoeken ongegrond te verklaren.

Neemt de Hoge Raad dat advies over, dan gaat het OM meteen verder met de strafzaken. Besier: “De ruim 800 mensen die nog procederen komen niet alle bij ons terecht. Wij hebben ongeveer 450 zaken bij de rechtbank in Arnhem. Een aanzienlijk aantal wordt bij het gerechtshof verwerkt. De volgorde is als volgt: men procedeert bij ons, dan bij het gerechtshof, vervolgens bij de Hoge Raad.”

De Haagse advocaat B. Martens, die de belangen van 250 'weigeryuppen' behartigt, zegt “redelijke hoop” te hebben dat de Hoge Raad zijn cliënten gelijk geeft. Martens baseert zich op procedurefouten die volgens hem in de Kolonel Palmkazerne zijn gemaakt.

“Kort en simpel gezegd komt het er op neer dat de weigeraars in Bussum dienstbevelen hebben gekregen, terwijl ze volgens een beschikking van de minister van Defensie uit 1992 uitstel van dienst hadden”, zegt hij.