Woorden gevangen in schilderingen

Voorstelling: Stil, de Trommelaar naar Moeder Courage van Bertolt Brecht door Huis aan de Amstel. Tekst: Roel Adam; decor: Thomas Coltof; spelers: Julia Henneman, Herman van Baar en Thomas Coltof; regie: Liesbeth Coltof. Gezien 28/1 Jeugdtheater De Krakeling, Amsterdam. Te zien 31/1 aldaar. Tournee t/m 31/3.

Hebben kleuters al het verlangen ergens thuis te willen zijn of beschouwen ze de plaats waar ze wonen hoe dan ook als hun oprechte thuis? Beschikt een kind van vier, vijf jaar over de drang naar een andere omgeving dan waarin het opgroeit, ook als oorlogsgeweld het bijna vanzelfsprekende decor is? Het zijn vragen die regisseur Liesbeth Coltof oproept in haar bewerking van Brechts anti-oorlogsstuk Moeder Courage voor het jeugdtheater Huis aan de Amstel. Wezenlijke vragen ook, want uiteindelijk stuurt Liesbeth Coltof aan op een cruciaal moment dat in elk kinderleven voorkomt: dat je niet bij je moeder wilt eten maar bij de moeder van vriend of vriendinnetje. Er is het inzicht gekomen dat er niet alleen een hier en nu bestaat, maar ook een elders, een wereld van ginds.

Over die droomwereld gaat Coltofs bewerking, naar tekst van Roel Adam. Met enkele ingrepen is van Moeder Courage een heel ander drama gemaakt. Katrien, de stomme dochter van de geldzuchtige marketentster Courage, is geheel weggeschreven en vervangen door een jonge jongen. Hij heet Stil, met als bijnaam 'de Trommelaar'. Maar in de jeugdvoorstelling trommelt hij niet. Dat doet Katrien aan het slot van de oorspronkelijke uitvoering wel; op het hoogtepunt roffelt zij 's nachts een dorp wakker dat platgebrand dreigt te worden. Met haar daad van verzet geeft zij uiting aan een diep verlangen: ze wil een man en een huis. Dat laatste deelt Stil met haar. Hij wil ook weg van die gruwelijke oorlog en van dat gesjor met die wagen over modderige paden, en een dak boven zijn hoofd, een brandende kachel.

Stil kiest daarmee tegen zijn moeder. Zij heeft zich intussen over een soldaat-met-geld ontfermd, die bang is voor geweld. Hij danst met Courage, maar toch wil ze aan het slot van hem af en haar eigen leven leiden, want waar oorlog is daar is geld. Dan springt Stil van de wagen, hij doorbreekt zijn stomheid en roept dat hij thuis wil blijven. Thuis - dat is het geschilderde huis, dat onderdeel uitmaakt van het toneelbeeld. Het is ook het huis van de soldaat in een zuidelijk bergdorp. Moeder Courage en de soldaat omarmen elkaar. Stil heeft hen in een happy end bij elkaar gebracht.

In dramaturgisch opzicht zie ik zelden een voorstelling die zo compact-volmaakt is en waarvan de lijnen zo gaaf op elkaar aansluiten. Toch geloof ik er niet in dat vijfjarigen zich aan Stil, de Trommelaar zullen hechten. Het niveau van abstractie ligt ondanks alles hoog. Het kind, zo wordt vaak beweerd, kijkt onbevangen en met verwondering. De vraag is: wat is verwondering in deze voorstelling? De voorstelling Heksen bijvoorbeeld van Roald Dahl, dat was een zoete inval van het onverwachte. Maar Liesbeth Coltof heeft zich niet kunnen ontworstelen aan Brechts massieve, belerende theateropvatting. Stil, de Trommelaar is niet speels, het ademt geen fantasie, het is net een stevig dichtgetimmerde speculaastrommel. Misschien ligt dat ook aan de rolopvatting van Courage (Julia Henneman) en de soldaat (Herman van Baar). Zij zitten onwrikbaar in hun karakters vergrendeld.

Niettemin blijft de manier waarop Thomas Coltof acteert én schildert onvergetelijk. Omdat hij niet spreken kan, schildert hij in bijna expressionistische stijl zijn gedachten en dromen op de houten, vervallen kast die het toneelbeeld vormt. Zoals hij de dreigende hand van een vijandelijke soldaat in enkele zwarte lijnen neerzet, perspectivisch vertekend, dat is puur Max Beckmann. Ook zijn weergave van het droomhuis is prachtig; hij schildert een kamer, waarvan het uitzicht het bergdorp is dat de soldaat in woorden schetste. Zo trekt hij ons, de toeschouwers, langzaam maar zeker binnen in zijn fantasiewereld die uiteindelijk werkelijkheid wordt.

Het is moeilijk de gedachtenwereld en het associatievermogen van een kind te peilen; misschien kunnen volwassenen dat wel nooit, hoe hardnekkig ze het ook proberen. In elk geval zijn deze in geschilderde beelden gevangen woorden van Stil de mooist denkbare vormgeving. Elk kind tekent, en misschien hoopt elk kind in stilte dat die tekening de waarheid is. Net zoals Stil zijn gedroomde schildering van een huis uiteindelijk kan binnengaan.

    • Kester Freriks