De makers waren de enigen zonder spijt bij 'Het spijt me'

In Het spijt me van RTL4 worden mensen die met elkaar in onmin zijn geraakt met behulp van een bloemetje van het tv-station weer met elkaar in contact gebracht. Zondagavond waren Martin en Ria te gast, die het goed wilden maken met Francine en Theo. Aan de warme band tussen de echtparen, die elkaar via een piratenzender hadden leren kennen, was een einde gekomen nadat Martin en Ria hun vrienden niet alleen van diefstal hadden beschuldigd, maar dat ook via hun 'bakkie' wereldkundig hadden gemaakt. Dat speet Martin en Ria. Zo'n onmogelijk bloemetje had Het spijt me zelden moeten bezorgen, stelde de presentatrice vast.

Na een spanningverhogend reclameblok belden de programmamakers met draaiende camera aan bij Francine en Theo. “Ik wil helemaal niet in beeld”, sprak Francine in de deuropening. Dat weerhield de ploeg er niet van om dóór te filmen. Of ze enig idee had van wie het bloemetje afkomstig was. Nee, en ze wilde het niet weten ook. Toch was haar nieuwsgierigheid gewekt. Toen tenslotte de naam van de afzender viel, sloot Francine resoluut de deur met de woorden: “Dat komt er bij mij niet in en mijn man is het daar helemaal mee eens.” Waarop de studio-camera inzoomde op de verslagen gezichten van Martin en Ria.

Meer dan het het genereren van leedvermaak had de vertoning niet opgeleverd. Nu waren er twee echtparen met spijt - namelijk van het meewerken aan Het spijt me. Temeer daar wat zondag werd uitgezonden, zo bleek uit de gids, een herhaling was uit 1993. In dat jaar werd in Nederland voor het eerst op grote schaal 'emotie-tv' beoefend: programma's waarin alles draait om de confrontatie van een verliefd, gescheiden of anderszins zoekend individu met het object van zijn of haar obsessie.

Een aantal produktiemaatschappijen heeft in het genre inmiddels grote deskundigheid ontwikkeld. En het is prima handel: programmaformules als All you need is love blijken in veel Europese landen aan te slaan. Behalve hoge kijkcijfers garandeert emotie-tv lage kosten. Immers, de hoofdrolspelers werken nog altijd kosteloos mee. Om te voorkomen dat deelnemers later - na een onfortuinlijke confrontatie - gaan tegenstribbelen, zijn 'quit-claims' ontwikkeld: verklaringen die, eenmaal ondertekend door de betrokkene, producenten vrijwaren van financiële of inhoudelijke eisen.

Bij 'reality' of 'meemaak-tv' - het filmen van ongelukken, branden, aanhoudingen, etcetera - zijn 'quit-claims' minder gangbaar, want hier is het moeilijker om na onverhoedse tv-opnamen verzet te bieden tegen uitzending. Veel van dit soort filmpjes worden onder het mom van journalistieke produkties vervaardigd; dat verbieden zou de vrije nieuwsgaring in de weg staan, menen de makers. Toch dringt langzaam het besef door dat niet louter het algemeen belang wordt gediend door de met scanners uitgeruste freelance cameramannen die zich als eersten bij een ongeval melden, om vervolgens politie- en ambulancepersoneel voor de voeten te lopen. Het openbaar ministerie ontwerpt richtlijnen voor makers van 'reality-tv', opdat verdachten en slachtoffers niet tegen hun zin worden gefilmd. Dit staat tegenover de opvatting van minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken, die zich tegenstander heeft getoond van dit soort maatregelen.

De strengere regels zijn bedoeld voor rubrieken als Nachtelijk Amsterdam van de lokale zender AT 5, maar je ziet ze ook op SBS 6 en RTL 5. Het is je reinste cinéma vérité: dronken chauffeurs bij alcoholcontroles, schermutselingen tussen junks en agenten, uitslaande branden, aanrijdingen. Een even nietszeggende als fascinerende aaneenschakeling van gebeurtenissen uit de krochten van de stad, waarover zelfs een lokale krant zou volstaan met een klein berichtje. Maar het is onmiskenbaar vermaak voor de kijkers, al dat leed van de gefilmden - die zich meestal niet op hun best aan den volke tonen.

Als de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman door de officieren van justitie worden overgenomen, zoals het OM zou willen, dan betekent dat het einde van dit soort meemaaktelevisie. Want dan moet een cameraploeg die in het voetspoor van een overheidsdienst filmt, verdachten en slachtoffers eerst op de hoogte stellen van de opnamen. Wie herkenbaar in beeld komt, moet ook achteraf bezwaar kunnen maken tegen uitzending. De NCRV-televisie wacht de richtlijnen niet af en legt zichzelf een gedragscode op: alleen wie nadrukkelijk toestemming geeft en dat contractueel vastlegt, komt op de televisie. In de praktijk geldt nu meestal: wie zwijgt, stemt toe.

De bedenktijd is een stap in de goede richting, zei de Amsterdamse advocaat J.P. Plasman woendag op de VARA-radio. Zou het door hem ontworpen codicil, een verklaring voor wie niet wil dat onvrijwillig gemaakte opnamen worden uitgezonden, hierdoor overbodig worden? De advocaat, die verscheidene door cameraploegen verraste burgers onder zijn cliëntèle had, zag in de nieuwe richtlijnen in elk geval een tendens naar erkenning van het recht op privacy, dat het journalistieke belang in steeds meer gevallen overtroeft - een ontwikkeling die overigens al leidde tot een bezorgde verklaring van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

De vraag is waarom de programmamakers zich niet zelf wat meer terughoudenheid opleggen. Nu verschuilen ze zich bij opnamen van mensen in weerloze of kommervolle omstandigheden nog vaak achter de toestemming van artsen, familieleden, agenten. Maar meestal blijkt de betrokkene gewoon zelf zijn fiat te hebben gegeven. Het genre speculeert tenslotte niet alleen op de kinderlijke nieuwsgierigheid naar andermans lief en leed en alles wat zich met zwaailicht en sirene door de straten spoedt, het voorziet ook in een andere behoefte: het maakt voor velen niet eens uit hoe ze op de televisie komen, als ze er maar op komen.

    • Tom Rooduijn