Imponerende 'Frau' van Nederlandse Opera

Voorstelling: Die Frau ohne Schatten door de Nederlandse Opera o.l.v. Hartmut Haenchen. Regie: Harry Kupfer. Gezien: 30/1 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 25/2. Tv: 28/5 20u NPS Ned. 3.

Die Frau ohne Schatten, met een gisteren langdurig en hartstochtelijk toegejuichte première na vier jaar weer bij de Nederlandse Opera, geeft aanleiding tot een aantal enthousiaste conclusies.

De Nederlandse Opera is, ondanks een wat mindere Der fliegende Holländer, met Moses und Aron, Die Zauberflöte, Werther en deze opnieuw imponerende Strauss-enscenering van Harry Kupfer bezig aan een fantastisch seizoen. Later zal er ongetwijfeld sprake zijn van 'de gouden jaren van Audi'.

Het uitstekend spelende Nederlands Philharmonisch Orkest levert onder leiding van Hartmut Haenchen de opvallendste bijdrage aan deze marathon-voorstelling, die duurt van zeven tot elf uur. Dirigent en orkest tonen forse artistieke groei, zelfverzekerde competentie en zorgen ook los van de incidentele geluidsversterking een ongehoord volumineuze présence, die de klachten over de falende akoestiek in het Muziektheater doen vergeten.

De adequate vocale bezetting van vier jaar geleden is goeddeels gehandhaafd. John Bröcheler viert ook nu weer triomfen als een geweldig zingende zeer brave Barak. Jane Henschel is opnieuw een opmerkelijk zingende en buitengewoon geïnvolveerde Voedster. Ellen Shade zingt in de titelrol met twee stemmen: aanvankelijk vaak aan de grens van haar expressieve mogelijkheden, na haar transformatie tot een echt menselijke vrouw met een intense warmte. Thomas Moser is nieuw als een fraai zingende Keizer. Gabriele Schnaut maakt haar roldebuut als de vrouw van Barak, de vorige keer gezongen door Deborah Polaski. Schnaut verdeelt in deze zware rol haar krachten uitstekend en maakt steeds meer indruk met haar vaak bijna instrumentaal klinkende hoge stem. Mede daardoor maakt het slotkwartet een verpletterend intense indruk.

Anders dan de vorige keer wordt de voorstelling nu boventiteld, waardoor die veel beter is te volgen. Die Frau ohne Schatten (1919) is met zijn symboliek en moraal in het oeuvre van Strauss het complement van Wagners Parsifal. Bij Wagner streeft de mens naar een andere staat van leven door het hogere na te volgen: loutering door lijden in een imitatio Christi. Bij Strauss en zijn librettist Von Hofmannsthal gaat het in hun navertelling van een sprookjesverhaal om loutering door middel van zelfoverwinning.

De ook bij tweede kennisneming nog steeds intrigerende enscenering van Harry Kupfer - perfect her-ingestudeerd door Monique Wagemakers - geeft daaraan op fascinerende wijze gestalte binnen een draaiende, stijgende en dalende piramide: symbool van macht, hiërarchie en dood, waaruit zowel het keizerpaar als het arbeiderspaar zich uiteindelijk bevrijden. Zij betreden dan een wereld die egalitairder aandoet. Maar, zoals gewoonlijk, laat Kupfer in het slotbeeld zijn twijfel blijken over het realiteitsgehalte van het ideaal.