Amy Tan beschouwt schrijven als entertainment

Of spoken bestaan doet er niet toe, vindt de Chinees-Amerikaanse schrijfster Amy Tan. “Spoken zijn een metafoor voor liefde”, zegt ze. Vanavond houdt Tan in het John Adams Instituut in Amsterdam een lezing over haar nieuwste boek.

AMSTERDAM, 31 JAN. The Hundred Secret Senses heet Amy Tans nieuwste boek, en het is bijna onmiddellijk na verschijning uit het Engels vertaald in het Nederlands en in nog veel meer andere talen. Want Tan (44) is een bestselling author. In de lobby van een Amsterdams hotel zucht ze: “Ik heb de publikatiedatum van het boek zolang mogelijk voor me uit geschoven. Ik wilde er niet aan. Want als een boek eenmaal uit is, weet ik dat ik omkom in de tournees.” De in Amerika geboren schrijfster is moe. Ze heeft net tweeëneenhalve maand door de Verenigde Staten gereisd om de verkoop van haar roman te bevorderen en nu wacht haar Europa. Haar vliegtuig uit New York is een paar uur geleden geland.

Het succes van Amy Tan is als het sprookje van de kikker die prins werd. Nooit had ze gedacht romanschrijfster te worden, ook niet toen ze Engelse letterkunde studeerde aan de universiteit van Berkeley. Na haar studie vulde ze haar dagen met een baan, waarvan ze de naam uitspuugt: “Business-writer, wat haatte ik dat werk.” Iedere dag bedrijfsplannen, redevoeringen en jaarverslagen schrijven. Met succes, dat wel. Totdat iemand, die nu haar agente is, haar aanmoedigde verhalen te schrijven. “Iedere week belde ze me op, schrijf nou een verhaal, en nog één, en nog één.” Tan ging aarzelend aan de slag en toen de verhalen waren voltooid, in 1989, was daar The Joy Luck Club, een boek over de problemen van de tweede generatie Chinees-Amerikanen in de Verenigde Staten. De roman, die zich afspeelt rondom een mahjongtafel, werd in de hele wereld een daverend succes. Met het schrijven voor bedrijven stopte Tan onmiddellijk. Sindsdien produceert ze uitsluitend lijvige romans - The Kitchen God's Wife was haar tweede, en nu dan The Hundred Secret Senses.

In alle drie boeken sluimert China op de achtergrond: in moderne Amerikaanse crematoria, door nachtmerries heen, tijdens Halloween en in de gedachten van een jogger in Central Park. Iedere hoofdpersoon - altijd een vrouw 'want vrouwen bezorgen me meer moeilijkheden', zegt Tan - wordt verscheurd tussen weerzin tegen en liefde voor dit land waar de familie vandaan komt. In The Joy Luck Club vertelt de in San Francisco opgegroeide Jing-Mei Woo hoe haar moeder op een dag voorspelt dat ze zal merken dat ze Chinese is, al doet Jing-Mei nog zo haar best om een model-Amerikaanse te zijn. “En toen ze dit zei”, zegt haar dochter, “zag ik mezelf veranderen als een weerwolf (-), in een opeenstapeling van eigenaardige Chinese gedragingen, al die dingen die mijn moeder deed om me beschaamd te maken: afdingen in de winkel, in het openbaar in haar mond peuteren met een tandenstoker, kleurenblind zijn voor het feit dat citroengeel en lichtroze geen goede combinatie zijn voor winterkleren.” Naarmate de hoofdpersonen ouder worden - midden dertig is een cruciale leeftijd - ontstaat er begrip voor het Chinese erfgoed.

In The Hundred Secret Senses speelt opnieuw een sceptische Westerlinge van Chinese komaf de hoofdrol. Maar het rationele denken van de fotografe Olivia legt het uiteindelijk af tegen de magische yin-ogen van haar Chinese halfzus Kwan die met geesten recepten kan doorspreken, roddelen, gieren van het lachen en huilen. Op het eind van het boek verdwijnt Kwan in een versteende stad in een onderaards labyrint in Changmian. Tan zegt nu: “Hoe pessimistisch het verhaal ook afloopt - Kwan gaat waarschijnlijk dood - het blijft een hoopvol boek.” Het is geen boek met een boodschap. “Ik verkondig niet het leven na de dood of het bestaan van gelukkige spoken. Die spoken zijn een metafoor voor liefde. Olivia realiseert zich ten slotte: 'Geloven in geesten? Dat is geloven dat de liefde nooit sterft.' ”

De schrijfster verzet zich tegen de druk die de literaire wereld op haar uitoefent om als woordvoerder van de Chinees-Amerikaanse gemeenschap in het Westen op te treden. “De Chinese cultuur is bij toeval mijn achtergrond. Ik ben een Amerikaanse schrijver. Schrijven is voor mij een vorm van entertainment, van opvoeding en introspectie.” Maar juist omdat haar boeken zo sterk autobiografisch zijn gekleurd en nauw verweven met de dagelijkse geschiedenis van haar Chinese voorouders, kruipt China onder elke regel uit. Als Tan over haar eigen familie vertelt, is het alsof je een hoofdstuk uit The Joy Luck Club of The Hundred Secret Senses openslaat.

De Chinese weduwe die in The Joy Luck Club concubine wordt van een rijke zakenman in Shanghai en ten slotte zelfmoord pleegt door het eten van rauwe opium, is het verhaal van haar eigen grootmoeder. “Een groot geheim in de familie. Ik hoorde het pas halverwege de jaren zestig van mijn moeder”, zegt Tan. “Tot die tijd sprak ze nooit over China, ook niet over de dochters die ze daar in 1949 achterliet toen ze met de laatste boot naar Amerika kwam. Toen mijn moeder in 1978 voor het eerst haar dochters mocht opzoeken in China, zei ze op het vliegveld van Peking: 'Wat staan daar toch voor oude vrouwen naar me te zwaaien?'. Dat waren haar dochters, die ze voor het laatst als kleine meisjes had gezien.”

Binnenkort reist Tan met haar moeder naar China. Het is de zesde keer dat Tan erheen gaat. Voor haar 80-jarige moeder zal het bezoek waarschijnlijk een afscheid zijn. “Ze heeft Alzheimer. De moeilijke dingen uit haar leven vergeet ze de laatste tijd steeds meer. 'Dat is geweldig' zeg ik tegen haar en daar kan ze dan gelukkig om lachen.”

Amy Tan houdt vanavond om 20u in het John Adams Institute een lezing in de reeks American Literature. Adres: de Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam. De zaal is uitverkocht.

    • Lucette ter Borg