Classic Wheels, gedegen journalistiek over auto's

De televisiekijker die een doorsnee gezinsautootje zoekt kan goed terecht bij de doorsnee autoprogramma's zoals die sinds het bestaan van televisie worden getoond. Traditie-getrouw maakt het getoonde model een rondje langs een molen of een plas, waarna de kofferbak open gaat om te tonen hoe zeer die mee of tegen valt. Vervolgens laat de presentator de instap zien en gunt hij de kijker een blik op het dashboard. Het alles liefst niet al te kritisch, want daar heeft de importeur het exemplaar niet voor ter beschikking gesteld.

Het zijn geoliede autoprogramma's die rieken naar STER-reclame en het is niet voor niets dat de naar commercie neigende zenders hier het octrooi op lijken te hebben. Wie deze programma's apprecieert houdt noch van auto's, noch van televisie.

Hoe anders is dat met Classic Wheels, dat met grote regelmaat is te zien op Discovery Channel. Een programma van Amerikaanse makelij, dat aan gene zijde van de oceaan onder de titel Automobiles wordt uitgezonden. Per aflevering, die steeds rond drie kwartier duurt worden de hoogtepunten uit de automobiel-geschiedenis onder de loep genomen. Gisteravond was het legendarische merk Cadillac aan de beurt. Voor wie het heeft gemist is er niks aan de hand. Om de zoveel tijd worden de documentaires herhaald.

Het aardige van Classic Wheels zit 'm in de diepgravendheid. De kijker kan zich op grond daarvan een idee vormen van de geschiedenis van de auto en daarin een verklaring vinden voor de vraag waarom het hedendaagse wagenpark er uit ziet, zoals het er uit ziet. Hoewel Amerikaans, beperken de makers zich bepaald niet tot de industrie rond Detroit. Voor een programma rond Alfa Romeo komen ze naar Europa en praten met iedereen die iets zinnigs te melden heeft over dat merk. Dat geldt evenzeer voor Citroen, Ferrari, maar ook het Japanse merk Honda. De aanpak is van een degelijk, duidelijk onafhankelijk journalistiek niveau.

Neem een aflevering als die over Chevrolet. Hoewel het feitelijke startpunt ligt bij de revolutionaire Bel Air van de jaren vijftig, begint het programma bij de vredesondertekening na de Tweede Wereldoorlog. Dat is ook logisch, want de opkomst, of liever de voortzetting van de Amerikaanse auto-industrie na de gedwongen produktie van militair materieel valt niet te begrijpen als niet duidelijk wordt hoe de economie en daarmee de koopkracht van het grote publiek zich in die na-oorlogse jaren ontwikkelde. De consument had een honger naar alles wat nieuw was en hij had iets te besteden. Iedereen wilde een nieuwe auto. General Motors, dat het merk Chevrolet op de markt bracht had te maken met Ford en Chrysler als gigantische concurrenten. In die context toont Classic Wheels een macht aan historische beelden en worden terzake doende feiten en cijfers gegeven, afgewisseld met verrukkelijke flitsen uit races.

Die diepgravendheid is kenmerkend voor het programma. Ook een aflevering over een van de mooiste sportwagens uit de geschiedenis, de Jaguar E-type, begint in 1922 toen grondlegger William Lion met een kompaan met zijspannen voor motoren begon. Het bedrijf zou later SS-cars gaan heten en maakte sportwagens die ministens zo goed, maar veel goedkoper waren dan exotische concurrenten.

Dat de naam SS-cars in de loop van de jaren dertig niet langer houdbaar was spreekt voor zich. Hoe uiteindelijk de E-type werd ontwikkeld uit bestaande modellen lijkt een soepele evolutie, die fantastisch in beeld wordt gebracht.

De kijker hoeft geen autoliefhebber te zijn om van dit programma te houden, hoewel het wel wenselijk is. De makers zouden met eenzelfde gedegenheid de fascinerende geschiedenis van de wasmachine in beeld kunnen brengen.