Huurverhoging bespreken; Tommel lijdt nederlaag in Tweede Kamer

DEN HAAG, 31 JAN. Staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) heeft gisteren in de Tweede Kamer een politieke nederlaag geleden.

Ondanks grote bezwaren van zijn kant besloot een meerderheid in de Kamer, onder aanvoering van VVD en PvdA, verhuurders tot een bijzondere procedure te dwingen wanneer ze per 1 juli de huren met meer dan 2,8 procent willen verhogen.

Deze wetswijziging, voorgesteld door Van der Burg (PvdA) en Hofstra (VVD), kreeg verder de steun van GroenLinks, SP, RPF, de Groep-Nijpels, Unie 55+ en CD. Het PvdA/VVD-voorstel kreeg niet de steun van Tommels partij, D66, en evenmin van de grootste oppositiepartij, CDA.

Tommel zelf had voorgesteld de nieuwe regeling, waarbij verhuurders eerst met huurders over de voorgenomen huurverhoging moeten overleggen, te laten ingaan bij een percentage van 3,8. Tegen een lager percentage zei hij gisteren “ernstige bezwaren” te hebben, dat gaf volgens hem “een hoop rompslomp”, het zou “contra-effectief” zijn, kortom: “Ik wijs het ten stelligste af”. Het voorstel van de twee coalitiepartners werd nochtans aangenomen.

Het lagere percentage betekent vooral dat het overleg, waarvoor verhuurders drie maanden de tijd krijgen, in veel meer gevallen moet worden gevoerd dan Tommel beoogde. Bij een minimum van 3,8 procent zou het volgens een schatting van de staatssecretaris om de helft van de voorgenomen huurverhogingen gaan; het PvdA/VVD-voorstel betekende dat in 72 procent van de huurstijgingen overleg met de huurders wettelijk verplicht is. In dit overleg moeten verhuurders, zowel de particuliere als de woningcorporaties, motiveren waarom ze een huurverhoging van meer dan 2,8 procent willen. Overigens geldt dit percentage niet bij huren lager dan 500 gulden. Bij deze huren wordt het overleg verplicht wanneer de verhoging meer dan 14 gulden per maand bedraagt.

Vervolgens dienden VVD en PvdA een voorstel in waarmee zij beogen dat de minimale huurverhogingen bij woningcorporaties dit jaar gemiddeld niet meer dan 2,3 procent zullen bedragen. Volgens de wet zijn woningcorporaties verplicht voor hun totale bezit een gemiddelde huurverhoging van ten minste 3,5 procent te rekenen. Corporaties moeten volgens de VVD'er Hofstra en Duivesteijn (PvdA) massaal ontheffing krijgen van deze regel. Omdat Tommel de Kamer dat al eerder heeft toegezegd, had dit VVD/PvdA-voorstel “een zweem van overbodigheid”, aldus Jeekel van D66, die het “een malle motie” vond.

Desondanks zei de staatssecretaris het voorstel “als een steun” te zien. Tot verbijstering van het CDA. Het Kamerlid Biesheuvel concludeerde na het debat dat het gezag van Tommel “steeds verder afbrokkelt”, zowel in de Kamer als bij de woningcorporaties. “Hij moet eens met zijn vuist op tafel slaan. Maar hij laat zijn eigen fractie vallen en zich in zijn hemd zetten.”