CBS: '95 zeer goed jaar arbeidsmarkt

DEN HAAG, 30 JAN. De groei van het aantal banen in Nederland lag in 1995 ruim boven de 100.000. Daarmee is er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sprake van een “verrassend krachtig herstel van de arbeidsmarkt”.

Het CBS maakte vanochtend de uitkomsten bekend van de jaarlijkse enquête naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Niet alleen groeide het aantal banen vorig jaar, maar ook daalde de werkloosheid. De banengroei overtrof dus de groei van de beroepsbevolking.

Het CBS komt over 1995 zelfs op een groei van de werkgelegenheid van 154.000, terwijl er in 1994 nog een daling van 5.000 banen werd gemeten. Maar het vermoedt dat deze cijfers, gebaseerd op een steekproef, aan de onnauwkeurige kant zijn. Een groei van ruim boven de 100.000 is hoe dan ook verrassend, vindt het CBS, na de recessie in de jaren 1992-1994. De stijging is vergelijkbaar met de periode van hoogconjunctuur aan het begin van de jaren negentig. De werkloosheid daalde vorig jaar van 8,5 naar 8,1 procent en kwam met 538.000 werklozen 9.000 lager uit dan in 1994. De werkloosheid heeft bij de jongste recessie uiteindelijk niet het hoge niveau gehaald van de piek uit de jaren tachtig (ruim 10 procent).

Het CBS signaleert dat een aantal trends op de arbeidsmarkt vorig jaar is voortgezet. Zoals de groei van het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie (uitzendkrachten, oproepkrachten en dergelijke). Dit aantal kwam in 1995 met 480.000 werknemers 56.000 hoger uit dan een jaar daarvoor en 80.000 hoger dan in 1993. Bijna 9 procent van het aantal werknemers heeft nu zo'n flexibele arbeidsrelatie, tegen 7,6 procent in 1992.

Een andere trend is de stijging van het aantal vrouwen met een betaalde baan. De participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt steeg vorig jaar naar bijna 49 procent. In 1971 behoorde maar 30 procent van de vrouwen tot de werkzame beroepsbevolking. Bij de mannen lag dit percentage in 1995 op 76, tegen 85 procent in 1971.

Allochtonen en laag-opgeleiden hebben vorig jaar nauwelijks geprofiteerd van de groeiende werkgelegenheid. Van de allochtone beroepsbevolking was in 1995 20 procent werkloos, drie keer zo hoog als onder autochtonen. Onder de laag-opgeleiden, die alleen de basisschool hebben voltooid, lag het werkloosheidspercentage op 16. Het laagst is de werkloosheid onder degenen die een HBO-opleiding achter de rug hebben: iets minder dan 6 procent.