Beide landen tonen zich voorstander van verdere bezuinigingen; Timing is enige overeenkomst in Frans-Duits groeioffensief

AMSTERDAM, 31 JAN. Het had er uit moeten zien als een gezamenlijk Frans-Duits initiatief, een voorproefje van de broederlijke samenwerking in economisch beleid die straks het Europa van de ene munt zal kenmerken. Maar het offensief tegen de economische stagnatie en stijgende werkloosheid dat Frankrijk en Duitsland gisteren gelijktijdig aankondigden, vertoont te veel verschillen om die kwalificatie waar te maken.

In grote lijnen zijn de problemen waarvoor beide landen staan gelijk. Na vorig jaar al lager te zijn uitgevallen dan verwacht, valt de economische groei in Duitsland in 1996 volgens officiële ramingen terug naar 1,5 procent. De werkloosheid is inmiddels opnieuw opgelopen tot 9,9 procent van de beroepsbevolking - zo'n vier miljoen mensen. Frankrijk hanteert voor dit jaar nog steeds een officiële groeiraming voor de economie van 2,8 procent, maar de brede verwachting onder economen ligt tussen 1,5 procent en 2 procent. De werkloosheid, zo bleek vanmorgen, is inmiddels het cijfer van drie miljoen gepasseerd en bedraagt nu 11,7 procent.

Het medicijn tegen stagnatie en werkloosheid dat beide landen gisteren aandroegen heeft echter een sterk verschillende receptuur. De regering Kohl presenteerde een pakket van 50 actiepunten voor lastenverlichting, deregulering en aanmoediging van investeringen en bedrijvigheid, met als doel de economische groei te bevorderen en de groeiende werkloosheid tegen te gaan. Opvallend onderdeel is de verlaging van de solidariteitsheffing, de loonbelasing voor het financieren van de opbouw van Oost-Duitsland, van 7,5 procent naar 5,5 procent. Het totale plan moet, als het ongeschonden door het parlement komt, in het jaar 2000 hebben geleid tot een halvering van het legioen van vier miljoen werklozen en het terugbrengen van de overheidsuitgaven van 50 procent tot 46 procent van de omvang van de economie.

“Wat goed is voor Duitsland, is niet per sé goed voor Frankrijk”, zo verdedigde de Franse premier Juppé het Franse plan gisteren. Van dat stimuleringspakket is veruit de belangrijkste het verminderen van de belastingvrije rente op het nationale spaarprogramma Livret A, van 4,5 procent naar 3,5 procent. Franse banken volgden met een renteverlaging op commerciële leningen van 7,5 procent maar 7 procent. Of dat vrijwillig gebeurde is overigens de vraag. Na vier jaar kleinere en grotere crises rond de Franse franc is duidelijk dat de Franse banken van tijd tot tijd met hun rentetarieven doen wat Parijs hen opdraagt. Het plan komt in feite neer op een beloning voor consumptieve bestedingen door middel van een straf op besparingen, en heeft weinig meer om het lijf dan een conjunctureel lapmiddel.

Een doordacht Duits plan voor structurele hervorming versus een haastige Franse poging tot conjunctuurbeleid. Toen de Franse president Chirac twee weken geleden in zijn nieuwjaarstoespraak gewag maakte van een komend gezamenlijk inititatief, sprak hij niet alleen voor zijn beurt, maar pronkte hij ook nog met Duitse veren.

Beide plannen lijden overigens onder een belangrijke beperking: de stimulering van de economie moet plaatsvinden bij verdere bezuinigingen. Zowel Kohl als Juppé onderstreepten de laatste dagen nogmaals dat het doel van een begrotingstekort van 3 procent in 1997, de peildatum voor de kwalificatie voor de Economische en Monetaire Unie in 1999, zal worden gehaald, en dat is onmogelijk zonder de buikriem strakker aan te halen. Het Franse plan, waarbij de lagere rentevergoeding op het spaarprogramma wordt besteed aan het bevorderen van onder meer bouwactiviteiten rond Parijs, lijkt budgettair neutraal. Het Duitse is dat niet: de geraamde kosten van 30 miljard mark (34 miljard gulden) komen overeen met 0,2 procent van het bruto binnenlands produkt, en nog niet duidelijk is waar dat vandaan moet worden gehaald zonder een gelijkluidende lastenverzwaring te veroorzaken.

Daarbij komt de vraag of stimuleringsprogramma's wel zo effectief zijn als in theorie wordt verondersteld. De Japanse regering onthulde in de afgelopen vier jaar tal van dergelijke plannen, waarvan het effect onduidelijk en moeilijk meetbaar is geweest. En als er een positief effect is van een stimuleringsplan, dan treedt dat met grote vertraging pas op - meestal in de periode dat de economie op eigen kracht al weer is opgekrabbeld.

Zo'n tachtig procent van de Franse huishoudens doet mee aan het nationale spaarprogramma waar nu de rente op wordt gekort. De vorige keer dat die rente scherp werd verlaagd, in 1986, leidde die maatregel tot een even scherpe daling van de toenmalige regering in de populariteitspolls. Misschien is dat het minste waarover het kabinet-Juppé zich zorgen hoeft maken. Veel lager dan het cijfer dat de regering in december scoorde, is moeilijk te verwezenlijken.

    • Maarten Schinkel