De moeizame en tijdrovende praktijk van de Japanse politiek

Steungroepen vervullen een belangrijke rol in de Japanse politiek. Bij verkiezingen vullen kiezers op een stembiljet de naam van hun favoriete kandidaat in: er staan geen partijlijsten op het stembiljet. Een politicus moet zich zelf verkopen.

TOKIO, 31 JAN. Een donkere ingang naast makelaarskantoor Hakuro in Nakano, een deelgemeente van Tokio, biedt uitzicht op een afgesleten trap. Halverwege de trap pronkt achter een open deur een toilet waar het water op de vloer staat. Op de eerste verdieping heeft de bijeenkomst plaats van aanhangers van deelraadslid Takao Nishimura. Bij de deur van het kleine zaaltje innen vrouwen 3.000 yen toegangsgeld, rond de 45 gulden. Binnen staan grote tafels gedekt met wit papier en beladen met bier, rijstwijn, rauwe vis en andere lekkernijen. Nishimura en zijn vrouw verwelkomen iedereen persoonlijk met passende buigingen, zij iets dieper - een strakke hoek van 90 graden - dan hij. Op deze vrijdagavond viert de steungroep van Nishimura in Nakano, een deelgemeente van Tokio, het begin van het nieuwe jaar.

Steungroepen als deze vervullen een belangrijke rol in de Japanse politiek. Bij verkiezingen vullen kiezers op een stembiljet alleen de naam van hun favoriete kandidaat in: er staan geen partijlijsten op het stembiljet. Een politicus kan dus niet anoniem in de schaduw van een populaire lijsttrekker worden gekozen. Wel kan een zoon van een teruggetreden politicus profiteren van diens organisatie en populariteit. Daarom blijkt politiek vaak een familietraditie te zijn. Een politicus moet zich dus zelf verkopen. Wegens de grote inspanningen die dit vergt waren er bij de laatste verkiezingen voor de raad van Nakano maar 53 kandidaten voor 48 zetels.

Daarnaast zijn politieke partijen geen grote stemmenleveranciers. De enige uitzondering is wellicht de kleine communistische partij. Maar sommige partijen hebben de steun van een grote organisatie die stemmen kan dirigeren. De sociaal-democraten konden vroeger leunen op de vakbonden. En de Komeito is als politieke arm van de religieuze organisatie Soka Gakkai bij verkiezingen van deze beweging afhankelijk. Maar in de lokale politiek is het stemmen zozeer een individuele taak dat eenderde van de afgevaardigden niet eens lid is van een partij.

Ook voor Nishimura (56) staat het werven van stemmen gelijk met het creëren van een band met zijn kiezers. Hij is sinds 1975 lid van de raad van Nakano in de fractie van de Komeito. Bij verkiezingen is de Soka Gakkai (SG) natuurlijk actief in het werven van stemmen voor hem, maar “aanhangers die geen lid zijn van de SG wilden graag deze steungroep voor mij oprichten”, aldus Nishimura. De verzorging van de bijeenkomst van deze steungroep is weer in handen van vrouwen van de SG. Met steun van deze beide kanten behaalde hij bij de laatste verkiezingen meer stemmen dan enige andere concurrent.

De groep deze avond is een bont gezelschap van zo'n honderd mensen. Een paar morsige mannen van middelbare leeftijd werpen zich later als eersten op de microfoon met een tragisch levenslied: zònder is een Japans feest onmogelijk. Ook Nishimura zelf zal zijn zangkwaliteiten moeten tonen. Een ander uiterste onder de aanwezigen zijn zeven bijzonder elegante dames gekleed in kimono, leden van een in de buurt gevestigde professionele dansgroep.

De wijk Nakano heeft ruim 300.000 inwoners en dus lijkt een steungroep van honderd mensen niet veel gewicht in de schaal te leggen. Maar vrijwel alle aanwezigen zijn namens een groepering gekomen, zoals een amateurdansvereniging of de bejaarden-bonsai-club, die miniatuurboompjes kweekt. Deze vereniging deed ooit een beroep op Nishimura toen de gemeente haar onderkomen wilde onteigenen. Nishimura schakelde zijn kanalen in en wist zelfs een mooier onderkomen te regelen dan de club gewend was.

Op deze avond toont de aanwezigheid van Lagerhuislid Ichiro Takahashi nog eens Nishimura's connecties met hogere regionen. Als een goedaardige patroon loopt Takahashi tussen de tafels door en deelt her en der een hoofdknik of een schouderklopje uit. Helaas moet hij er al snel vandoor wegens andere verplichtingen, maar niet voordat ook hij een lied ten beste heeft gebracht.

Nishimura spreekt over de manier waarop hij bijvoorbeeld de bonsai-club heeft geholpen als een dienende burgervader, niet als een ideologisch geïnspireerd partijganger. Hij zorgt voor de inwoners van Nakano en zij tonen bij verkiezingen hun dank.

Susumu Harada is als een van de weinigen niet als vertegenwoordiger van een groep aanwezig. “Mijn aanwezigheid heeft met een gevoel van verplichting te maken”, zegt Harada, die een winkel in elektrische apparaten heeft. Hij heeft 15 jaar geleden de hulp van Nishimura ingeroepen om aansluitingen sneller gedaan te krijgen en sindsdien nog een aantal keer een beroep op hem gedaan. “Als je ambtenaren iets vraagt, duurt het lang. Het gaat veel sneller als ze van boven een zetje krijgen. Zo werkt dat nu eenmaal.” “Dit is puur een persoonlijke band”, zegt hij. “Ik stem op hem en ga één keer per jaar naar deze nieuwjaarsbijeenkomst, maar ik zal nooit iemand anders vragen op hem te stemmen. Bij regionale of landelijke verkiezingen stem ik weer op iemand van een andere partij en Nishimura weet dat heel goed. Als je handel drijft kan je niet te veel één kant steunen. Iedereen kent elkaar in een buurt als deze en ziet precies wat je doet.”

Een week later heeft de winkeliersvereniging in deze buurt eveneens haar nieuwjaarsbijeenkomst. Politici van verschillende partijen komen hun gezicht laten zien, leden van zowel het nationale parlement, de raad van Tokio, als van de deelraad, die één ding gemeen hebben: ze zijn afgevaardigd door de mensen in dit district en dus moeten ze hier hun oor te luisteren leggen.

Voor winkelier Harada duurde dat feest tot twee uur 's nachts en de volgende ochtend bracht een flinke kater. “Maar toch moet je afstand bewaren. Iedereen ziet het als je twee uur lang met één politicus zit te kletsen. En iedereen heeft daar zijn eigen gedachten over”, zegt Harada. “Als je niet alle partijen op gelijke afstand houdt, blijven klanten weg. Dus zal ik nooit een affiche van een politieke partij ophangen. Wel heb ik een abonnement op de krant van de Soka Gakkai, maar dat is alleen om de bezorger te steunen. Hij woont in de buurt en moet nu eenmaal een bepaalde oplage halen. Die krant interesseert me niet en gaat ongelezen bij het oud papier, maar de bezorger is wel een klant van mijn winkel.”

Het is een moeizame en tijdrovende aangelegenheid om via allerlei kleine groepen kiezers te winnen. En een kiezer als Harada is de moeilijkst te veroveren stem. Het zijn vooral de Liberaal-Democraten (LDP) die het werven van deze stemmen hebben gecultiveerd. Sinds jaar en dag domineren zij de Japanse politiek.

Politici van de Sociaal-Democratische Partij (SDP) hebben jarenlang op de vakbonden geleund. Maar deze vaststaande steun is weggevallen sinds het einde van de Koude Oorlog en de politieke omwenteling van 1993 die de SDP in de armen van de oude rivaal LDP heeft gedreven. In dit kabinet met de LDP is weinig meer overgebleven van de oude standpunten van de SDP. De SDP wil nu een nieuwe partij oprichten om tegenwicht te bieden aan het oprukkende conservatieve geweld, maar SDP-parlementariër Tomiko Okazaki zegt daarover: “We zullen de komende verkiezingen verliezen omdat we niet gewend zijn te vechten voor elke stem.”

Opeens zijn sinds 1993 ex-LDP'ers, in de oppositiepartij Shinshinto, de grootste bedreiging geworden voor de macht van de LDP. De LDP-politici worden geconfronteerd met tegenstanders die weten hoe ze kiezers moeten binden. De voorzitters van beide partijen, LDP-premier Ryutaro Hashimoto en Ichiro Ozawa, komen uit hetzelfde nest als leerlingen van voormalig LDP-premier Kakuei Tanaka, in de jaren zeventig berucht om zijn geldpolitiek. Ozawa toonde zijn strijdwijze bij de verkiezingen om het voorzitterschap van de Shinshinto vorig jaar. De stemmen binnen de partij waren vrijwel gelijk verdeeld tussen hem en zijn concurrent. Maar ook niet-partijleden konden stemmen en Ozawa won door blokken van duizend stemmen te vragen aan bedrijven die hem steunen.

Maar de Shinshinto heeft één voordeel boven de LDP. In de landelijke politiek is de Komeito in de Shinshinto opgegaan en dus heeft de partij tevens de beschikking over de stemmenmachine van de religieuze organisatie Soka Gakkai. Zoals Nishimura èn de SG èn zijn eigen steungroep achter zich heeft en al zijn concurrenten achter zich liet. Volgens politiek commentator Minoru Morita heeft de LDP de grote bedreiging van de zijde van de Shinshinto bij de Hogerhuisverkiezingen van vorig jaar ontdekt. Dus wordt er nu in het parlement gestreden over de rol van religieuze groeperingen, waarbij beide partijen veel principiële argumenten naar voren brengen, maar de macht centraal staat. De eerste slag is voor de LDP geweest met de aanscherping van de controle op religieuze groepen. De tweede slag komt nog, nu de LDP een wettelijk verbod wil op de bemoeienis van religieuze groepen met de politiek.

    • Hans van der Lugt