Chirurg voor rechter wegens euthanasie

DEN HAAG, 30 JAN. De Alkmaarse chirurg A. Smook moet morgen voor de rechtbank in Alkmaar verschijnen wegens het plegen van euthanasie op een 85-jarige vrouw in 1993. Eerder zagen onderzoeksrechters onvoldoende gronden om de 57-jarige specialist te vervolgen. De officier van justitie in Alkmaar heeft van het college van procureurs-generaal, de top van het OM, opdracht gekregen de strafzaak door te zetten. Dat heeft de raadsman van de chirurg, E. Sutorius, bekendgemaakt.

Op 21 april 1993 diende de arts de bejaarde vrouw op haar uitdrukkelijke verzoek een dodelijke dosis medicijnen toe. Het openbaar ministerie, dat de specialist doodslag ten laste legt, twijfelt aan het 'uitzichtloos lijden' van de patiënt, aldus de Alkmaarse persofficier Groos. “Meer wil ik er nu niet over zeggen.” Het uitzichtloos lijden van de patiënt is een van de criteria waaraan moet zijn voldaan wil de arts vrijuit kunnen gaan bij het plegen van euthanasie.

Al in 1994 achtte de rechter-commissaris de zaak onvoldoende om een gerechtelijk vooronderzoek te openen. Diens beslissing viel kort nadat de Hoge Raad een uitspraak had gedaan in de zaak-Chabot. Daarmee verviel het tot dan toe impliciet aangehouden criterium dat een patiënt in de stervensfase moet verkeren. Het openbaar ministerie ging tegen de weigering van de rechter-commissaris in beroep, maar kwam ook bij de raadkamer van de rechtbank niet verder. Daarna volgde een rechtstreekse opdracht tot vervolging van het college van procureurs-generaal. De chirurg heeft zich volgens Sutorius gehouden aan de richtlijnen voor euthanasie. Hij raadpleegde twee andere artsen en meldde de zaak zelf aan bij justitie.