Studenten 'in control' met zichzelf getraind

ZOETERWOUDE, 30 JAN. Is Emile Ratelband nu ook al salonfähig voor academici? 'Voor een krachtige persoonlijkheid', schreeuwt een folder die vooral economiestudenten tot een sociale-vaardigheidstraining moet bewegen. 'Verleg je grenzen. Investeer in jezelf.' Alleen het 'Tsjakkaa!' ontbreekt nog.

Vorige week waren 120 studenten twee dagen lang te gast bij sponsor en bierbrouwer Heineken, waar een professioneel trainingsbureau tegen een sterk gereduceerd tarief - niet 1.500 maar 75 gulden - de cursisten leerde meer 'in control' met zichzelf te raken. Daartoe kregen de deelnemers stoomcursussen non-verbale communicatie, neuro-linguïstisch programmeren, omgaan met lastige mensen en presentatietechniek. De sessies waren een trechter naar één heilig doel: hoe voer ik met succes mijn sollicitatiegesprek.

“Een krachtige persoonlijkheid? Dat maak ik zelf wel uit”, zegt deelnemer B. Alberts. “Ik doe deze training vooral om mijn arsenaal uit te breiden voor als ik straks de arbeidsmarkt opga, maar eigenlijk vind ik het de taak van een universiteit om dat te doen.”

Volgens organisator H. ten Dam van de internationale economiestudenten-organisatie AIESEC was het inlassen van een extra workshop 'sollicitatietechniek' onontkoombaar om een ruime inschrijving te krijgen. “Universiteiten hebben daar heel weinig aandacht voor, net zo min als voor presentatietechniek.” Het is de reden waarom zijn vereniging persoonlijkheidstrainingen aanbiedt. “Als je al een presentatie houdt, word je alleen op de inhoud daarvan beoordeeld”, vult L. Thomas aan. “Maar als je een werkstuk inlevert, kijken docenten weer wel naar de presentatie dáárvan.”

Ondertussen zijn de workshops in volle gang. “Je vergeet te spiegelen”, klinkt het zeurderig uit een zaal. “Je moet kijken hoe zijn houding is en dan dezelfde houding aannemen, dan creëer je een band.” In een andere zaal staat een docent non-verbale communicatie driftig bewegend zijn gehoor te woord. “Je moet erachter zien te komen of die mensen wel recht hebben op jouw kwaliteiten”, zegt J. van Schagen over het doel van een sollicitatiegesprek, terwijl hij elke lettergreep vergezeld laat gaan van een handbeweging.

Straalden enkele onderuitgezakte cursisten bij de non-verbale communicatiesessie nog ongeveinsde desinteresse uit, als de sollicitatietraining begint zitten ze voorovergebogen met pen en papier in de aanslag. “Ik vind dit kostelijk”, zegt een deelnemer als een sollicitant tot de veters toe is afgewezen. In zijn enthousiasme voor een fictieve baan bij een informaticabedrijf praat deze zo snel dat hij de portee van elke zin uit het oog verliest. “U bent wel druk hè?” probeert zijn medestudent, die aan de andere kant van de tafel zit, het tempo terug te brengen. Trainer F. Jansen voegt bij de nabespreking de inmiddels weggedoken jongeman toe dat hij een plaat voor zijn kop heeft, “want je hebt helemaal niet op de signalen van de sollicitatiecommissie gereageerd”. “Dat kunt u niet maken”, zegt een cursiste met overslaande stem, “zo hard gaat het in het echt ook niet.”

Aan het eind van de dag is de docent nog verbaasd over die opmerking. “Kennelijk ligt tegenwoordig de acceptatiegrens van wat studenten aan hardheid kunnen hebben op het niveau dat je tegen iemand zegt dat hij een plaat voor zijn kop heeft”, mijmert Jansen, terwijl hij in zijn pilsje kijkt. Maar hij weet dat de felheid waarmee hij de cursisten vandaag heeft afgebekt nog niets is vergeleken met een echt sollicitatiegesprek. “Tien, misschien vijftien jaar geleden waren dit soort trainingen voor academici ondenkbaar, want ze kregen toch wel een baan. Nu realiseren ze zich dat ze een van de velen zijn en dat ze zich een beeld moeten vormen van hoe het in de werkelijkheid er aan toe gaat.”

Als studenten wat meer in de maatschappij zouden staan, zouden ze volgens politicologie-student Alberts bij de trainingen niets nieuws horen. “Eigenlijk is het triest dat dit soort cursussen nodig zijn”, vindt hij. De training heeft hem wel aan het denken gezet: “Je leeft als student in een zeepbel die uit elkaar spat als je aan het eind van je studie in de realiteit wordt geschopt. Je bent eigenlijk vijf tot zes jaar bezig die realiteit uit te stellen en mijn deelname aan deze training markeert het eind van die periode.”

    • Robert Giebels