'Ideologisch kolonialisme' in Israel frustreert nieuwkomers

TEL AVIV, 30 JAN. De gewelddadige uitbarsting van woede van duizenden Ethiopische joden voor het bureau van premier Shimon Peres in Jeruzalem van zondag heeft overtuigend aangetoond dat Israel lessen van de opvang van andere groepen immigranten uit de Derde wereld niet heeft geleerd. Drama's die zich in de beginjaren van de staat Israel tijdens de massa-immigratie van joden uit de Arabische wereld voordeden, herhalen zich bij het integratieproces van meer dan 60.000 Ethiopische joden.

Wat gemakkelijk voor racisme doorgaat en dat in zijn primitieve uitingen ook is, is in wezen een intense botsing van culturen die zich voltrekt onder het dak van het seculiere zionisme. Deze loot van het laat 19de-eeuwse Europese nationalisme is door socialistisch georiënteerde joden uit Oost-Europa (ashkenaziem) begin deze eeuw in het toenmalige Palestina geplant. Zij hebben in zeer hoge mate het karakter van de staat Israel en van de Israelische mythe bepaald. Vanuit een diep egocentrisch geloof in de juistheid van de ingeslagen weg namen zij een superieure houding aan jegens de Arabische omgeving en de honderdduizenden joden uit de Arabische wereld (sefardiem) die na 1948 in golven immigreerden. Het diepte-effect van deze cultuurbotsing in de beginjaren van de staat Israel werkt op politiek, sociaal en cultureel niveau nog door in de Israelische samenleving.

In theorie was het een hoog zionistisch ideaal om joden uit alle windstreken na de Holocaust in het nieuwe joodse land te verenigen. In de praktijk bleek echter dat de blijdschap die de komst van de sefardische joden bij de reeds in het land gewortelde, dynamische ashkenaziem teweegbracht, de cultuurschok niet kon verhinderen. De ashkenazische orde heeft een serieuze en zeer pijnlijke poging gedaan om de diep religieuze nieuwkomers haar socialistische, antireligieuze zionisme op te leggen. Dit 'ideologisch kolonialisme' leidde al in 1957 in Haifa tot een uitbarsting van protest die in felheid doet denken aan de taferelen die zich zondag in Jeruzalem voordeden.

In de jaren zestig roerden zich de 'Zwarte Panters', groepen jongeren uit sefardische volksbuurten die door premier Golda Meir “geen aardige jongens” werden genoemd. De frustraties leidden in 1977 tot een massaal sefardisch protest in de stembus tegen het ashkenazische socialistische bewind, dat Likud-leider Menahem Begin aan de macht bracht.

De mysterieuze verdwijning van honderden kinderen van Jemenitische immigranten vijftig jaar geleden is een brandend probleem dat nu tot grote spanningen tussen de Jemenitische gemeenschap en de overheid leidt. De Jemenieten zeggen dat hun kinderen indertijd van hen zijn afgenomen voor adoptie door ashkenazische gezinnen in binnen- en buitenland. Commissies van onderzoek naar deze affaire, die sterke emoties oproept, hebben nog geen opheldering verschaft.

Dergelijke gevallen hebben zich niet met de Ethiopische joden voorgedaan. Maar wel zijn zij door de instanties bij hun integratieproces gekrenkt in hun identiteit en waardigheid. Geen enkele groep immigranten heeft het in religieus, cultureel en sociaal opzicht zo moeilijk gekregen als de Ethiopische joden.

Het begin van het binnenhalen van deze joden, die diep in Ethiopië onder extreem moeilijke omstandigheden aan hun jodendom vasthielden en pas tegen het einde van de vorige eeuw werden 'ontdekt', is een van de indrukwekkendste bladzijden uit het zionistische epos. Duizenden van hen getroostten zich enorme ontberingen tijdens lange voettochten door de woestijnen van Ethiopië naar Soedan, vanwaar zij via een grote omweg naar Israel werden gevlogen. Tientallen stierven op weg naar het 'beloofde land'. In 1992 opende Israel een luchtbrug naar Addis Abeba om de rest van de 'verloren stam' naar huis te vliegen.

De 'drang naar Jeruzalem' en strikte naleving van de geboden uit het oude testament waren echter voor het opperrabinaat, de hoogste religieuze instantie, niet voldoende om deze zwarte immigranten als joden te erkennen. Door hun isolement in Ethiopië misten deze joden de aansluiting bij het Talmudisch jodendom en de halacha die zich de afgelopen 2.000 jaren elders hebben ontwikkeld. Zij werden, totdat een gepaste oplossing werd gevonden, tot bekering van de geldende orthodoxe leefwijze gedwongen hetgeen de autoriteit van hun religieuze leiders, de kesiem, uitholde, met alle gevolgen van dien voor de traditionele gezagsverhoudingen in de gemeenschap.

Het opleggen van Hebreeuwse namen was ook een van de uitingen van het gladstrijken van verschillen in de Israelische integratiepersen. Tegen de wil van de ouders werden om dezelfde redenen jongeren naar orthodoxe internaten gestuurd. Met de traditionele leefwijze in groot familieverband werd bij de toewijzing van huisvesting nauwelijks of geen rekening gehouden. De Ethiopische joden werden als onmondige, primitieve immigranten behandeld en voornamelijk in of bij problematische ontwikkelingssteden in Zuid-Israel ondergebracht.

    • Salomon Bouman