Schaaktoernooi

“Het stinkt hier altijd zo bij dit toernooi, valt jou dat niet meer op?“ Schakersvrouw die op bezoek komt om haar meespelende man moed in te spreken. Ik lach, het valt me inderdaad niet meer zo op, maar ik weet wat ze bedoelt.

Eerst de winterlucht van buiten.

Dan binnen de lucht van op elkaar gehangen jassen, van de erwtensoep die sinds de oorlogsjaren het handelsmerk van deze wedstrijd is, de analysekamertjes waar nog iets hangt van het zweet van de basketballers die zich er in normale tijden in verkleden, het vieze-mannenhok waar de rokers tussen hun zetten troost vinden, de overbelaste wc's, het hout van de stukken en de borden en de lege stukkenkistjes, de lucht van duizend schakers. De lucht van het Hoogovens Schaaktoernooi. Overbodig te zeggen dat ik het woord stank hier niet zou gebruiken. Ik verbeeld me dat ik de lucht van dertig jaar geleden, toen het toernooi ergens anders werd gehouden, ook nog zou herkennen. Net zoiets als nu, maar toch duidelijk anders.

Jammer dat er nooit parfums van zijn uitgebracht. Grote Naoorlogse Schaaktoernooien. Succesvolle geurserie. Ik zou me de hele serie aanschaffen.

“Hoeveel punten heb je?“ De man die het me vraagt heeft geloof ik 58 jaar geleden al in het eerste toernooi van de reeks meegespeeld en nu speelt hij nog. Ik zeg dat ik geen punten heb, omdat ik alleen verslaggever ben. “Ah, geen spanningen meer. Verstandig.“

Hij haast zich terug naar zijn bord en ik weet dat hij me als een laffe deserteur beschouwt, die de makkelijkste weg heeft gekozen. Ik ben nog niet zo ver als hij, dat ik het aanvaarden kan dat ik op de plek waar ik vroeger bij de besten behoorde, nu op een lager niveau mee zou moeten doen. Dat komt nog wel.

Vlastimil deed vroeger vaak mee en nu komt hij een paar keer over uit Keulen om te kijken.

Amusante klager. Hij weet dat het klagen van hem verwacht wordt, het is eigenlijk zijn nieuwe beroep, daarom wordt hij ook steeds door de Duitse televisie als commentator gevraagd, om te klagen over het verstrijken der jaren. “Ik was met de trein. Natuurlijk was ik de oudste passagier“, zegt hij. Schaterend, niet omdat de opmerking op zichzelf zo leuk zou zijn, maar omdat het een elegante afkorting is van de jammerklacht die wij samen altijd afsteken als we elkaar zien en die hij nu maar eens over wil slaan, dat we op ieder toernooi dat we bij uitzondering nog spelen de oudste deelnemer zijn en dat we dat tien jaar geleden ook al waren en dat de concurrenten steeds jonger worden. “Jammer dat we nooit meer tegen elkaar spelen, Hans. Je kansen worden steeds beter.“ Hij bedoelt dat ik vroeger meestal van hem verloor en dat dat nu ongetwijfeld ook zo zou zijn.

Ik volg een gesprek in het café.

“Mozambique was eigenlijk het eerste land waar ik niet goed bier kon drinken. Afrika is een heel goed biergebied, al wordt daar vaak anders over gedacht. Vooral Togo en Zaïre. Zaïre Primus, 72 cl, dat is heel goed. Polen is nog beter. Ze hebben overal twintig soorten, in ieder café zie je ze uitgestald, zoals hier het gedestilleerd. Aardige mensen ook, de Polen. Kenners.“ Het lijkt me niet dat dit professionals zijn die over hun schaakreizen vertellen, maar het treft me toch als een typische schakersconversatie. De prettige eigenschap om je tot de essentie der dingen te beperken. Een schaakbord, een bierfles. Niet de onoverzichtelijke chaos van de zogenaamde echte wereld, waar dat bord toevallig neergezet is.

De winnaar van het toernooi van dit jaar is populair omdat hij is zoals schakers vaak worden afgeschilderd. In het lichaam van een volwassene een kind dat dag en nacht schaakstellingen ziet en niets anders. Zo zijn de meesten van ons niet en we willen ook niet echt zo zijn, maar we hebben een beetje het idee dat het eigenlijk onze plicht zou zijn om wel zo te zijn. Met de toernooiwinnaar is behalve door schaakzetten weinig communicatie mogelijk, maar dat hoeft ook niet, hij is de totem van onze stam, heilig en onschuldig dier, niet aangeraakt door wereldse zonden. Vergeef ons dat we juist om je heiligheid een beetje lachen, we zijn slechts onvolmaakte mensen. Fischer was ook heilig, maar die is inmiddels ver ontstegen aan de sfeer van jassen, kleedkamerzweet en erwtensoep. In de Russische republiek Kalmukkië wordt door de plaatselijke dictator een paleis voor hem gebouwd in de vorm van een schaaktoren.

Daar heeft Fischer om gevraagd toen hij zestien was. Piano's in de vorm van schaakstukken, zwembad in de vorm van een schaakstuk, alles als een schaakstuk. Alleen bezoek van mensen van niveau, minstens miljonair. Een droom die waarheid wordt, al wist hij toen nog niet dat het in Kalmukkië zou zijn.

In de groep van parlementsleden doet CDA-fractievoorzitter Heerma mee. Verslaggevers merken op dat hij zich veel meer op zijn gemak lijkt te voelen dan in Den Haag, en ik bedenk dat hij met zijn wereldvreemde onhandigheid ook veel beter thuis zou zijn bij ons dan onder de haaien van de politiek. Niet voor schakers de vernedering om door communicatiedeskundigen gerestyled te worden. Kortsnoj ontvluchtte de Sovjet-Unie naar het Westen.

Je moet een nieuw pak kopen, want zo kan je hier niet rondlopen, werd tegen hem gezegd. Hij ging winkelen, en hoe het hem lukte was een raadsel, maar hij slaagde er in om ergens diep in een rek het enige onmiskenbare sovjetkostuum te vinden dat de winkel in voorraad had. Ons respect werd er slechts groter door. Euwe, aanzittend bij een feestmaal dat aangericht was door een Arabische prins, werd door adviseurs toegefluisterd dat het voor een Arabische prins een dodelijke belediging was als een gast de aangeboden geitenogen weigerde, maar Euwe, de man die alle landen van de wereld had bereisd, zei simpel: “Bah, geitenogen, dat lust ik niet“, en de prins besefte dat hij een groot man voor zich had. Wat zoekt de enthousiaste schaker Heerma toch in de politiek, waar hij voortdurend wordt gedwongen om geitenogen te eten? Blijf toch bij ons. De schakers zullen u warm koesteren en geduldig luisteren. “Overspeeld door mijn tegenstander? Nee, zo wil ik het beslist niet uitdrukken. Ik heb in het middenspel inderdaad een ongelukkige fout gemaakt, maar dat was toen net de ventilator werd aangezet, waardoor ik gestoord werd.“ Niet als in Den Haag zal dan het hoongelach van de gladden en wereldwijzen opklinken, nee, de schakers zullen vriendelijk glimlachen en knikken en denken aan de vele keren dat ze zelf een ongelukkige fout hebben gemaakt doordat net de ventilator werd aangezet.

    • Hans Ree