Weggooien van bloed gezien als onethisch

Israelische bloedbanken namen bloed af van Ethiopische joden en spoelden het zonder hun iets te zeggen door de gootsteen wegens het vergrote risico van aids.

Ethiopië wordt ook door de Nederlandse bloedbanken als risicogebied voor aids beschouwd. De besmetting met HIV is er 5 à 6 per 100 mensen, in Nederland ongeveer 6 tot 10 per 100.000. Nederlandse bloedbanken beschouwen het weggooien van bloed echter als onethisch. De bloedbanken weigeren bloed van mensen die door het geven van bloed hun eigen of andermans gezondheid in gevaar brengen. Ethiopiërs of mensen die in Ethiopië zijn geweest of seksueel contact hebben gehad met Ethiopiërs wordt in Nederland gevraagd een jaar geen bloed te geven.

De Nederlandse bloedbanken onderscheiden verder als risicogroepen: homoseksuelen, drugsspuiters, mensen die besmet zijn met HIV of hepatitis B of C, partners van hemofiliepatienten, van HIV-seropositieven, van drugsspuiters en van mannen met homoseksuele contacten. Zij worden altijd als donor geweigerd. Mensen die incidenteel een riskant seksueel contact hebben gehad, bijvoorbeeld met prostituées of met mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara en uit gebieden in Midden- en Zuid-Amerika en in Zuidoost-Azië, wordt gevraagd een jaar geen bloed te geven.

In Nederland wordt iedere bloedgift getest op twee HIV-virussen, op HTLV1 (een leukemievirus), op syfilus en op hepatitis B en C. Ondanks deze tests worden risicodonoren buiten de deur gehouden omdat de tests de eerste maanden na een nieuwe besmetting onbetrouwbaar zijn. Het risico van besmetting beperken de bloedbanken verder door het plasma (de bloedvloeistof) te verhitten, waardoor de bekende virussen hun activiteit verliezen. Rode bloedcellen en bloedplaatjes kunnen echter niet tegen verhitten, dus bij een bloedtransfusie waarbij ook plaatjes en rode cellen worden gegeven, zijn donorselectie en de testbatterij de enige veiligheidsgarantie.