Bond Europese dienstplichtigen moet een nieuwe gastheer zoeken

UTRECHT, 30 JAN. Het afschaffen van de opkomstplicht maakt een onverwacht slachtoffer: ECCO, de Europese Raad van Organisaties voor Dienstplichtigen. Nu dienstplichtigen niet langer de barakken zullen bevolken, vertrekt de gastheer van ECCO, de Vereniging Van Dienstplichtige Militairen (VVDM), aan het einde van dit jaar uit de Kromhoutkazerne in Utrecht.

ECCO is op zoek naar een andere locatie in Europa. Behalve de kantoorruimte raakt de raad ook zijn drie Nederlandse bestuurders kwijt: de voorzitter, de secretaris en de voorlichter. “ECCO lobbyt”, zegt secretaris M. Hulst (28), “voor de belangen van dienstplichtigen bij de Europese Unie, de Raad van Europa, maar ook bij nationale overheden”. Volgens voorzitter G. Algra (29) van ECCO “ondersteunt onze club organisaties die nog niet zo'n sterke positie hebben als de VVDM”.

De raad werd in 1979 opgericht op initiatief van bonden van dienstplichtigen in Denemarken en Zweden om ervaringen uit te wisselen. Dertien jaar later besloten de deelnemende belangengroepen om van het losse verband een overkoepelende raad te maken. Het zwaartepunt in het werk van ECCO ligt vooral in landen in Zuid- en Oost-Europa, waar de rechten van dienstplichtigen niet of nauwelijks zijn beschermd. Zo ondersteunt ECCO in Spanje een organisatie van 'bezorgde burgers'. Zij behartigen de belangen van dienstplichtigen, omdat die dat zelf niet mogen doen. Deze club probeert intimidaties en mishandelingen die in het Spaanse leger veelvuldig zouden voorkomen, aan de orde te stellen.

Secretaris Hulst: “De mentaliteit in het Spaanse leger is sinds de dictatuur van Franco niet wezenlijk veranderd. De mannen die nu generaal zijn, waren onder Franco al officier. Zij hechten erg aan machismo in het leger. Daar hoort een pak slaag bij, om de discipline op peil te houden.” De Spaanse organisatie krijgt bij haar pogingen meestal nul op het rekest. “Politici in Spanje, maar ook in Portugal en Griekenland, willen hun handen niet branden aan de krijgsmacht”, vervolgt Hulst. ECCO probeert daarom 'uitwassen' in die legers onder de aandacht te brengen van Europarlementariërs.

Zowel de Raad van Europa als de Europese Unie geeft ECCO financiële ondersteuning, onder meer voor studiebijeenkomsten. Dienstplichtigen, hoger militair kader en bestuurders leren daar bijvoorbeeld hoe ze de rechtspositie van dienstplichtigen kunnen verbeteren. Een groot deel van het werk van ECCO is gericht op Oost-Europa. “Daar ligt terrein braak”, zegt Hulst. “De regels zijn nieuw en daarmee onduidelijk. Niemand in de krijgsmachten van het voormalige Warschaupact weet wat wel en niet mag. In dat schemergebied kun je organisaties opzetten.” De Tsjechische vereniging speelt daarbij een grote rol als initiator en bemiddelaar.

Voorzitter Algra van ECCO: “We proberen het hogere kader in Oost-Europa duidelijk te maken dat een vereniging voor dienstplichtigen ook voor hen voordelig kan zijn. Als er een orgaan bestaat dat de onrust onder dienstplichtigen kanaliseert, sta je als officier minder snel voor verrassingen. Russische officieren keken er in het begin van de oorlog in Tsjetsjenië vreemd van op dat veel van hun eigen dienstplichtigen niet kwamen opdagen. Ze waren gewoon ondergedoken bij familie.”

“Daarnaast proberen we uit te leggen”, vult Hulst aan, “dat de rechten die in een democratische grondwet zijn vastgelegd, ook gelden voor dienstplichtigen. Ik vroeg een majoor in Wit-Rusland of dienstplichtigen zich in zijn land mogen verenigen. Zijn antwoord was helder: 'Recht op vereniging? Ja hoor, ze mogen met z'n allen gaan vissen'.”

Na bemiddeling en training door ECCO werden de laatste jaren organisaties opgericht in Slowakije, Hongarije en Slovenië. Recent nog zag een belangengroep in Georgië het leven. Algra was daar enkele weken geleden op bezoek. “Het ontbreekt in het Georgische leger aan goede huisvesting, aan goed schoeisel, eigenlijk aan alles. En er is nauwelijks sprake van organisatie. De militaire politie vraagt studenten bij de bushalte naar hun paspoort en als daar geen aantekening in staat dat ze al gediend hebben, dan moeten ze direct mee. Hun ouders weten van niets. Die bellen ongerust naar de kazernes in de omgeving en krijgen daar te horen dat hun zoon zich daar bevindt. Een bond van dienstplichtigen kan de militaire top er toe brengen even de familie te informeren.”

Nu ECCO uit Utrecht verdwijnt, menen de drie Nederlandse bestuurders te moeten terugtreden. “Het is niet echt geloofwaardig”, zegt Algra, “om als Nederlander over problemen van dienstplichtigen elders in Europa te onderhandelen, terwijl er in ons land geen dienstplicht meer is.” Spanje en Tsjechië hebben zich kandidaat gesteld als gastheer voor ECCO.

    • Aernout Zevenbergen