Nieuwe zakelijkheid

DAIMLER-BENZ HEEFT de Duitse manier van zaken doen een schokbehandeling gegeven. Terwijl Nederland zich bezighoudt met de afwikkeling van het Fokker-drama en velen zich nog beduusd afvragen hoe het ooit zover heeft kunnen komen, heeft de Daimler-topman Jürgen Schrempp met zijn ingreep de beschermde kapitalistische cultuur in Duitsland een ferme dreun gegeven. Niet alleen bij Fokker heeft Daimler-Benz de levenslijn doorgesneden, ook bij AEG, het elektrische apparaten- en elektronicaconcern, en binnenkort zal hetzelfde gebeuren bij Dornier, de fabrikant van kleine vliegtuigen.

De nieuwe lijn is duidelijk: voor verliezen is geen plaats meer in de conceptie van Daimler-Benz. Daarmee neemt Schrempp radicaal afscheid van de bedrijfsfilosofie die midden jaren tachtig door zijn voorganger Edzard Reuter werd uitgezet met het doel het machtige automobiel- en vrachtwagenconcern te verbreden tot een gediversificeerd technologisch-industrieel conglomeraat. De Duitse overheid hielp daarbij een handje door het staatsbelang in Deutsche Airbus aan Daimler-Benz over te dragen.

Alle verliezen worden in één keer genomen - over 1995 een afschrijving van het ongekend grote bedrag van zes miljard D-Mark - en het aandeel Daimler-Benz schiet in koers omhoog. Beleggers weten zo'n strategie te waarderen. TRADITIONEEL is de verwevenheid tussen ondernemingen, de grote banken, de deelstaten en werknemersorganisaties in Duitsland groot. Verliesgevende bedrijfsonderdelen worden bij bevriende ondernemingen ondergebracht, door de banken gesteund of desnoods een handje geholpen door de overheid. Het Rijnlandse model, zoals het wel genoemd wordt, is gebaseerd op overleg en samenwerking en in deze cultuur bestaat weinig ruimte voor het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme.

Met één streek hebben Schrempp en de zijnen dit veranderd. Sommigen brengen dit in verband met het besluit van Daimler-Benz in 1994 om notering aan te vragen op de New-Yorkse effectenbeurs, waar heel andere eisen gesteld worden aan de bedrijfseconomische gegevens die openbaar moeten worden gemaakt. De gevolgen zijn in ieder geval ingrijpend. Natuurlijk voor de werknemers van de afgestoten bedrijven, die weinig zachtzinnig aan de kant worden gezet. Maar ook voor de managementcultuur in Duitsland. Het gaat aanzienlijk ruwer toe in het Rijnlandse model.