Samsung koestert wereldwijde ambitie

SEOUL, 30 JAN. Het hoofdkantoor van Samsung aan de T'aep'yongro in het centrum van Seoul is een witte betonkolos van 28 verdiepingen, gebouwd op een plateau met Griekse zuilen. Samsung denkt in het groot en bedient zich in dit fin de siècle van grote woorden over de 21ste eeuw. Met 'strategic business', 'global management' en 'harmonisatie' beoogt het bedrijf zich in 2000 een plaats in de top drie van multinationals te verwerven.

De 'afdeling strategische planning' van Samsung huist op de 26ste etage. De pr wordt er verzorgd door Cheil Communications, een bureau dat beschikt over personeel dat perfect Engels spreekt, en dat is een grote zeldzaamheid in Zuid-Korea. Cheil doet zich voor als een onafhankelijk bedrijf, maar de schijn bedriegt, zoals wel vaker bij Samsung: het bureau is een volle dochter.

Hong Hyun Min is de general manager van de planningsafdeling. Hij ontvangt in een klein zaaltje, volgestouwd met ordners en paperassen. Om de grenzeloze ambities van het bedrijf levend te houden, zegt Hong dat Samsung “nog lang geen wereldconcern” is, “daarvoor hebben we nog een paar jaar nodig”. Hong ziet een kantelend beeld voor zich van de industrialisatie: “Europa was het eerst in opkomst, daarna Amerika, gevolgd door Japan. Nu zijn wij aan de beurt, de toekomst is aan Korea.”

Samsung gaat ervan uit dat de vraag naar zijn produkten met name in het Verre Oosten zelf sterk zal toenemen. “Vooral China biedt voor ons een enorm potentieel”, zegt Hong. Mede op grond hiervan heeft Samsung het, tegen elke logica in, aangedurfd met een eigen auto op de markt te komen, die in 1998 van de produktielijnen zal rollen.

Hij vertrouwt erop dat Samsung via de elektronica-divisie zoveel kennis en ervaring heeft verworven dat met gemak nieuwe sectoren kunnen worden aangeboord. “Onze auto's zijn grotendeels gevuld met onze eigen techniek.” Voor de ontbrekende technologie speelt Samsung leentjebuur, met name in Japan. Zo neemt het Japanse bedrijf Nissan deel aan het autoproject van Samsung.

Samsung Aerospace, onderdeel van de divisie zware industrie, zou, zo erkent Hong, een beroep kunnen doen op de technologische kennis van Fokker. Maar meer dan het 'zou' komt er niet over zijn lippen. Samsung is op dit gebied uiterst voorzichtig.

Om zijn zucht naar het veroveren van wereldmarkten kracht bij te zetten, heeft Samsung de afgelopen jaren naast het hoofdkantoor in Seoul vier regionale hoofdkantoren geopend in Peking, Singapore, New Jersey (Verenigde Staten) en in Surbiton in Groot-Brittannië. Samsung is in 28 Europese landen vertegenwoordigd met kantoren en heeft drie Europese produktiecentra voor elektronica: in Spanje, Tsjechië en Groot-Brittannië. Wereldwijd telt Samsung nu 206.000 werknemers.

Alle vestigingen zijn uiteindelijk overgeleverd aan de genade van de overkoepelende Samsung Group. Het bedrijf kent een matrix-structuur. Binnen de divisies kan horizontaal worden gepland en ontworpen; van bovenaf lopen verticale lijnen. De strategische planningsafdeling houdt alle plannen tegen het licht en de centrale leiding in Seoul beslist uiteindelijk over eventuele nieuwe investeringen. In Zuidkoreaanse bedrijven heerst een strikte hierarchie, vergelijkbaar met die in Japanse ondernemingen. De president-directeur bezit zeer veel macht. De hoogste baas van Samsung, Lee Kun Hee, die in 1987 het bedrijf overnam van vader Lee, de oprichter, wordt bij Samsung altijd aangesproken als Voorzitter Lee. Hoewel hij leunt op een groot aantal adviseurs, onder wie Hong, wordt de 'corporate philososophy' aan hem toegeschreven.

In 1993 zette Lee zijn ideeën uiteen over Samsungs 'Nieuwe Management'. In de officiële terminologie van het concern heet dit “een flitsend geheel van hervormingen bedoeld om de manier waarop de employees van Samsung denken en werken te veranderen”.

Het doel van 'Voorzitter Lee' is om in het jaar 2000 een astronomische omzet te hebben ten bedrage van 200 miljard dollar.

Samsung is een van de zogenoemde Zuidkoreaanse chaebols, reusachtige industrieconglomeraten met een breed scala aan industriële en commerciële activiteiten. Van de ruim dertig chaebols zijn Samsung, Hyundai, LG Group (het vroegere Lucky Goldstar) en Daewoo de grootste - in deze rangorde. Elk hebben zij een omzet van enige tientallen miljarden dollars per jaar. Anders dan zijn pendanten is Samsung een allang bestaand bedrijf, opgericht in 1938 in de centraal gelegen stad Taegu, als een exporteur van rijst en andere landbouwprodukten.

Aan het eind van de jaren zestig begon de grote groei van Samsung, toen het als gevolg van de politiek van de autoritair regerende president Park Chung Hee, die de chaebols een warm hart toedroeg, zijn activiteiten als een olievlek kon uitbreiden. Achtereenvolgens begon het bedrijf met de produktie van kunstmest, elektronica, chemicaliën, vliegtuigonderdelen, halfgeleiders, computerchips en wat dies meer zij.

Samsung heeft verder een divisie verzekeringen en financiering. In totaal bestaat het conglomeraat uit 24 verschillende bedrijven, vorig jaar goed voor een gezamelijke omzet van naar schatting 80 miljard dollar. Grote melkkoe is Samsung Electronics dat met name dankzij de zeer lucratieve produktie van geheugenchips in 1995 zelfstandig een winst boekte van 3,2 miljard dollar op een omzet van 14,6 miljard dollar. De groei van deze divisie neemt spectaculair toe: vorig jaar een omzet van 21 miljard dollar, dit jaar moet de omzet doorgroeien naar 27 miljard dollar.

Ook de toename van de totale omzet van Samsung slaat voorlopig alle records. Van 13,7 miljard dollar in 1985 naar 80 miljard in 1995; dit jaar zal het concern doorgroeien naar een omzet van bijna 100 miljard dollar.

Buiten Zuid-Korea is, behalve onder personeel van de buitenlandse Samsung-vestigingen, nauwelijks bekend, dat het om een Koreaans produkt gaat en dat is in feite precies wat Samsung wil. Hoewel het Koreaanse nationalisme groot is, wil Samsung zich vooral profileren als een wereldconcern.

De gewezen Nederlandse ambassadeur in Zuid-Korea kocht vorig jaar een fax-apparaat, merk Samsung, op Schiphol. “Uitstekend Duits produkt gekocht”, zei hij tegen een passerende diplomaat, gedetacheerd in Seoul.

4. De aasvis vertoont tekenen van onrust. De ervaren hengelaar ziet dit aan de dobberbewegingen. Recent is door Engelse onderzoekers aangetoond dat van een schooltje karperachtige prooivissen "verkenners' uitgaan die op nog onbekende wijze informatie verzamelen en doorgeven over de aanwezigheid en de "plannen' van een roofvis. Verkenners en school reageren daarna adequaat. Op grond van dergelijke nieuwe gegevens is het verantwoord aan te nemen dat de levende aasvis het gevaar van een roofvis waarneemt. Daarbij passend gedrag wordt echter tegengewerkt door de vislijn. En door de hengelaar: die zal de aasvis op deze plek nog eens verslepen, uit het water halen, weer ingooien enz. Daarbij moeten we bedenken dat de meeste prooivissen sociale dieren zijn. Juist onder bedreiging wordt de neiging sterk een beschermende school te vormen. Dat de levende aasvis de mogelijkheid wordt onthouden deze drang te volgen zal een extra belasting voor het dier zijn. Het vissen op snoekbaars met twee spieringen, door de staart aan één haak geslagen zoals recent beschreven en afgebeeld in Het Visblad, biedt in dat opzicht uiteraard geen verbetering, daar normaal zwemmen de aasvissen vrijwel onmogelijk is gemaakt.