Vuilnis is gemeentetaak

Bij bestuurders van gemeenten bijvoorbeeld wordt, behalve de energiesector, vaak ook de afvalverwijdering genoemd als een activiteit die best geprivatiseerd kan worden. Ook Van der Ploeg zegt zonder voorbehoud dat de 'vuilnisophaal' uitbesteed kan worden (NRC HANDELSBLAD, 10 januari). Met alle waardering die ik heb voor zijn betoog, acht ik dit toch een uiterst ondoordacht statement. Diegenen die zicht hebben op de markt van de afvalinzameling weten dat deze beheerst wordt door een klein aantal grote internationale bedrijven enerzijds en een groot aantal relatief kleine gemeentelijke overheidsdiensten.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de grote (internationale) bedrijven niet met elkaar willen concurreren, maar wel met die kleinere overheidsbedrijven. Het merendeel van de kleine gemeenten laat zijn huishoudelijk afval al door deze ondernemingen of geaffilieerde bedrijven ophalen. De grotere gemeentelijke bedrijven liggen nu onder vuur van deze bedrijven. Het is dan navrant dat deze gemeentelijke bedrijven enerzijds vaak bedrijfseconomisch beter presteren dan genoemde grote internationale bedrijven en daardoor goedkoper zijn, en dat anderzijds de lokale bestuurders en, blijkens het artikel van Van der Ploeg, ook parlementariërs, desondanks vaak roepen dat de markt deze taken moet overnemen. Dat is vooral strategisch gezien ondoordacht.

Indien de gemeentelijke overheid haar uitvoerende taak in de afvalinzameling aan de private sector overdraagt, zal het reinigingsrecht op termijn nog meer stijgen dan het nu al doet. Wij worden dan overgeleverd aan het alleenrecht van een klein aantal zeer grote bedrijven dat veel geld aan de handel in afval zal verdienen. Met name in de Verenigde Staten is het effect van zo'n situatie goed te zien. En dan heb ik het niet eens over het feit dat de uitvoering van het afvalstoffenbeleid onderdeel is van het Nationaal Milieubeleidsplan. Economische voordelen op korte termijn kunnen hierbij op gespannen voet staan met een lange-termijnvisie.

Overigens zou ik er niet voor willen pleiten om de afvalverwijdering in Nederland weer geheel in overheidshanden te geven. Dat is niet praktisch, alleen al omdat een groot deel van het afval in Nederland door bedrijven wordt geproduceerd waarvoor de overheid geen zorgtaak heeft.

Gegeven een marktsituatie waarbij particuliere ondernemingen monopolistische trekken vertonen, is het wel van belang dat de positie van de enige concurrenten van deze particuliere bedrijven, namelijk de overheidsbedrijven, wordt versterkt. Voor deze overheidsbedrijven moet dan gelden dat zij hun doelmatigheid verder optimaliseren, onder andere door schaalvergroting, met andere woorden gemeenten moeten gaan samenwerken.

Voorts zal er bij lokale bestuurders het besef moeten gaan ontstaan dat deze overheidsbedrijven - om hun positie ten opzichte van de particuliere concurrenten gelijkwaardig te maken - de mogelijkheid krijgen om zich op de markt van bedrijfsafval te begeven. Eigenlijk een vorm van 'deprivatisering' dus.

Uit het voorgaande betoog wil ik een tweetal conclusies trekken ten aanzien van overheidsactiviteiten in de nutssector. Het meer op afstand zetten van de overheid bij de uitvoering van nutstaken, zoals de energievoorziening - en daarbij aan het management de opdracht geven te gaan ondernemen (meer markt, nietwaar) - zal in een monopolistische situatie tot verrassende en ongewenste resultaten leiden. Een aanslag op de portemonnee van de burger is daarbij mogelijk.

Het te snel kiezen voor privatisering van bepaalde overheidsactiviteiten, zoals de 'vuilnisophaal', zal leiden tot een monopolie-situatie met alle financiële nadelen voor de burger, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Gezien de marktsituatie zou in deze sector zelfs gedacht moeten worden aan 'deprivatiseren'.

Als moraal wil ik meegeven dat privatisering van overheidstaken maatwerk betekent. De theorie, zoals verwoord door Van der Ploeg, en de praktijk moeten daarbij bij elkaar in overeenstemming worden gebracht.

Anders gesteld: bezien vanuit de Tweede Kamer en het gemeentehuis lost de vrije markt alle problemen op, maar hoe dichter je bij de werkelijkheid komt, des te minder gaat dit op als algemeen geldende waarheid.