Ruven filmt hommage aan Duras in de Pijp

ROTTERDAM, 30 JAN.Soms ontstaat op het International Filmfestival Rotterdam de indruk dat er een kloof zou zijn tussen de commerciële Nederlandse speelfilm en de meer kunstzinnig georiënteerde produktie. Van de tot nu toe op dit festival gepresenteerde Nederlandse films behoort de ongeïnspireerde verfilming van Advocaat van de hanen tot de eerste soort, terwijl bij voorbeeld de films van Nathalie Alonso Casale (Memory of the Unknown), Frans van de Staak (Schijnsel) en Irma Achten (Marie-Antoinette is niet dood) buiten het kader van een festival weinig publiek zullen trekken.

Ook de nieuwe film van Paul Ruven, Sur place, hoort in die categorie, maar veelfilmer Ruven (hij maakt gemiddeld twee tot drie films per jaar) overbrugt in zijn persoon wel de vermeende kloof. Nog geen twee maanden geleden presenteerde Ruven in dezelfde Rotterdamse bioscoop het door hem geregisseerde Filmpje!, een vehikel voor Paul de Leeuw dat inmiddels een miljoen bezoekers trok. Het lijkt wel of Ruven, die steeds een nieuw genre beproeft, zich met opzet lijkt te willen onttrekken aan elke etikettering.

Zijn in enkele weken in de Amsterdamse volksbuurt De Pijp opgenomen Sur place is een hommage aan (of een pastiche op) de door hem zeer bewonderde minimale cinema van Marguerite Duras en Chantal Akerman. Daarom spreekt de vertellersstem van Sur place ook Frans, fraaie, zichzelf herhalende volzinnen à la Duras. Ze vertellen het behoorlijk ingewikkelde verhaal bij de statische beelden, slechts 25 camera-instellingen of 'plans séquence' in anderhalf uur die stilstand en onbeweeglijkheid uitdrukken. In dat opzicht is Sur place het complement van Ruvens eerdere film En route, het verslag van een dollemansrit door de hoofdstad.

Een vermoedelijk Joegoslavische vrouw, gespeeld door de Russische Katerina Goloebeva, wordt ondergebracht in een woning in De Pijp en beroofd van haar kleren, zodat ze niet goed naar buiten kan. Het verhaal, volgens Ruven gebaseerd op ware gebeurtenissen, vertelt van bloedwraak, met stenguns bewapende bendeleden en een in de achterwoningen verborgen primitieve, gewelddadige cultuur.

Het probleem van de stijlexercitie is dat Ruven het idioom van Duras niet zo goed beheerst als zijn voorbeeld, zodat de hele onderneming iets gekunstelds en potsierlijks krijgt. Hij slaagt er echter wel in, ondanks de statische vormgeving, spanning te creëren die in menige meer conventionele film op dit festival ontbreekt.

Geheel onverwachts prijkt bovenaan het voorlopige klassement van de publieksfavorieten de Slowaakse film The Garden (Záhrada) van Martin Sulik, een tamelijk ongenuanceerde fysieke komedie over een dertiger die de geneugten van het landleven ontdekt. Tegelijk met de opmars in Rotterdam van de publieksvriendelijke (onafhankelijke) Amerikaanse film, scoren ineens ook 'gemakkelijke' films uit andere werelddelen hoog in de gunst van het publiek, zoals de sentimentele 'probleemfilm' Angel Baby uit Australië over de ongewenste liefdesrelatie tussen twee schizofrenen.

Daartegenover staan nog steeds genoeg compromisloze 'kunstfilms', zoals The Corridor (Koridorius) van de uit Litouwen afkomstige Sharunas Bartas, toevallig ook de echtgenoot van Ruvens hoofdrolspeelster Golubeva. Juist dat soort spirituele, nauwelijks begrijpelijke, grensverleggende films vormen op een filmfestival het zout in de pap.