Seksshops hebben voorlichting nodig

Twee ietwat morsige heren - de een van middelbare leeftijd, de ander een jaar of tien jonger - melden zich bij de Amsterdamse politierechter, mr. R. Blekxtoon. Zij drijven een seksshop in Amsterdam waar de politie vorig jaar kinderporno aantrof. Het betrof vier boekjes met illustere namen als 'Boys Art Magazin' en een videoband met de titel 'Lebenslust Junge Leute'. Geen zware pornografie, maar voor justitie toch ernstig genoeg om de zaak aan de politierechter voor te leggen.

De oudste van de twee, S. Drongels, moet zich als enige voor de rechter verantwoorden: hij is de eigenaar, de jongere man is zijn bedrijfsleider.

“Is uw advocaat er niet?” vraagt de rechter.

“Daar zie ik vanaf”, zegt Drongels.

“Wat is uw standpunt?”

“Dat het geen kinderporno is.”

De rechter beschrijft wat de Amsterdamse jeugd- en zedenpolitie precies in beslag heeft genomen. Vier boekjes met naaktfoto's van jongens tussen vijf en veertien jaar met het accent op hun geslachtsdelen. Op de videoband was het beeld te zien van een tienjarig meisje dat naakt op een strand lag te zonnen; er werd op haar vagina ingezoomd. Zo'n band kost 135 gulden, de boekjes waren 23 gulden per stuk.

“Hoe lang verkoopt u dit soort spul al?” vraagt de rechter.

“Sinds een jaar of zes. Ik ben er dus mee begonnen nadat de kinderporno tien jaar geleden verboden werd. Het is vaker meegenomen door de zedenpolitie, maar dan werd het telkens weer teruggebracht.”

“Precies hetzelfde materiaal?”

“Ja.”

“Heeft u dat ook tegen de verbalisanten gezegd?”

“Ja, maar zij zeggen dat de regelgeving is aangescherpt.”

“Wat verdient u met uw winkel?”

“Dertig mille per jaar netto. Het hangt er ook van af of je een goed of een slecht jaar hebt.”

Meneer Drongels slaakt een zucht, hij lijkt zich een onbegrepen man te voelen. Men identificeert hem kennelijk altijd met zijn klanten, want hij zegt opeens ongevraagd: “Ik sta er zelf ook niet helemaal achter. Ik verkoop ook seks met dieren, en dat hoeft voor mij persoonlijk helemáál niet.”

“Die kinderen worden gebruikt zonder dat ze het zelf weten”, constateert de rechter.

“Over ditzelfde materiaal is in Berlijn een rechtszaak gevoerd”, zegt Drongels. “Daar werd het niet als kinderporno beschouwd. Het hangt daar af van de regio. In Berlijn is men strenger dan in Düsseldorf. Als het nu om handelingen tussen kinderen ging, maar in deze boekjes vind je niet eens een erectie.”

Hij steekt enkele bladen in de lucht. “Ik verkoop ook de echte naturistenbladen. Wilt u wat voorbeelden zien?”

“Da's goed, al zijn we hier niet in Duitsland”, voegt de rechter er niet ècht gretig aan toe.

Ook de officier van justitie, mevrouw mr. L. de Haas, buigt zich over de bladen die Drongels aanreikt. Drongels staat erbij als iemand die handel ruikt. In ruil voor vrijspraak zal hij die bladen best gratis willen achterlaten. “In de erkende naturistenbladen poseren de kinderen óók”, zegt hij luchtigjes. “Ik kan het zelf niet goed beoordelen, ik zou eigenlijk wel richtlijnen willen zien.”

“Geeft de zedenpolitie voorlichting aan seksshops?” vraagt de rechter.

“Helaas niet”, zegt Drongels op een toon alsof hij het diepste van zijn hart aanspreekt. “Na het verbod op kinderporno hebben we nooit richtlijnen gehad. Ze weten het zelf niet. Ze komen er niet uit en dan geven ze het spul maar weer terug.”

“Is er een bond van seksclubs?” vraagt de rechter.

“Er is op pedofiel gebied wel een vereniging, maar daar heb ik geen contact mee. Ik dacht dat voor deze bladen een verbod lag op seksuele handelingen. En op erecties.”

De officier is gaarne bereid dit misverstand uit de weg te ruimen. Zij wijst erop dat de Hoge Raad ook afgebeelde houdingen van kinderen onder de zestien jaar strafbaar heeft genoemd indien ermee 'seksuele prikkeling' beoogd wordt. “Dat is bij de in beslag genomen boekjes het geval. In naturistenblaadjes kan het nog net wel, omdat de mensen daar ook zo rondlopen.”

De officier merkt met enig leedwezen op dat ze haar eis zal moeten baseren op de oude kinderpornowetgeving. Per 1 februari treedt er een vernieuwd wetsartikel (240b, wetboek van strafrecht) in werking met zwaardere straffen. “Nu staat er maar drie maanden gevangenis op - belachelijk laag. Dat wordt vier jaar.” Zij eist tegen Drongels duizend gulden boete en een maand voorwaardelijk. “Als heel duidelijke waarschuwing.”

“Ik vind het geen kinderporno!” roept Drongels diep getroffen uit. “Dit is voor iedereen verschillend interpreteerbaar. Ik ben ook niet weg van die boekies, maar ik verkoop er nog wel ergere - en dat wordt wèl getolereerd. Wat dacht u van die seks met dieren? Waarom hoor ik de dierenbescherming daar nooit over? Dat is heel wat erger dan een jongen in zijn nakie. Ik vind dat onschuldig.”

“We hebben hier te maken met de Nederlandse wet, zoals die wordt uitgelegd door de Hoge Raad”, zegt de rechter. “Dit valt onder kinderporno, al is het niet de schadelijkste vorm. Die foto's zijn duidelijk bedoeld voor pedofielen die zoiets om seksuele redenen kopen. De strekking van het arrest van de Hoge Raad is dat het maken van dergelijke foto's ontmoedigd moet worden. Het gaat hier om commerciële exploitatie.”

Hij legt Drongels een maand voorwaardelijk op en een boete van duizend gulden waarvan de helft voorwaardelijk. “U moet uw vakliteratuur bijhouden”, adviseert hij, “dat arrest van de Hoge Raad is al enkele jaren oud. Ik begrijp uw positie, u verkoopt wat gangbaar is, maar die kinderen moeten beschermd worden. Ik zou het overigens toejuichen als de politie aan voorlichting deed. Ga eens langs bij de zedenpolitie.”

Drongels maakt mokkende geluiden. Zijn bedrijfsleider blaast de wangen op.

“U kunt in hoger beroep”, zegt de rechter.

Drongels schudt het hoofd. “Ik ben maar een eenvoudig winkeliertje. Moet ik me nu als actievoerder opwerpen? Zo'n advocaat kost me drie mille, dat kan ik me niet permitteren.”

“Denkt u er nog maar eens rustig over na”, zegt de rechter.

Buiten de rechtszaal vragen Drongels en zijn bedrijfsleider met klem aan de verslaggever of zij vooral buiten de krant kunnen blijven. Zij tonen ook nog even enkele bladen die nog steeds bij hen te koop zijn. Ondeugend kijkende jongens in doorschijnende slipjes, blote meisjes in naturistenkampen.

“Géén erecties”, zegt Drongels nijdig.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams