Elleboogstukken

Het staat vast dat een mens ervaring opdoet. Maar erg veel kan het niet wezen, als ik naga hoe het bij voorbeeld met jasjes gaat. Je loopt al tientallen jaren mee en je koopt een jasje. Dat jasje moet mooi zijn, allicht. Het moet een kleur hebben die jou staat, het moet als gegoten zitten, het mag geen split of splitten hebben, en bij voorkeur bevat het niet slechts één binnenzak. Goed, het jasje is gekocht, en gaat nu zijn plaats krijgen in het leven.

Het is heel prettig om een nieuw jasje te gaan dragen. Maar het is nog prettiger als het nieuwe er wat van af raakt. Er springt een knoop af, er verschijnt een inktvlek in de linker binnenzakvoering. Nu is het jasje echt ingewerkt. Heel langzaam en onopvallend begint het aan zijn slijtage. Heel langzaam ook neemt de kracht en de jeugdigheid van zijn nieuwe kleur af. Traag verliest het nieuwe zijn glans. Dan, op een dag, is plotseling de rechter elleboog, want je bent nu eenmaal rechtshandig, doorgesleten.

Misschien loop je zelfs al een poosje met die doorgesleten elleboog, want hoe vaak bekijkt een mens zichzelf of zijn kledingstukken 'aan de achterzijde'? En dit moment - dat het moment is waarop blijkt dat je gehecht bent geraakt aan jouw tot onzichtbaarwordens toe vanzelfsprekend geworden jasje -, dit moment weiger je te accepteren als een aankondiging van het feitelijk genaderde einde, als de opmaat tot het afscheid. Je begint nu pas echt van het jasje te houden. Je ziet wel dat het een beetje dunner geworden is; en als je heel goed kijkt ook, dat de manchetten de weg van alle textiel aan het gaan zijn. Maar vooralsnog protesteert alles in je tegen de nu duidelijk geworden eindigheid van het jasje, en tegen het niet te loochenen feit, altijd maar weer, dat de dingen hun zwakke plekken hebben. Je weet best welke.

En toch zul je nooit al bij aankoop van een nieuw jasje denken: op de ellebogen zal het mis gaan en de middelste knoop zal er op een dag opnieuw aangezet moeten worden - nee, het jasje zal in zijn geheel nieuw zijn en een aanvankelijk eeuwig leven hebben, zoals al het nieuwe. Als je schoenen koopt, denk je niet aan de breekbaarheid van veters of de verslijtbaarheid van zolen. De vreugde is totaal. Al het nieuwe doet jou even delen in iets als een kleine, lokale wedergeboorte. Maar goed. Op het moment van de versleten elleboog, telkens weer, denk ik: Wat? Nu al?

En ik ga op pad om van die suède elleboogstukken te kopen, met een respectvolle merknaam als 'Artiste'. Meestal zet ik ze er zelf op, in geduldig duel met de voering, luisterend naar bij voorbeeld 'Nuits d'été' of andere goddelijke muziek. Het is heel bevredigend om zo'n vooralsnog van de ondergang gered jasje te monsteren. Je houdt het tussen beide armen omhoog en beziet met vreugde de twee suède ovalen met behulp waarvan nieuwe energie en levenslust zich aan het jasje hebben meegedeeld. Het heeft er weer zin in. Reparatie is een niet te onderschatten vorm van praktische wijsbegeerte. Maar deze keer meende ik geen tijd te hebben en na aankoop van een paar perfecte paarse elleboogstukken stormde ik binnen bij de Turkse kleermaker om de hoek. Ik begon, voor zijn verbaasde ogen, mijn overjas uit te trekken, het vroor dat het kraakte, en vervolgens mijn jasje waar ik geld, vulpen en agenda uit haalde, en dat ik hem tezamen met de nog ingepakte elleboogstukken overhandigde, waarna ik mijn jas weer aantrok.

Ik weet niet waarom, maar ik had een erg onwijsgerige, om niet te zeggen krankzinnige haast. Hoeveel moest het kosten, vroeg ik de man, die totnogtoe achter zijn toonbank gezwegen had. Hij slaakte een kleine zucht en hield het jasje omhoog. De twee stukjes suède had hij uit hun papieren zakje gehaald en nu keek hij heen en weer van die stukjes naar de plek waar mijn afwezige elleboog naar buiten stak uit het wollen jasje. Ik begon me een tikje eigenaardig te voelen. Ik had de man een lijfwarm jasje overhandigd. Was dat wel kies? Waarom was ik niet eerst even naar huis gegaan, om het jasje in een plastic tas te stoppen? Maar ja, dat had ik niet gedaan, want ik stond nu hier, en vroeg hem opnieuw naar zijn prijs. Weer zuchtte hij, ditmaal met gefronst voorhoofd.

Misschien bereidde hij mij voor op het ergste. Hij streelde het jasje heel licht en keek me nog altijd niet of nauwelijks aan. Hij bleef naar het jasje kijken, hij voltrok een soort van wezensschouw aan het jasje. Daarop verinnerlijkte zijn blik zich volkomen. 'Twee hè,' zei hij. Dat bevestigde ik: ja, die stukjes moesten er allebei op, niet alleen het rechter. Hij knikte weer en verzonk opnieuw in gedachten. Weer drong ik er bij hem op aan, nu in andere woorden, om mij toch vooral mee te delen wat zijn werk moest kosten. 'Veel werk', zei hij ten slotte. Ik keek hem verbaasd aan: Veel werk? 'Voering moet los,' lichtte hij nu toe. Ik keek hem ongelovig aan en zei hem dat ik het zelf altijd deed zonder de voering los te maken. Daarbij maakte ik ter verduidelijking een idioot op en neer gaand gebaar van hand met naald. 'Niet mooi en niet sterk', zei hij nu.

Voor inmiddels de vierde maal vroeg ik hem naar zijn prijs, die nu wellicht toch wel enigszins gestalte begon te krijgen. Hij noemde hem. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Heel even overwoog ik, tot onderhandeling over te gaan. In Istanbul had ik dat vast en zeker gedaan, want daar heb ik wel aardigheid in, maar zo vlak bij huis, nee. Ik keek hem aan. 'Veel werk,' herhaalde hij. 'Ook knopen los.' Tja, inderdaad, als de boel dan los moest, waaraan ik nog steeds sterk twijfelde, moesten die zes manchetknopen er ook af. En er weer aan. Wat kon het mij ook schelen. Het leek me een alleszins redelijke prijs. Hij had zijn rol voortreffelijk gespeeld, hij had zijn lichte aanvankelijke tegenzin in het werk, en in het noemen van een prijs, weten te overwinnen - nu ik nog, met mijn haast, die hij zo effectief ontregeld had. Om te beginnen moet een mens geen haast hebben, zo hield ik mezelf voor, en zelf zijn elleboogstukken aanzetten. Maar als hij dan toch haast heeft, is het goed dat de voering los gaat; dat aan de zes zinloze manchetknoopjes een korte pauze wordt vergund in hun bestaan, en ook nieuw, sterk garen in een net iets andere kleur; en dat daar een prijs voor betaald wordt, passend voor een man met een gouden schaar. En zo kwamen wij dus tot overeenstemming.

    • Nicolaas Matsier