Speelgoed in galop door de kamer

Lynne Reid Banks, De Indiaan in de kast. Uitg. Leopold, 142 blz., vanaf 8 jaar, ƒ 27,50.

Er woont een mannetje op het dak, een kinderjuffrouw komt aangewaaid, of uit een oud muizenhol komt een Wiplala gekropen: rare personages in kinderboeken zijn er vaak ineens. Waar ze vandaan komen blijft een raadsel. Anders is dat in het geval van je eigen speelgoed dat tot leven komt. Stond het bij het slapen gaan nog netjes op de plank, in de nacht begint het ineens te wandelen en te praten. Levend speelgoed lijkt een universele kinderfantasie, want wie heeft nooit gedacht dat zijn tinnen soldaatjes een stukje marcheerden als hij even niet oplette of dat de beer eerst toch echt heel anders op bed lag? Kinderboekenschrijvers haken daar vaak gretig op in.

In De Indiaan in de kast van Lynne Reid Banks dat momenteel ook als film in de bioscopen draait, is het hoofdpersoon Omri zelf die zijn plastic poppetjes tot leven wekt. Hoe hij het doet weet hij niet precies, maar het heeft iets te maken met de combinatie van drie verjaardagscadeaus, een plastic indiaan, een oud medicijnkastje en een piepklein sleuteltje van een juwelenkistje van oma. De Irokese indiaan Kleine Beer blijkt een lastige logé, die zeurt om buffelbout en vuurwater. Het is een dappere krijger met een hardnekkige drang te jagen en te vechten, ook al is het in een kinderkamer. Als hij zijn angst voor de reus Omri overwonnen heeft, wordt hij bazig en veeleisend. Tegelijkertijd blijft het indiaantje een aandoenlijk klein mannetje met zijn kralenschoentjes en zijn voor het menselijk oog haast onzichtbare oortjes.

Waarschijnlijk ligt de aantrekkingskracht van de drommen kleine mannetjes die kinderboeken bevolken in de omgekeerde wereld die door hun komst ontstaat. Zij maken kinderen tot 'grote mensen', die hen moeten voeden en beschermen. Omri doet alles voor zijn indiaan: hij steelt een met pompoenzaad ingezaaid plantenbakje van zijn vader, zodat Kleine Beer een stamhuis kan bouwen en wekt speciaal voor hem een plastic Arabierenpaardje tot leven. Zoals altijd in dit soort boeken wordt de indiaan verscheidene malen bijna ontdekt door Omri's ouders en kan Omri de verleiding om zijn levende speelgoed mee naar school te nemen niet weerstaan. Volwassenen in kinderboeken begrijpen zelden iets van kleine mannetjes: ze zijn er bang voor, zien ze aan voor aangeklede muizen of willen de lichaampjes onderzoeken in een laboratorium.

In het boek is zelfs Omri's vriend Patrick niet helemaal te vertrouwen. Hij is jaloers en eist voor zichzelf een levend cowboy'tje op. Dat hadden ze nou niet moeten doen. Meteen is het oorlog in Omri's kamer.

De Indiaan in de kast is een pretentieloos verhaal, dat op het gebied van de stijl niets bijzonders heeft te bieden, maar wel spannend en grappig is. Ondanks houterige zinnen als 'er zat beslist een levend wezen in het medicijnkastje' en de cliché's (de tanden van de indiaan 'blikkeren') zit er vaart in.

Het boek is helaas ongeïllustreerd. Maar het blijft leuk en voorstelbaar: een levend speelgoedpoppetje dat door de kamer galoppeert en voor zijn tipi een vredespijpje rookt.

    • Judith Eiselin