Uitstel van wet kost 'modaal' twintig gulden

DEN HAAG, 30 JAN. Het uitstel van de privatisering van de Ziektewet leidt tot een achteruitgang in koopkracht voor iemand met een modaal inkomen (45.000 gulden) van ruim twintig gulden.

Dit blijkt uit een brief die minister Melkert (Sociale Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister reageert op vragen uit de Kamer over de loonstrookjes van januari. De ministerraad heeft vrijdag besloten dat de achteruitgang in koopkracht die een gevolg is van een uitstel van de afschaffing van de Ziektewet wordt gerepareerd. Door de privatisering van de Ziektewet komen de werknemerspremies te vervallen. Het voordeel dat voor de werknemers zou optreden, heeft zich de eerste twee maanden van dit jaar niet voorgedaan. Sociale minima zien daardoor de koopkracht met dertien gulden afnemen en mensen die het minimumloon verdienen, hebben twaalf gulden minder te besteden. Op 6 februari wordt de Ziektewet in de Eerste Kamer besproken en het ministerie van Sociale Zaken verwacht dat de nieuwe wet op 1 maart van kracht zal zijn.

“Het kabinet zal er bovendien voor zorg dragen dat het in de maanden januari en februari opgetreden inkomensverlies volledig ongedaan wordt gemaakt, door de reeds aangebrachte verlaging van de werkgeverslasten naar evenredigheid te beperken ten gunste van de werknemers”, schrijft Melkert in zijn brief.

In de brief wordt ook aangekondigd dat minister Borst (Volksgezondheid) de oorzaken van de niet voorziene hogere opslagpremies in de Ziekenfondswet in kaart zal brengen. Het kabinet had erop gerekend dat de opslagpremie, die de ziekenfondsen zelf mogen vaststellen, 27 gulden per jaar zou bedragen. In de praktijk gaat het om een verhoging van 30 tot 70 gulden. Het gaat om een verhoging per volwassene, waardoor huishoudens met twee volwassenenen hiervan een dubbel effect ondervinden. De inkomensgevolgen zullen door het kabinet worden betrokken bij het te voeren sociaal-economisch beleid voor 1997.

Een derde oorzaak van inkomensachteruitgang vormen de gemeentelijke heffingen. Het kabinet was ervan uit gegaan dat die met gemiddeld 4,5 procent zouden stijgen in 1996. Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende dat de stijging 3,1 procent hoger uitvalt. Voor minima zou de koopkracht hierdoor met 0,07 procent dalen. Het kabinet is nog niet van plan met reparatie hiervoor te komen en wil eerst de oorzaken in kaart brengen.