Begrafenisstemming heerst in Athene over afloop crisis

ATHENE, 31 JAN. In Athene heerst een begrafenisstemming over het verloop van de crisis in de Egeïsche Zee, die nog wordt verhevigd door het verloren gaan van een helikopter en vermoedelijk zijn driekoppige bemanning. Het feit dat ook de Turken weer een vlag op het omstreden eilandje Imia (Kardak) hebben kunnen planten, wat vervolgens in de onderhandelingen kon worden betrokken, werkt vooral zeer ontmoedigend. Men zal nu ongetwijfeld anders gaan denken over de strategische verdiensten van vlagvertoon, waarmee de Griekse vissers van het eiland Kalymnos vorige week op eigen houtje waren begonnen.

De overheersende indruk was hier al eerder dat de crisis is gecreëerd door de Turkse legerleiding die een situatie wilde scheppen waarin mevrouw Tansu Çiller, demissionair premier, wederom een fraaie rol kan spelen, na haar bevredigende aanpak van de affaire rond de door Tsjetsjeense sympathisanten gekaapte veerschip.

De Griekse regering daarentegen, die nog maar net is aangetreden en vanavond haar vertrouwensvotum moet krijgen, heeft veel uit te leggen. Nog gisteravond heerste in het parlement een vastberaden en enigszins eufore stemming, waarin oppositieleider Evert alle handen op elkaar kreeg met zijn uitspraak dat in een situatie als deze iedereen als één man achter de regering staat. Ook de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Pangalos, overigens geen man die het van goedkope effecten moet hebben, kreeg van alle kanten applaus met zijn betuiging dat de Griekse vlag zeker niet zou worden weggehaald en dat over de Griekse territoriale rechten in de Egeïse Zee niet kon worden onderhandeld. Maar vanochtend beschuldigde Evert de regering van “verraad” en eiste hij dat zij “harakiri” zou plegen. “U bent ermee akkoord gegaan de Griekse vlag op Imia te strijken, en om Griekse strijdkrachten van Grieks grondgebied weg te halen en u hebt het aan wal gaan getolereerd” van Turkse eenheden op een Grieks eilandje, zei hij.

Algemeen heerst hier nu het gevoel - en dat zal de regering vanavond moeten zien weg te nemen - dat het onder Amerikaanse druk gaat naar besprekingen over het bestel van de Egeïsche Zee, inclusief Griekenlands rechten op de uitroeping van een twaalfmijlszone aldaar. Het zal moeilijk zijn, wat de laatste week is gebeurd, voor te stellen als een los incident. Groot blijft hier ook de verbittering over de passiviteit van de EU bij de hele aangelegenheid, hoewel daarin “haar eigen oostgrens” in het geding was.

De vraag die men zich hier niet stelt is in hoeverre die oostgrens kan worden vervaagd. Enkele weken geleden is er een enorme deining geweest over een voorval op het Griekse eilandje Kastellorizo, dat in het uiterste oosten ligt, zeven uur varen van het eiland Rhodos en vlak onder de Turkse kust.

Kort tevoren had het eilandje, met zijn 200 inwoners, een eigen vliegveld gekregen. Toen een jongeman deze maand verwondingen opliep doordat hij bekneld raakte aan de kade en dreigde dood te bloeden, hoopte men hem met een Griekse helikopter naar Rhodos te brengen. Maar de helikopter kon niet landen, omdat het vliegveldje (nog) geen verlichting had. In arren moede heeft men hem toen op een schip gezet naar de Turkse stad Kas (tien minuten varen) waar zijn leven in het ziekenhuis werd gered.

In de Griekse pers ontstond een geloei van woede over het ontbreken van een verlichting die slechts een miljoen drachmen zou hebben gekost (7.000 gulden). Maar niemand stelde zich de vraag of het, ook met een verlicht vliegveld, niet beter zou zijn geweest de jongen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, al was dat dan Turks, te laten brengen dan hem een lange en ongerieflijke reis per helikopter te laten maken.

    • Frans van Hasselt