Defensie schaft opkomstplicht in versneld tempo af

DEN HAAG, 30 JAN. De opkomstplicht voor het leger is vier maanden eerder afgeschaft dan voorzien. De laatste dienstplichtigen zijn gisteren opgekomen. Bij de behandeling van de defensiebegroting in november vorig jaar ging staatssecretaris Gmelich Meijling (defensie) er nog van uit dat de laatste lichting zich in april moest melden.

De Tweede Kamer voelt zich door het besluit overvallen en vraagt zich af waarom de staatssecretaris niet eerder tot deze maatregelen heeft besloten. Het was al langer duidelijk dat er voor dienstplichtigen onvoldoende werk is in de krijgsmacht. CDA, D66 en PvdA verwijten Gmelich Meijling dat hij bij debatten in de Tweede Kamer vorig jaar vol bleef houden dat de opkomstplicht niet eerder afgeschaft kon worden, omdat Nederland dan niet aan zijn bondgenootschappelijke verplichtingen kon voldoen. Hillen (CDA): “Ik noem dit regentenmentaliteit. We hebben altijd te horen gekregen dat het niet kon. Het is onfatsoenlijk de Kamer steun te vragen voor een moeilijke boodschap en dan later zelf mooi weer te spelen.” Woordvoerster De Koning (D66) voelt zich “een beetje verraden” door dit besluit.

PvdA'er Zijlstra diende bij de behandeling van de defensiebegroting een motie in om werk of studie als gegronde reden te accepteren dienstplichtigen niet op te laten komen. Zijlstra: “De staatssecretaris wees alle voorstellen af die betrekking hadden op het verlichten van de dienstplicht. Nu blijkt dat hij toen door de Koninklijke Landmacht op het verkeerde been is gezet.”

VVD'er Van den Doel trok zijn steun voor Zijlstra's motie op het laatste moment in. De VVD was en bleef tegen vervroeging van het afschaffen van de opkomstplicht. Nu zegt Van den Doel dat zijn Kamervragen over de zin van het werk dat dienstplichtigen moeten doen, hebben geresulteerd in dit besluit. “De mededelingen van de staatssecretaris zijn een duidelijke reactie op mijn vragen.”

De lichting die gisteren opkwam dient tot 31 augustus, twee maanden korter dan de voorgaande groepen. Alleen een groep mariniers van 150 man moet twaalf maanden opkomen omdat er anders tekorten in de West ontstaan. De vakbond VBM maakt hier ernstige bezwaren tegen, omdat dit tot rechtsongelijkheid leidt. 1.250 dienstplichtigen hoeven niet meer op te komen. Na 31 augustus bestaat het leger uitsluitend uit beroepskrachten.

Gmelich Meijling zei gisteren dat de herstructurering van de krijgsmacht zo voorspoedig verloopt dat de opkomstplicht eerder kon worden afgeschaft. In 1993 was nog de verwachting dat de laatste dienstplichtige pas op 1 januari 1998 de kazerne zou verlaten. Er melden zich volgens hem voldoende beroepssoldaten.