Goldstone moet blijven

Het zal ongeveer een jaar geleden zijn dat Richard Goldstone, openbaar aanklager van het Oorlogstribunaal in Den Haag, werd gevraagd of hij met zijn vervolging van oorlogsmisdadigers de bemiddelaars van het 'vredesproces' in Bosnië niet voor de voeten liep. Goldstone antwoordde dat het recht met hun politieke overwegingen niets had te maken. Een misdaad is een misdaad, onder welke omstandigheden dan ook, en wie daarvan verdacht wordt hoort terecht te staan.

Ik dacht aan Pieter Menten, gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden begaan in de Tweede Wereldoorlog, in Podoroce. Het 'klimaat' in Nederland was nog altijd gunstig om welke misdadiger uit die tijd voor de rechter te brengen; zó gunstig zelfs dat toen de verdachte door speurwerk van Hans Knoop gevat was, er bij voorbaat een volksgericht ontstond.

Deze krant had er destijds een hoofdartikel over, onder de kop Pirana's in de Nederlandse vijver. Ik sprak mr. dr. Benno Stokvis; vroeg hem of hij niet vond dat de oude verdachte op zo'n manier bij voorbaat in het nadeel was. Hij zei, dat herinner ik me nog goed: “Er is hier maar één verdachte, en dat is niet de rechterlijke macht. En als Menten schuldig is, dan moet hij achter de tralies, al heeft hij nog maar een minuut te leven.” Menten was 85 jaar toen hij in 1980 tot tien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Hij heeft er ongeveer tweederde van uitgezeten.

Dit rigorisme van het recht herkende ik in de opmerking van Goldstone. Het tribunaal had toen één verdachte in handen. Met de oorlog stond het er slecht voor; geen der partijen trok zich feitelijk iets van politieke en diplomatieke interventies aan, Srebrenica lag nog maanden in het verschiet. Het 'klimaat' was radicaal anders dan dat waarin Menten werd gearresteerd (en dat is het trouwens nog). Goldstone heeft zich daardoor niet laten beïnvloeden. Als het Tribunaal nu nog steeds geloofwaardig is, dankt het dit aan zijn afwijzing van het compromis in nog moeilijker tijden. In de politiek mag het waar zijn dat het gelijk krijgen van groter waarde is dan het gelijk hebben en dat het bereiken van de beste politieke mogelijkheid iets nobels kan hebben hoewel daarmee niet iedereen recht is gedaan. Maar in het recht geldt dat ieder opportunisme het oordeel aantast en daarmee het gezag van de rechtbank zelf.

De kansen van het recht voor Bosnië zijn gekeerd. Nadat de vrede althans voorlopig is gevestigd, worden door het personeel van de machten die dat hebben gedaan ontelbare bewijzen van de gruwelijkste misdaden gevonden. Maar men weet nog niet wat men ermee aanmoet. Die betrekkelijke radeloosheid heeft allerlei oorzaken. Het opperbevel van de NAVO-strijdkrachten en vooral generaal Shalikashvili, de hoogste militaire autoriteit in Washington, verzetten zich ertegen dat soldaten van IFOR in Bosnië politiewerk gaan doen en zelf verdachten zullen arresteren. Ze willen niet dat de wankele vrede daardoor wordt verstoord of dat het leven van soldaten in gevaar wordt gebracht.

Moeilijker wordt het doordat de opperste leiders van gisteren tot de voornaamste verdachten van vandaag horen: de bekwame veldheer Mladic en Radovan Karadzic. Met zijn onnavolgbare soepelheid heeft die al geopperd dat de Bosnische Serviërs zelf hun verdachten zullen berechten. Nog moeilijker is de verhouding met Milosevic die de grootste verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de oorlog draagt, maar aan wiens medewerking vier jaar later het einde in belangrijke mate te danken is. En Tudjman? Voor zijn onschuld aan de etnische zuiveringen zal men geen hand in het vuur steken, maar per slot van rekening heeft hij de Kroatische infanterie geleverd waardoor de Bosnische Serviërs op de grond zijn verslagen. Van de drie onderhandelaars in Dayton horen er eigenlijk al twee in de Haagse beklaagdenbank, en de leiders van de moslims zijn niet bij voorbaat boven alle verdenking verheven.

Dan is er de complicatie van de veronderstelde collectieve schuld. 'De' Serviërs of 'de' Bosnische Serviërs zouden als volk de hoofdschuldigen zijn. Maar er zijn er tienduizenden, honderdduizenden misschien, die aan de oorlog part noch deel hebben, laat staan aan de massamoorden. Het Tribunaal en IFOR zullen op een of andere manier samen bij de volken van de oorlog de overtuiging moeten wekken dat vervolging van oorlogsmisdadigers uit hun midden niet betekent dat er een 'collectieve schuld' wordt vastgesteld. Gemakkelijker gezegd dan gedaan - maar zo is het met alles in het voormalige Joegoslavië.

De neiging van het Westen om dit geheel zoveel mogelijk in quarantaine te houden is niet voorbij. Als panacee tegen de oorlog is deze politiek mislukt. Worden om allerlei redenen van onbetwijfelbare doelmatigheid nu de oorlogsmisdadigers zoveel mogelijk met rust gelaten, dan is dat een voortzetting van de quarantaine, opnieuw een panacee maar nu om de vrede te bewaren. Van onze waakzaamheid tegen 'herleving van het Duitse fascisme' hebben we een geloofsartikel gemaakt. Zou het niet zo zijn dat alle recht van spreken in het voormalige Joegoslavië verloren zou zijn als het Westen daar niet met dezelfde consequentie de oorlogsmisdadigers zou vervolgen?

Aan Richard Goldstone is het te danken dat het Tribunaal niet in voorbarige compromissen ten onder is gegaan. Waarschijnlijk gaat hij binnenkort terug naar Zuid-Afrika. Wie wordt zijn door de Veiligheidsraad goedgekeurde opvolger? Het beste zou het zijn als Goldstone nog een jaar bleef. Haal hem daartoe over.