TNO bepleit meer aandacht voor slechthorendheid

DEN HAAG, 30 JAN. Slechthorendheid is een omvangrijk volksgezondheidsprobleem waarvoor ruimere aandacht gerechtvaardigd is. Dit stelt de onderzoeksorganisatie TNO in een rapport over slechthorendheid in Nederland.

In Nederland lopen wetenschappelijke schattingen van het aantal slechthorenden uiteen van 675.000 personen van dertien jaar en ouder tot 1,3 miljoen personen van zestien jaar en ouder, zo blijkt uit cijfers van eerdere onderzoeken die TNO heeft geïnventariseerd.

Onder slechthorendheid verstaan de onderzoekers een verminderd gehoorvermogen waarbij het nog wel mogelijk is spraak of andere geluidsindrukken, eventueel met hoortoestellen, via het gehoor waar te nemen. Doofheid is volgens deze definitie het niet meer primair via het gehoor kunnen communiceren, ook niet met een hoortoestel.

De cijfers wijken niet af van gegevens uit het buitenland. Grofweg blijkt ook in andere landen tien procent van de totale bevolking van vijftien jaar en ouder met gehoorproblemen te kampen.

Het merendeel van de slechthorenden is 55 jaar en ouder en de oorzaak is meestal ziekte of ouderdom, zo melden de onderzoekers, die erop wijzen dat zij hun gegevens hebben ontleend aan drie eerder afgenomen bevolkingsenquêtes. Dit betekent dat alleen de subjectief beleefde slechthorendheid kon worden vastgesteld. Objectieve gegevens zijn alleen beschikbaar van de dienstplichtkeuring. Het aantal op hun gehoor afgekeurden schommelt jaarlijks rond de 1,3 procent.

Het onderzoek is gehouden op initiatief van J. Grote, KNO-arts en hoogleraar in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, die vier jaar geleden in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde waarschuwde voor onderschatting van het probleem slechthorendheid. Grote nam ook het initiatief voor de oprichting van de Nationale Hoorstichting, die zich gisteren in Den Haag presenteerde. De stichting stelt zich ten doel de samenleving te attenderen op het bestaan van slechthorenden, die doorgaans sluipenderwijs in een isolement zijn geraakt, en het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek.

Volgens Grote zal het aantal slechthorenden in Nederland binnenkort zijn gestegen tot twee miljoen. Jaarlijks komen er volgens de Leidse hoogleraar 25.000 slechthorende jongeren bij als gevolg van walkmans, discotheken en lawaai op het werk. Grote laakte gisteren het gebrek aan aandacht voor slechthorendheid. Als oorzaken hiervoor noemde hij de aandoening zelf, die zeer geleidelijk ontstaat, en de betrekkelijke onzichtbaarheid van de aandoening. Grote: “Slechthorendheid zie je alleen aan een steeds kleiner wordend gehoorapparaat. Slechthorendheid spreekt niet tot de verbeelding, slechthorenden worden meestal lastig gevonden.”

Staatssecretaris Terpstra (volksgezondheid) riep bij het in ontvangst nemen van het rapport de slechthorenden op meer dan nu voor hun handicap uit te komen, bijvoorbeeld door het dragen van gekleurde hoortoestellen en kledingbadges. Volgens Terpstra is het misplaatste ijdelheid om als slechthorende geen aandacht te vragen voor de eigen handicap.

Volgens TNO hebben veel werknemers in eerder onderzoek aangegeven dat zij in een lawaaiige omgeving werken: 27 procent van de mannen (ongeveer één miljoen) en 15 procent van de vrouwen (325.000). Van de werkenden in de industrie staat 49 procent bloot aan een lawaainiveau hoger dan 80 dB, de grens waarboven het verplicht is om beschermend materiaal te verstrekken. Van andere bedrijfstakken zijn geen gegevens bekend. Het aantal slechthorende leerlingen in het speciaal en voortgezet onderwijs bedraagt ruim vierduizend, dit aantal is sinds 1990 toegenomen.

De Nationale Hoorstichting en de Stichting Dienstverlening Gehandicapten dringen aan op maatregelen. Zij willen vooral meer voorlichting, meer en betere revalidatieprogramma's en verruiming van de mogelijkheden voor participatie in de samenleving van jeugdige en oudere slechthorenden.