Minister: Kamer moet snel beslissen over stadsprovincie

DEN HAAG, 31 JAN. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vindt dat de Tweede Kamer snel een besluit moet nemen over de stadsprovincie Rotterdam.

Tijdens het debat met de Kamer, gisteren, zei Dijkstal dat “de problemen in het gebied geen uitstel meer velen”.

In de Kamer is een patstelling ontstaan over de stadsprovincie. De coalitiepartijen PvdA, D66 en VVD vinden weliswaar dat er een stadsprovincie moet komen in de Rijnmond, maar zij kunnen het niet eens worden over de toekomst van de gemeente Rotterdam. Het kabinet wil Rotterdam opdelen in vijf nieuwe gemeenten. Het centrum van Rotterdam, het gebied binnen de ringwegen, blijft volgens het kabinetsvoorstel ongedeeld.

De Kamerleden Van Heemst (PvdA) en Scheltema (D66) hebben ernstige bezwaren tegen de opdeling van de stad. Zij verwijzen naar de uitslag van het referendum dat vorig voorjaar in Rotterdam werd gehouden. Een overgrote meerderheid van de bevolking stemde tegen de opdeling van de stad. Toen lagen er nog plannen voor een opdeling van Rotterdam in tien nieuwe gemeenten. Na het referendum pasten Dijkstal en staatssecretaris Van de Vondervoort hun wetsvoorstel aan. VVD en oppositiepartij CDA kunnen er in grote lijnen wel mee instemmen.

Dijkstal hield de dwarsliggende regeringsfracties voor dat zij in november vorig jaar nog vóór het voorstel waren. Hij wees erop dat de coalitie in het regeerakkoord heeft afgesproken van Rotterdam en omgeving een stadsprovincie te maken, los van Zuid-Holland.

Een tweedeling van de provincie Zuid-Holland, zoals als compromis werd geopperd door de VVD-fractie, is volgens Dijkstal een gepasseerd station. “Dat voorstel is in het verleden al twee keer afgewezen in de Kamer.”

Het kabinet voelt ook niets voor het voorstel van D66. Scheltema wil het gebied van de stadsprovincie uitbreiden met de Drechtsteden en de Hoeksche Waard, zodat binnen de nieuwe provincie meer tegenwicht kan worden geboden aan de gemeente Rotterdam. Volgens Van de Vondervoort zal het tenminste drie jaar duren voordat die uitbreiding kan worden gerealiseerd. “Uitstel moeten we absoluut voorkomen. Dan kom je op een glijdende schaal, de afgrond in”, aldus de staatssecretaris. Verder vindt zij het “bestuurlijk onbehoorlijk” om na bijna vijf jaar van voorbereidingen plotseling met andere gemeenten te gaan praten.