Wachtgeld

In NRC HANDELSBLAD van 10 januari wordt aangaande de wachtgeldregels de ongelijke behandeling vanaf 1 januari 1996 van leden van de colleges van bestuur en het overige universitaire personeel aan de orde gesteld.

Voor de laatstgenoemde groep geldt, in tegenstelling tot de collegeleden, dat vanaf die datum de inkomsten uit bijbanen worden gekort op de wachtgelduitkering. Blijkens de toelichting staat deze maatregel haaks op de belofte die op dit punt werd gedaan aan de (on)vrijwillige ontslagen medewerkers aan het einde van de jaren tachtig. Daaraan wordt toegevoegd dat “die belofte echter niet op papier staat” en dat de maatregel een aanpassing is aan de situatie in het bedrijfsleven. Met dit 'papier' zal de toen gecreëerde wettelijke basis voor de taakverdelingsoperatie zijn bedoeld, maar in de in 1987 en in 1988 verstrekte brochures van de Katholieke Universiteit Nijmegen staat vermeld dat indien men “na het ontslag door arbeid inkomsten verwerft (...) deze op het wachtgeld in mindering (worden) gebracht voorzover het wachtgeld plus deze inkomsten uitgaan boven de laatst genoten bezoldiging”.

De inhoud van deze op schrift gestelde regeling die overeenkomt met die van het Rijkswachtgeldbesluit van 1959, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Universiteiten die deze harde belofte hebben gedaan zullen daar niet onderuit kunnen komen. Dan kan een bescheiden verkregen recht behouden blijven voor hen die onvrijwillig de biezen hebben moeten pakken. Hetzelfde geldt voor hen die indertijd op 'vrijwillige' basis uit lijfsbehoud een ondraaglijk werkklimaat en een ijzersterke rechtspositie met een goed salaris de rug hebben toegekeerd.

    • Dr. F. Broekman