Een ondernemingsraad die adviseur zoekt bij fusieproces kan tegen betaling terecht bij VHP; Vakorganisatie ontdekt commercie

HOUTEN, 31 JAN. De vakorganisatie voor hoger personeel VHP heeft de commercie ontdekt. Ondernemingsraden die een adviseur zoeken bij een fusieproces of een onderhandelaar bij de besprekingen over een nieuwe CAO kunnen daarvoor sinds kort tegen betaling terecht bij de afdeling medezeggenschapszaken van de VHP.

Op het Houtense hoofdkantoor beseft men dat collega-vakbonden dit commerciële initiatief, dat alleen geldt voor bedrijven zonder vakbondsleden, niet zullen waarderen. “Er zal wel weerstand komen. We lopen voor de troepen uit”, zegt VHP-bestuurder Louis Peters, “maar dat is geen reden om het niet te doen.”

De verhouding tussen vakbonden en ondernemingsraden (ontstaan in de jaren zeventig) ligt in Nederland gevoelig. Vakorganisaties als de FNV en het CNV keken lange tijd neer op deze vorm van werknemersinspraak, waarbij - zo zeiden de bonden - de werkgever veel te veel invloed kan uitoefenen. Zeker bij grote operaties, zoals fusies of collectief arbeidsvoorwaardenoverleg, wilden de bonden als belangrijkste gesprekspartner blijven fungeren.

Inmiddels zijn de relaties tussen vakbonden en ondernemingsraden aanmerkelijk verbeterd. In veel ondernemingsraden hebben ook vakbondsleden zitting; via deze leden kunnen ondernemingsraden eenvoudig gebruik maken van het ondersteunend apparaat van de bonden. De taakverdeling bij deze bedrijven is duidelijk: de vakbonden onderhandelen over primaire arbeidsvoorwaarden (zoals loon) en de vormgeving van sociale plannen, de ondernemingsraden mogen het vervolgtraject invullen.

Die taakverdeling is echter in lang niet alle bedrijven te maken. In veel ondernemingen (vooral in nieuwe sectoren zoals de automatisering) beschikken de vakbonden over te weinig leden om een positie als belangenbehartiger te verwerven en fungeert de ondernemingsraad voor alle arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen als gesprekspartner voor de werkgever. Omdat de vakbonden meestal niet geneigd zijn om veel energie te steken in belangenbehartiging zonder dat daar contributie van leden tegenover staat, kunnen de ondernemingsraden in deze organisaties niet terugvallen op het vakbondsapparaat.

Juist bij die bedrijven ziet de vakbond VHP een gat in de markt voor commerciële ondersteuning bij collectieve belangenbehartiging. Tegen betaling van een uurtarief van 230 gulden kunnen ook ondernemingsraden zonder VHP-leden in de toekomst bij de VHP aankloppen voor advies en begeleiding. “Vakbonden laten de ondernemingsraden in ongeorganiseerde sectoren nu in feite gewoon zwemmen. Wij brengen daar verandering in”, zegt Martin van Maarseveen, initiatiefnemer van het commerciële adviestraject.

Dat voor de steun van de vakbond betaald moet worden, is volgens de VHP-bestuurder geen enkele belemmering. “Waarom zouden ze niet betalen voor het advies? Het hele personeel profiteert er toch van. Ondernemingsraden mogen altijd externe deskundigen inschakelen. Daar hebben ze een budget voor gekregen.”

Ondernemingsraden kunnen de VHP-bestuurders inhuren voor advies, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenregelingen of functiewaarderingssystemen, of voorbegeleiding bij een fusiebespreking of overnametraject. Maar ze kunnen de VHP ook vragen om een onderhandelaar te sturen die uit naam van de ondernemingsraad met de werkgever overlegt over een collectieve loonsverhoging voor het bedrijf. Veel ondernemingsraden vinden het volgens Maarseveen lastig om over zulke zaken te onderhandelen. “Je zit toch met je handen in de portemonnee van de collega's. Het is prettiger om dat uit te besteden.”

Vooral het leveren van betaalde VHP-onderhandelaars voor overleg over salarisverhogingen kan bij collega-bonden kwaad bloed zetten, zo realiseren Peters en Maarseveen zich, omdat zij vinden dat ondernemingsraden zich verre moeten houden van dit soort onderhandelingen. “Ook voor ons ligt het primaat voor onderhandelingen over primaire arbeidsvoorwaarden bij de vakbeweging. Wij richten ons met het betaald advies op de trajecten waar geen vakbondsbestuurders aanwezig zijn.”

Via de betaalde dienstverlening hoopt de VHP ook bij ongeorganiseerde bedrijven voet aan de grond te krijgen. In het meest rooskleurige scenario zien de werknemers op deze manier wat de VHP kan doen op het gebied van collectieve en indivduele dienstverlening en besluiten ze lid te worden. Als er eenmaal voldoende leden zijn, gaat de commerciële dienstverlening vanzelf over in de normale (via contributies gefinancieerde) belangenbehartiging.

Werkgevers bij bedrijven met weinig vakbondsleden staan meestal niet te springen om de bonden vrijwillig binnen de poorten te halen. Wat vinden zij ervan dat de VHP met commerciële dienstverlening aan ondernemingsraden toch via de achterdeur binnenkomt? “Ze zijn er niet allemaal blij mee”, bevestigt Peters. “In de praktijk valt het echter uiteindelijk vaak mee.”

    • Marcella Breedeveld