'Wij zijn geen boefjes, hooguit killers'

Pie: “Het was hooguit een kwartier voor de EK-finale op de 4x100 vrij. Op een terrein naast het zwembad liepen we ons voor te bereiden. Er stond ook een perstent en uit nieuwsgierigheid stak ik even m'n hoofd naar binnen. Niemand te bekennen, maar op een stoel zag ik een portemonnee liggen. Ik pakte hem op om 'm aan de jongens te laten zien. Ik wist gewoon niet wat ik er mee moest.”

Tim: “Hoeveel zit er in, vroegen wij. Had-ie niet eens naar gekeken. Wij wel kijken natuurlijk. Het was vreselijk veel geld, allemaal dollars. Misschien wel tweeduizend.”

Mark: “Daar kunnen we na de finale een leuk feestje van bouwen, zei ik.”

Pieter: “Plotseling waren we meer met die portemonnee bezig dan met de finale. We wisten gewoon niet wat te doen. Aan de ene kant je geweten, aan de andere kant al dat geld! We besloten 'm bij ons te houden tot na de finale en dan verder te kijken.”

Pie: “Maar mij zat het toch niet lekker. De finale was nog maar een minuut of vijf verwijderd en opeens dacht ik dat het ongeluk zou brengen als we 'm bij ons hielden. Dat zei ik ook.”

Tim: “Nou, toen had hij ons ook aan het twijfelen. Al snel waren we het erover eens dat we die portemonnee kwijt moesten om goed te kunnen presteren. Vreemd, want normaal zijn we nooit bijgelovig.”

Mark: “Dus leverden we 'm in; vindersloon hebben we nooit ontvangen.”

Pieter: “In een nieuw Nederlands record plaatsten we ons echter wel voor de Spelen. Heus, wij zijn geen boefjes. Hooguit killers. In het water dan.”

    • Paul de Lange