De goudkoorts van Adrie Gordijn

WEERT, 30 JAN. De 'goudkoorts' die de afgelopen maanden voor een levendige handel in paarden met mogelijk olympische kwaliteiten zorgde, is weer voorbij. 31 december was de uiterste datum waarop paarden geregistreerd dienden te zijn in het land waarvoor ze deze zomer eventueel uitkomen op de Olympische Spelen. Vlak voor die datum werd de Nederlandse paardenwereld verrast door de exorbitante aankopen van bouwondernemer Adrie Gordijn.

Gordijn (54) investeerde ongeveer vijf miljoen gulden in Leonardo da Vinci en de hengsten Donner Schwee, Celano en Weyden. Stuk voor stuk topwedstrijdpaarden, bestemd voor zijn dressuur rijdende dochter Gonnelien, schoonzoon Sven Rothenberger en voor springruiter Rob Ehrens. Met de aankopen zijn bedragen gemoeid waarover velen zich verbaasden. “Mijn stal draait kostendekkend”, zegt Gordijn echter zelfverzekerd.

Toen Gordijn in 1984 dressuur- en springstal De IJzeren Man opende, wilde hij er zes jaar voor uittrekken om kostendekkend te kunnen opereren. Hij had er een paar jaar meer voor nodig, maar nu is hem dat volgens eigen zeggen toch gelukt. Tophengsten vormen de enige rendabele basis voor een wedstrijdstal, legt hij uit. Zijn pas verworven hengst Celano verrichtte vorig jaar 170 dekkingen (à 2.000 gulden), zijn hengst Haarlem verdiende in drie jaar met 721 dekkingen ruim een miljoen gulden. “Als het bij Weyden uitsluitend om een dressuurpaard en niet om een hengst was gegaan, had ik dat paard niet gekocht”, zegt Gordijn. “Hij komt zeker niet voor minder dan 3.000 gulden ter dekking. Bovendien kunnen mijn dochter en schoonzoon nu beiden over twee dressuurpaarden beschikken die meer dan zeventig procent kunnen scoren in de Grand Prix. Dat geeft hen een ideale uitgangspositie voor een plaats in het Nederlandse dressuurteam.”

Het opzetten van een florerende hengstenhouderij is maar één onderdeel van Gordijns bedrijfsfilosofie. Een tweede aspect is het investeren in volledig afgerichte paarden voor de topsport. “Door schade en schande ben ik van een leek een paardenman geworden. Ik heb moeten leren dat aankoopbedragen van meer dan een miljoen wel hoog lijken voor een kant-en-klaar afgericht paard. Maar het is altijd nog goedkoper dan ze zelf af te richten. Reken maar eens uit wat de kans is om zelf een wereldtopper te fokken, of als jong paard te vinden. Hoe groot moet je populatie dan wel niet zijn! Echt, je kunt ze goedkoper kopen en met meer kans op succes.”

Gordijn heeft echter ook miskopen gedaan. Het springpaard Wunderknabe, het dressuurpaard Van Didor, zij maakten hun verwachtingen niet waar. “Dan moet je ook niet emotioneel zijn en die paarden snel verkopen. Dat hoort bij een zakelijk geleide stal”, zegt Gordijn.

Enigszins daarmee in tegenspraak is dat Gordijn wel hecht aan een band met zijn paarden. Een paard dat niet nieuwsgierig kijkt zodra zijn voetstap nadert in de stal, maar dat zich van hem afdraait, dat blijft nooit lang. “Ik heb na een hartaanval in november 1989 mijn leven behoorlijk veranderd. Bij de paarden en mijn gezin met vier dochters en inmiddels drie kleinkinderen heb ik de ontspanning en rust gevonden waar ik wegens zakelijke beslommeringen nooit eerder ruimte voor vond.”

Inmiddels kent Gordijn van al zijn 108 paarden de afstamming uit het hoofd. Elke zondagmorgen staat hij vroeg op om zijn jonge paarden in het Limburgse Hunsel zelf te voeren en te beoordelen hoe zij zich ontwikkelen. Als belangrijkste karaktereigenschappen van zichzelf noemt hij rechtlijnigheid, perfectionisme, maar ook idealisme. Twee jaar geleden verkocht hij zijn tien bouwbedrijven en een vastgoedmaatschappij. Zakelijk heeft hij niets meer te wensen over. Zijn belangrijkste ambitie ligt nu op het sportieve vlak: een aandeel hebben in het goud dat het Nederlandse dressuurteam in Atlanta kan gaan winnen.

“Die kans ligt er naar mijn smaak als nooit tevoren. Van Duitsland winnen in de dressuur, dat kunnen er maar heel weinig en ik zou nu dat superieure wij-gevoel van de Duitsers wel eens een knauw willen geven.” Overigens zal groot-investeerder Gordijn dat historische moment dan thuis voor de beeldbuis beleven. “Het is mij in Atlanta te warm. Mijn vrouw en ik passen op de kleinkinderen, hebben we afgesproken.”

    • Claartje van Andel