Wanneer kennis voorkennis wordt

AMSTERDAM, 30 JAN. Op welk moment gaan de overnameplannen van een bedrijf van gekriebel op de achterkant van een sigarenkistje over in serieuze voorbereidingen? En wanneer wordt de kennis daarvan bij topmanagers -als zij op de beurs in aandelen van hun eigen bedrijf handelen, of personeelsopties uitoefenen- het soort geheime informatie dat kan uitdraaien op voorkennis? Beursfraude is niet alleen strafbaar, maar is -ook als later onschuld blijkt- een keiharde kraker van reputaties, zoals voormalig topman J. van den Nieuwenhuyzen van Begemann de afgelopen jaren heeft moeten ervaren.

Zijn raadslieden deden twee weken geleden tijdens de behandeling van de RDM-zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen dan ook een poging om meer helderheid te brengen in de mist van de informatievoorsprong die topmanagers hebben op de buitenwereld. Dat zij uit hoofde van hun functie meer informatie hebben dan anderen staat vast, maar wanneer is meer informatie ook voorinformatie?

Van den Nieuwenhuyzens advocaten mr. L. Spigt en mr. G. Hoff introduceerden daarvoor twee voorwaarden: de informatie moet slaan op een gebeurtenis die met “een zekere waarschijnlijkheid” zal plaatsvinden en de gebeurtenis moet van belang zijn in het geheel van de bedrijfsactiviteiten. Voorbeeld: een lijstje kandidaten opstellen voor een kleine overname scoort laag op de schaal van Spigt en Hoff, een concreet overnamebod op een grote concurrent is een voltreffer.

Dat was bij de overnameplannen in 1991 voor de werf RDM, de centrale gebeurtenis in de zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen, niet het geval, vond zijn verdediging. Zulke plannen had een overname-koning als Van den Nieuwenhuyzen aan de lopende band. Er waren nog niet eens concrete onderhandeling met de eigenaar van RDM geweest. Er was geen sprake van material information.

Daar denkt de Amsterdamse rechtbank anders over, zo bleek gistermiddag toen Van den Nieuwenhuyzen werd vrijgesproken. De rechtbank vindt dat de plannen al zo concreet waren dat zij geheime informatie vormden, zoals bedoeld in de strafwet tegen beursfraude. In dit geval was van beursfraude geen sprake omdat een tweede vereiste voor een veroordeling -een aanmerkelijke stijging of daling van de beurskoers- niet optrad en ook niet te verwachten viel.

Goed nieuws voor Van den Nieuwenhuyzen, maar slecht nieuws voor zijn advocaten? Zij verdedigen ook enkele topmanagers van het handelshuis Borsumij Wehry tegen beschuldigingen van handel met voorkennis bij de aankoop van de winstgevende kleinere sectorgenoot Stokvis, die niet beursgenoteerd was. Na bekendmaking van de overname steeg de koers van Borsumij een paar procent.

Advocaat Hoff ziet geen vuiltje aan de lucht. Toen de Borsumij-managers hun aandelen kochten wisten zij wel de naam van het doelwit, maar ontbeerden zij financiële details. Hoff ziet meer problemen voor de Amsterdamse effectenbeurs, die voorschriften heeft (de modelcode) voor handel door topmanagers en andere insiders in aandelen van hun eigen bedrijf.

Op basis van het RDM-vonnis is elke informatie van topmanagers potentiële geheime informatie die tot voorkennis leidt. De beurs kan dan ook het beste een algemeen verbod op eigen aandelenhandel door topmanagers en andere bedrijfsinsiders instellen, denkt Hoff. Omdat zo'n maatregel, gezien de populariteit van optieregelingen voor managers niet haalbaar is, pleit hij voor openbare publicatie van transacties door topmanagers. “Maar wie gaat die informatie bekend maken, en hoe? Want die gegevens op zichzelf zijn ook weer potentieel koersgevoelige informatie.”

Hongarije 4,123

    • Menno Tamminga