Chef-dirigent Albrecht neemt ontslag in Praag

BONN, 31 JAN. Na jaren van spanningen en ruzies is de Duitser Gerd Albrecht gisteren afgetreden als cehef-dirigent van de Tsjechische Philharmonie. Formele reden voor zijn vertrek is de beperking van zijn bevoegdheden door het Tsjechische ministerie van cultuur.

Het geval-Albrecht symboliseert de gevoeligheden die er tussen Tsjechië en Duitsland nog altijd bestaan. Die gevoeligheden zijn de afgelopen weken sterker zijn geworden nu de onderhandelingen tussen Praag en Bonn over een principe-akkoord inzake onder meer het recht op vrije vestiging van Sudetenduitsers in Tsjechië zijn vastgelopen.

Albrecht, die in 1991 door een grote meerderheid van de 114 vaste orkestleden als eerste niet-Tsjechische dirigent was gekozen, was in 1993 in Praag begonnen en had nog een contract tot 1998. Direct na zijn verkiezing was al duidelijk geworden dat het 'officiële Praag' en de Tsjechische media er in het algemeen niet gelukkig mee waren dat een buitenlander, en dan ook nog een Duitser, de leiding zou krijgen van het honderdjarige orkest.

In de ruim twee jaar die Albrecht in Praag werkte, voor een bijna symbolische vergoeding van 25.000 mark per jaar, voelde hij zich vaak slachtoffer van een campagne tegen zijn persoon. Nu eens werden bezwaren tegen zijn muzikale opvattingen gemaakt, dan weer werd geklaagd over zijn 'persoonlijke verrijking' op kosten van het orkest. Albrecht werd ook kwalijk genomen dat hij onlangs president Havel in een brief rechtstreeks, maar zonder succes, om hulp en bemiddeling had gevraagd.