Bulgarije: O-Europa: oorlog aan de top

In Litouwen eist president Brazauskas het aftreden van premier (en partijgenoot) Slezevicius - en krijgt het niet. In Bosnië is premier Silajdzic kwaad weggelopen na een conflict met zijn partij en president Izetbegovic; beiden beschuldigen elkaar nu kwaad van dictatoriale neigingen. In Polen beschuldigde president Walesa op de valreep zijn premier Oleksy van spionage voor Moskou. In Tsjechië is president Havel zo vaak door premier Klaus in de hoek gezet dat hij zich nauwelijks nog over de dagelijkse gang van zaken uitspreekt: Havel is een stille president geworden. In Slowakije staat premier Meciar president Kovac al maanden naar het politieke leven: daar heeft het conflict het karakter van een open oorlog aangenomen - een oorlog waarin de geheime dienst er niet voor terugschrok de zoon van de president te ontvoeren.

In het post-communistische Oost-Europa is de vraag wie het voor het zeggen heeft en aan wat voor soort democratie eigenlijk wordt gewerkt nog niet beantwoord. Sommige Oosteuropese landen zijn presidentiële republieken naar Frans model. De meeste heten echter een parlementaire republiek te zijn, waarin de premier de dagelijkse dienst uitmaakt en de president als representatief staatshoofd boven de partijen staat. Maar die relaties aan de top zijn doorgaans nog niet uitgekristalliseerd. Grondwetten zijn onduidelijk of bestaan nog niet, zoals in het geval van Polen. En waar ze wel bestaan, en de president een politiek bescheiden rol is toebemeten, beschouwt hij zich doorgaans - terecht of niet - als hoeder van de democratie, met het recht of zelfs de plicht de regering op de vingers te tikken als hij die democratie bedreigd ziet.

Bulgarije is daar een voorbeeld van. Een jaar geleden kwam daar een socialistische (ex-communistische) regering aan de macht, geleid door Zjan Videnov. Binnen enkele maanden waren de relaties tussen Videnov en president Zjeljoe Zjelev volledig verstoord. Zjelev is weliswaar afkomstig uit de Unie van Democratische Krachten (SDS), die nu in de oppositie is, maar kan niet met het doorgaans warrige en controversiële beleid van die paraplupartij worden geïdentificeerd: hij ziet zich duidelijk als bewaker van de fragiele Bulgaarse democratie.

En die democratie, vindt hij, is in gevaar. Al in mei vorig jaar klaagde de regering over “de systematische pogingen van de president om wetgeving te belemmeren” door wetten terug te sturen “met armzalig gemaskeerde pseudo-argumenten waarvan de meeste niet ter zake zijn”. Uit wraak halveerde Videnov de begroting van de president en toen Zjelev en Videnov beiden in Moskou het eind van de Tweede Wereldoorlog herdachten namen ze verschillende vliegtuigen en gingen elkaar in de Russische hoofdstad zorgvuldig uit de weg.

Sindsdien is de ruzie alleen maar geëscaleerd. Zjelev toont zich bezorgd over “het herstel van de partijstaat en de politiek van de sterke arm” van Videnovs socialistische partij BSP. Volgens hem heeft Videnov de neiging de grondwet te negeren en “alles voor toegestaan te houden als het maar door de meerderheid is goedgekeurd”. “De grondwet is de garantie dat de democratie niet ontaardt in wat Tocqueville noemde de tirannie van de meerderheid”, aldus de president. In december vochten 56 BSP-parlementariërs Zjelevs recht op politieke uitspraken aan. Ze kregen ongelijk van het Constitutioneel Hof, dat bepaalde dat de president het recht heeft “politieke verklaringen of verklaringen die politieke gevolgen hebben” af te leggen.

Aanleiding tot de BSP-actie was Zjelevs kritiek op het ontslag van zeven journalisten bij de staatsradio en de herinvoering - volgens Zjelev, de ontslagen journalisten, alle partijen in het parlement behalve de BSP en veel Bulgaarse media - van overheidscensuur bij de staatsmedia. Zjelev zei “zich nauwelijks te kunnen voorstellen dat de EU het Bulgaarse verzoek om toetreding serieus neemt als radiojournalisten er zo bruut uitgetrapt worden”. Zijn pogingen de radio te dwingen haar nieuwe directeur te ontslaan en de ontslagen journalisten weer in dienst te nemen, mislukten echter.

Sindsdien is het ook hier oorlog tussen de president en de premier. Tien dagen geleden noemde Zjelev de regering “gevaarlijk en schadelijk”, omdat ze hervormingen vertraagt en het gevaar dat “de mafia en de nomenklatoera zich meester maken van het privatiseringsproces” niet bestrijdt. Videnov van zijn kant verwijt Zjelev de regering alleen aan te vallen omdat hij anders “geen kans heeft te worden herkozen”. “De regering gaat niet in op provocaties. Zjelev maakt geen kans op herverkiezing, want hij moet verantwoording afleggen over zijn rol als staatshoofd en die is heel slecht geweest.”

De oorlog gaat door.