Papoea-rebellen laten middelbare scholieren vrij

JAKARTA, 30 JAN. Na een maandenlange gijzeling heeft een strijdgroep van de Organisatie Vrij Papoea (OPM) gisteren in Papoea Nieuw Guinea, vlakbij de grens met de Indonesische provincie Irian Jaya, twee middelbare scholieren vrijgelaten.

Basyir Kadir (19) en Marwiyah Abubakar (18) werden op een afgelegen plaats in het binnenland overgedragen aan een lid van de commissie voor de rechten van de mens van Papoea Nieuw Guinea. Een OPM-groep onder leiding van Mathias Wenda drong op 22 november de transmigrantennederzetting Arso, vlakbij de grens met Papoea Nieuw Guinea, binnen en nam de twee scholieren mee naar het buurland. De gijzelaars behoren tot islamitische gezinnen afkomstig uit Sulawesi. De OPM heeft in het verleden vaker geageerd tegen de zogeheten transmigranten (Indonesiërs uit de overbevolkte gedeelten van Java en Sulawesi die in het kader van een overheidsprogramma migreren naar dunbevolkte grensgebieden).

Op 27 november eiste Wenda van de gouverneur van Irian Jaya een losgeld van 20.000 Papoeaanse kina, ongeveer 20.000 gulden. Een woordvoerder van het Indonesische leger liet weten dat er van betaling geen sprake kon zijn. Op 3 januari stuurde de rooms-katholieke bisschop van Jayapura, mgr. H.F.M. Münninghoff, via een collega in Papoea Nieuw Guinea een brief aan de ontvoerders, waarin hij hun op humanitaire gronden (“voer geen oorlog met kinderen”) verzocht om vrijlating. Daarop liet Wenda via de kerk weten dat hij de twee zonder losgeld wilde vrijlaten, mits bij de overdracht geen Indonesische functionarissen aanwezig zouden zijn.

Een deel van het OPM-leger, dat ijvert voor een 'vrij West-Papoea', houdt zich schuil in buurland Papoea Nieuw Guinea, een voormalig Australisch mandaatgebied. De regering in Port Moresby laat uitgeweken OPM-ers enige bewegingsvrijheid.

    • Dirk Vlasblom