Giftige stoffen in kleding geen hinderpaal bij verkoop

De Inspectie Gezondheidsbescherming (IGB) in Alkmaar heeft bij een onderzoek naar giftige stoffen in kinderkleding in 6 van 132 onderzochte kledingmonsters azokleurstoffen aangetroffen waaruit kankerverwekkende aromatische amines kunnen vrijkomen. Dat heeft de Alkmaarse IGB in november 1995 gerapporteerd aan het Ministerie van VWS. De producenten van de potentieel gevaarlijke kleding zijn niet op de hoogte gesteld van de uitkomsten van het onderzoek. Ook de detaillisten die de kleding aanbieden, zijn niet geinformeerd. De gevaarlijke kleding is dan ook niet uit de handel genomen.

Het is gebruikelijk dat de IGB (beter bekend als de Keuringsdienst van Waren) bedrijven informeert als blijkt dat hun produkten onveilig zijn. De bedrijven krijgen in zo'n geval het dringende verzoek maatregelen te nemen en daar ruchtbaarheid aan te geven. Ook consumentenorganisaties gaan op die manier te werk. Vorige week nog maakte C & A, naar aanleiding van een Duits consumentenonderzoek, bekend dat er in bepaalde beha's gevaarlijke azokleurstoffen zijn aangetroffen. De beha's zijn zowel in Duitsland als Nederland uit de handel genomen.

Welke winkels de gevaarlijke kinderkleding verkopen en om welke merken het gaat, is niet op te maken uit het onderzoeksrapport van de Alkmaarse IGB. “We hebben het rapport anoniem gehouden, want voordat je het weet krijg je een bedrijf met een claim aan de deur,” aldus onderzoeker P. van Hameren. Volgens dr.ir.P.C. Bragt van de Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming van het Ministerie van VWS, de opdrachtgever voor het onderzoek, ging het om de vraag of er in Nederland in kleding azokleurstoffen voorkomen die aromatische amines kunnen afsplitsen. “Nu aangetoond is dat dat het geval is, onderzoeken we welke maatregelen genomen moeten worden.”

Rond het vraagstuk van de te treffen maatregelen is op het ministerie een conflict ontstaan tussen ambtenaren die voorstanders zijn van aanvullende wetgeving en anderen die vinden dat gevaarlijke kleurstoffen verboden kunnen worden op grond van artikel 18 van de Warenwet. Dit artikel zegt dat er geen onveilige produkten verhandeld mogen worden.

Terwijl ambtenaren bakkeleien over te nemen maatregelen, wordt er nog steeds kinderkleding verkocht waarvan bekend is dat er kankerverwekkende stoffen inzitten. Voor het Tweede Kamerlid E. van Middelkoop (GPV) is dat aanleiding om opnieuw kamervragen stellen. Van Middelkoop stelde in oktober 1992 vragen over kleding die schadelijk is voor de gezondheid. Hij deed dat op verzoek van de actiegroep 'Stop met vergif in baby- en kinderkleding'. In antwoord op de vragen van Van Middelkoop zegde de toenmalige staatssecretais van Volksgezondheid Simons toe een verkennend onderzoek te laten verrichten. Van Middelkoop vindt het onbegrijpelijk dat het ministerie de namen van de bedrijven die gevaarlijke kleding verkopen, niet openbaar heeft gemaakt. “Als dat wel gebeurt, kun je een hoop van de gewenste effecten bereiken nog voordat er regelgeving tot stand is gekomen,” zegt hij.

De invoer van kleding en textiel met azokleurstoffen die bij splitsing amines kunnen vormen, is in Duitsland na 31 maart 1996 niet meer toegestaan. Na 30 september mag kleding en textiel met deze kleurstoffen niet meer in de verkoop worden aangeboden. Voor kleding /textiel uit gerecycleerde textielvezels geldt een overgangsperiode van enkele jaren.

De branche-organisatie van de Nederlandse textielindustrie, Textielvereniging KRL, is voorstander van Europese wetgeving op het gebied van gevaarlijke stoffen in textiel. Secretaris mr. C. Lodiers zegt dat het onderwerp in februari opnieuw op de agenda staat bij het overleg van de Europese branche-organisaties in Brussel. “Wij zijn er allemaal voor dat dit op Europees niveau geregeld wordt, maar de Europese Commissie werkt tergend langzaam. Toch heb ik nog hoop dat er een Europese richtlijn komt voordat de Duitse wetgeving van kracht wordt. Daarmee zou ook Nederlandse wetgeving overbodig worden.” De Europese wet moet volgens Lodiers niet alleen gelden voor Europese produkten, maar voor alle kleding en textiel die in Europa op de markt komt.

In Duitsland berichten de media al sinds enkele jaren over gevaarlijke stoffen in kleding. Het gaat niet alleen om azokleurstoffen waaruit aromatische amines kunnen vrijkomen, maar ook om formaldehyde, een stof die gebruikt wordt om textiel kreukherstellend te maken, en om bestrijdingsmiddelen. Berichten over de gezondheidsrisico's van deze stoffen leidden begin jaren '90 tot grote onrust onder de Duitse bevolking. Sindsdien laten veel Duitse kledingproducenten hun kleding testen op de aanwezigheid van deze stoffen. Onderzoeksinstituten hebben criteria voor de testen vastgesteld en verlenen keurmerken aan kleding die aan de criteria voldoet.

Het bekendste keurmerk is de Öko-Tex Standard 100 van het Forschungs-Institut Hohenstein. In Nederland bestaat geen gezondheidskeurmerk voor textiel/kleding. Er zijn wel eisen geformuleerd voor een Milieukeur voor kleding waar gezondheidsaspecten onderdeel van zijn, maar geen enkele producent, importeur of detaillist heeft dit Milieukeur tot nu toe aangevraagd. De Consumentenbond gaat in het voorjaar een onderzoek doen naar azokleurstoffen die carcinogene verbindingen kunnen vormen. De resultaten zullen in het najaar gepubliceerd worden in de Consumentengids. Bij de Inspectie Gezondheidsbescherming in Alkmaar lopen nog twee onderzoeken naar de aanwezigheid van formaldehyde en bestrijdingsmiddelen in kleding. Voor de zomer zullen deze onderzoeken afgerond zijn.

    • Dieuwke Grijpma