'Smeergelden leiden tot de verkeerde beslissingen'

De vierhonderd afgevaardigden uit negentig landen die begin oktober vorig deelnamen aan de 'Anti-corruptie en civiele participatie conferentie' in Peking vielen van de ene verbazing in de andere. Vertegenwoordigers van Amnesty International bleken niet welkom, evenmin als journalisten.

De Chinese gastheren verboden het geven van interviews. De al maanden geplande toespraak van Pekings vice-burgemeester Wang Bao-sen was geschrapt. De reden daarvoor was simpel: Wang pleegde een half jaar eerder zelfmoord nadat was gebleken dat hij de centrale figuur was in het grootste corruptie-schandaal in de geschiedenis van de Chinese communistische partij. Hij zou 37 miljoen dollar achterover hebben gedrukt. Het hotel waar de conferentie over bestrijding van corruptie plaats vond, bleek eigendom van Chen Xiatong, de zoon van de voormalige partijsecretaris Chen Xitong die, enkele dagen voor de bijeenkomst begon, wegens machtsmisbruik en corruptie uit de partij was gezet.

De verbazing bereikte een hoogtepunt toen Michel van Hulten, ex-PPR-politicus en tegenwoordig adviseur van minister Jan Pronk ( Ontwikkelingssamenwerking), in zijn toespraak op de conferentie onthulde dat de Chinezen hem gevraagd hadden twee alinea's uit zijn rede te schrappen. Daarin stond onder andere dat volgens een commissie in Hongkong met 'giften' en 'omkoping' drie tot vijf procent van de omzet van ondernemingen in China is gemoeid. De Chinese conferentie-woordvoerder Zhang Xinze noemde de censuur waaraan Van Hulten zich als enige afgevaardigde ostentatief onttrok, “niet ongewoon”. “We geven er de voorkeur aan dat het woord censuur niet wordt gebruikt”, aldus deze woordvoerder. “We zeggen liever dat het een gebaar van vrede en goodwill voor de mensheid is.”

De drie tot vijf procent die de Independent Commission against Corruption in Hongkong voor de Chinese Volksrepubliek als gemiddelde voor smeergeld vermeldde, zal de autoriteiten in Peking niet hebben verbaasd. In China worden jaarlijks enige tientallen functionarissen wegens corruptie geëxecuteerd. De werkelijke percentages die aan smeergeld aan ambtenaren worden betaald, liggen waarschijnlijk aanmerkelijk hoger. De mislukte poging tot censuur van Van Hultens toespraak gold overigens niet Chinese, maar andere schokkende cijfers die de Nederlandse vertegenwoordiger in zijn rede noemde. Zo moet in Brazilië gewoonlijk 15 tot 20 procent van de waarde van overheidsopdrachten aan smeergeld aan ambtenaren worden overgemaakt, ongeveer even veel als in Japan. De andere omstreden passage had betrekking op Nigeria waar, volgens een Nigeriaanse deskundige “zestig procent van de rijkdom van de natie aan corruptie opgaat.”

De Pekingse bijeenkomst was de zevende anti-corruptie conferentie die was georganiseerd door Transparency International (TI), een in 1993 opgerichte non-gouvernementele organisatie die zich inzet voor bestrijding van corruptie in de betrekkingen tussen overheden in derde wereldlanden en het bedrijfsleven in het 'rijke noorden' van de wereld. Aan de conferentie werd deelgenomen door vertegenwoordigers van regeringen en non-gouvernementele organisaties die o.a. werkzaam zijn op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Het internationale bedrijfsleven was afwezig, met een uitzondering, Shell.

TI is voortgekomen uit de zogenoemde. Global Coalition for Africa, de in 1990 door minister Pronk in het leven organisatie die aandacht vraagt voor het 'vergeten continent' Afrika, en daarbij de nadruk legt op democratie en good governance. Daartoe hoort uiteraard ook bestrijding van corruptie, die overigens niet alleen in Afrika endemisch is - al geldt president Mobutu van Zaïre met een privé-vermogen van enige miljarden dollars als een van de meest corrupte staatshoofden ter wereld.

Transparency International, met hoofdkantoor in Berlijn, richt zich op bestrijding van grensoverschrijdenden corruptie vanuit twee gezichtspunten. De eerste is dat de publieke steun voor ontwikkelingshulp zou kunnen verminderen als blijkt dat belastinggelden ten dele in de zakken van corruptie functionarissen in de ontvangende landen verdwijnen.

Van Hulten, vertegenwoordiger van TI in Nederland: “Als 5 procent van de Nederlandse ontwikkelingsgelden opgaat aan corruptie, dan gaat het om 250 miljoen gulden. Het belang van minister Pronk is daarmee duidelijk.”

Het tweede gezichtspunt is wat Van Hulten het 'echte probleem' noemt: corruptie leidt tot verkeerde besluitvorming. Van Hulten: “De verkeerde leverancier of de verkeerde investeringsgoederen worden gekozen, voor investeringen worden de verkeerde plekken aangewezen en de verkeerde prijs wordt betaald. Soms worden de gecontracteerde goederen of overeengekomen dienstverlening in het geheel niet geleverd. Daarbij gaat het om aanzienlijk belangrijker bedragen dan de geldsommen uitgekeerd in de vorm van corrupte betalingen. En om marktverstoring die onaanvaardbaar is omdat ze nadelig is voor de betreffende actviteit en/of bevolking.”

Transparency International trok afgelopen zomer voor het eerst internationale aandacht met de publikatie van de TI Corruptie Index, een ranglijst waarin resultaten van verscheidene onderzoeken naar corruptie in 41 landen zijn verwerkt. Op deze eerste Index - die TI jaarlijks wil aanpassen - staat Nieuw Zeeland als het minst corrupt bovenaan, terwijl China en Indonesië de minst eervolle plaatsen onderaan de ranglijst innemen.

In Indonesië bestaan volgens een Indonesisch rapport de functioneringskosten van een onderneming voor 8 tot 10 procent uit betalingen aan bureaucraten. Pakistan heeft zelfs een officieel systeem voor betalingen aan ambtenaren: zeven procent van de waarde van een contract. Volgens beredeneerde schattingen verdwijnt jaarlijks zo'n 26 miljard dollar aan smeergeld in de zakken van corrupte functionarissen. Als men ervan uitgaat dat 5 procent - een lage schatting - van alle buitenlandse investeringen en alle import in ontwikkelingslanden jaarlijks min de vorm van smeergelden 'verdwijnt', dan is daar in totaal 50 miljard dollar mee gemoeid. TI dat deze praktijken wil bestrijden, heeft inmiddels in veertig landen nationale afdelingen, zgn. chapters, vijftien in de geïndustrialiseerde wereld en 26 in de Derde Wereld. Maar deze chapters worden doorgaans gevormd door academici, gepensioneerde zakenlui, oud-politici en - in Afrika - een enkele president. De belangstelling van het bedrijfsleven is, zo erkent Van Hulten, 'nihil'. Het grootste deel van de financiering van de organisatie komt van regeringen - van de Verenigde Staten, Canada, Noorwegen, Denemarken, Zweden, Duitsland, Zwitserland, Nederland, de stad Berlijn en Ecuador, het enige ontwikkkelingsland dat de doelstellingen van TI geheel tot de zijne heeft gemaakt.

Het Europese bedrijfsleven geeft vrijwel geen steun aan TI, op enkele Engelse en Duitse ondernemingen na, waaronder de accountants Coopers & Lybrand, Deutsche Telekom en het Bundesverband Deutscher Industrie. Financiële steun krijgt de organisatie wel van een aantal Amerikaanse ondernemingen, waaronder multinationals als General Electric en de vliegtuigbouwer Boeing, de Bank of America en de accountantsfirma Arthur Anderson. Maar de Verenigde Staten hebben dan ook als enige industrieland al bijna twintig jaar een wet, de 'Foreign Corrupt Practices Act', waarin omkoping van buitenlandse ambtenaren strafbaar wordt gesteld.

Net zoals in Japan is in Nederland geen chapter wegens gebrek aan belangstelling bij het georganiseerde bedrijfsleven. Van Hulten: “Hoewel een bedrijf als Coopers & Lybrand vanaf het begin betrokken is geweest bij de oprichting van TI hebben onze contacten met VNO/NCW geen enkele resultaat gehad. VNO staat op het standpunt dat corruptie uiteraard moet worden bestreden maar dat TI daarvoor niet de juiste weg is, maar dat dit moet gebeuren door sterke internationale organisaties als de OESO ( de organisatie van westerse industrielanden) en de VN.”

Het bedrijfsleven stelt zich volgens Van Hulten in het algemeen op het standpunt dat het zich niet schuldig maakt aan corruptiepraktijken, maar dat het zelf wordt afgeperst. “Meestal wordt de betaling van smeergelden gezien als 'olie in de economie' om het afsluiten van contracten soepel te laten verlopen. Tijdens het bezoek van koningin Beatrix aan Indonesië vorig jaar augustus werd bijvoorbeeld een directeur van Stork, na ondertekening van een grote order, in het tv-programma Nova naar corruptie gevraagd. Hij zei: “wij spreken niet over corruptie, maar over geven en nemen”. TI heeft in Nederland geen poot aan de grond gekregen. Voor het VNO/NCW zijn Pronk en ik natuurlijk ook linkse jongens, dus daar doen ze geen zaken mee.”

TI's 'board of directors', met leden uit alle werelddelen, wordt geleid door de Duitser Peter Eigen, een voormalige employé van de Wereldbank die in Latijns Amerika en Oost-Afrika menige 'witte olifant' zag omdat corrupte regeringsfunctionarissen de verkeerde projecten kozen. De organisatie heeft 'standards of conduct' voor internationaal zakelijk verkeer opgesteld waarin omkoping expliciet is verboden.

De regering van Ecuador heeft deze code verplicht gesteld bij de aanbesteding van enige grote openbare werken. Andere ontwikkelingslanden zoals Mali en Oeganda hebben volgens Van Hulten informatie en steun bij TI gevraagd. Maar een belangrijke organisatie als de Wereldbank wil TI's 'code tegen omkoping welke internationale zakelijke transacties significant beinvloedt' niet invoeren, omdat dit een precedent zou scheppen voor partijen die op hun beurt andere voorwaarden bij transacties verplicht zouden willen stellen. Van Hulten: “De feitelijke invloed van Transparency International is dus beperkt.”