Letterlijke tekst van wetsregel telt

Als de wetgever iets wil regelen, moet hij zorgvuldig een wetsartikel opstellen. Bij zo'n bepaling kan hij een toelichting geven om er geen enkel misverstand over te laten bestaan wat precies de bedoeling is. Maar de letterlijke tekst van de wetsregel is en blijft doorslaggevend; de toelichting kan die tekst niet oprekken. Dat is de harde boodschap die de Hoge Raad na lang wikken en wegen aan staatssecretaris Vermeend (Financiën) heeft gegeven. Daar zal de bewindsman behoorlijk mee in zijn maag zitten want nu is er van de ene dag op de andere een levensgroot gat in de inkomstenbelasting. Het vandaag openbaar gemaakte oordeel van de Hoge Raad is de voorlopige ontknoping van een jarenlange strijd tussen het ministerie van Financiën en beleggers die de belastingheffing over rente willen ontwijken.

In 1987 kwamen er fiscale constructies op om de belastingheffing op rente te ontlopen. De kern daarvan was het omzetten van belaste rente in onbelaste koerswinst. Op 18 december 1987 stak de toenmalige staatssecretaris Koning een spaak in het wiel door bij persbericht een reparatiewet aan te kondigen die tot de 18de december zou terugwerken. Dat schrok inventieve belastingontwijkers niet af, want al snel kwamen zij met een verfijning van de constructie waardoor die volgens hen ondanks het persbericht en de een half jaar daarna ingediende wetswijziging nog steeds profijtelijk was.

Daarbij ging het om de zogenaamde ex-warrantobligaties. Dat zijn obligaties waarvan de lage rente wordt gecompenseerd door een bijgeleverde los verhandelbare warrant (optie). De obligatie zonder warrant is interessant voor particulieren omdat ze goedkoop kan worden aangekocht en naarmate het moment van aflossing nadert steeds meer waard wordt. Die waardestijging is onbelast. Aanvankelijk was de wetsreparatie inderdaad niet voor deze ex-warrantobligaties bedoeld.

Maar nadat ze door de banken massaal aan hun belangrijke cliënten waren verkocht, wilde men ze toch onder de al onderweg zijnde wetsverbetering onderbrengen, ook al was de voorgestelde bepaling niet helemaal op deze situatie toegesneden. Financiën stond voor een keuze. Zij kon bij nota van wijziging het reparatievoorstel aanpassen. Maar dan zou voor de ex-warrantleningen de ingangsdatum van 18 december 1987 vervallen. Daarom koos zij de optie de voorgestelde wetsbepaling te handhaven en er heel uitdrukkelijk bij te zeggen dat het de bedoeling was daarmee ook de ex-warrantleningen bij de wetsherziening te betrekken.

Zowel het kabinet als de Eerste en Tweede Kamer gingen er van uit dat de rechter de uitdrukkelijke opzet van de wetgever wel zou eerbiedigen door de reparatieregel te interpreteren op de bedoelde manier. Die lijn werd inderdaad gevolgd door Advocaat-Generaal mr. Van den Berge, een topambtenaar die de Hoge Raad in belangrijke zaken van advies dient. Inmiddels was het de zomer van 1994, want belastingprocedures nemen hun tijd.

Het zou nog langer duren want de Hoge Raad was kennelijk verdeeld over de te volgen weg en liet niets van zich horen. In de zomer van 1995 scherpte staatssecretaris Vermeend (Financiën) ook bij een andere voor particulieren voordelige obligatievorm, de converteerbare obligatie, de belastingregels aan. Op slag werden er geen converteerbare obligaties meer aan particulieren verkocht. Een geschrokken Vermeend liet daarop weten eerst de uitkomst van de bij de Hoge Raad rustende ex-warrantprocedure af te wachten. Pas vorige week kwam de Raad tot zijn uitspraak, die vandaag openbaar werd gemaakt.

De Raad oordeelde dat de wetgever zijn bedoelingen moet formuleren in heldere wetsbepalingen en niet in toelichtingen die op gespannen voet staan met zo'n bepaling. De ex-warrantleningen en naar te begrijpen valt ook de premie-obligaties, behouden daarom voorlopig hun fiscale aantrekkelijkheid.

Die uitspraak levert Vermeend twee problemen op. Het eerste probleem is een bres in de begroting. Er zijn voor twee miljard gulden aan ex-warrantleningen in omloop. De bezitters daarvan besparen zich door het oordeel van de Hoge Raad voor enkele honderden miljoenen guldens aan belasting. Verder zit Vermeend acuut met een gat in de inkomstenbelasting. Hij zal met noodwetgeving moeten komen. Het zit er dik in dat de Tweede kamer hem daarbij zal steunen, zodat het lek tegen de zomer wel gedicht kan zijn. De ervaring leert dat dergelijke noodwetten grover werken dan nodig zou zijn bij een meer overogen wetgeving. Al met al is er ook voor de financiële wereld geen reden onverdeeld gelukkig te zijn met het oordeel van de Hoge Raad.

Het nieuwste arrest van de Hoge Raad past in een serie waarbij het hoogste rechtscollege Financiën verrast door hoge eisen te stellen aan het werk van de wetgever. Daarmee rijdt de Raad de wetgever bij tijd en wijle behoorlijk in de wielen. Het resultaat kan zijn dat verscheidene vormen van belastingontwijking ruim baan krijgen tot er een reparatiewet op tafel ligt. Dat mag vervelend lijken, maar de Hoge Raad houdt de wetgever wel scherp. Het opmerkelijke is dat de Hoge Raad hierbij fungeert als hoeder van de kwaliteit van de wetgeving. Dat is eigenlijk een rol die binnen de wetgevende macht thuis hoort en wel bij de Eerste Kamer. Waar de Senaat het -zoals in dit geval- laat afweten, komt de rol van achtervanger op een oneigenlijke manier bij de Hoge Raad terecht.

    • Aertjan Grotenhuis