Wat een hoogleraarsdochter kan, kan ik ook

M. Wildeboer-Jager, de rectrix van het hoofdstedelijke Barlaeus Gymnasium dat zijn honderdtienjarig bestaan viert, wil haar school opengooien. Want als dit gymnasium een blank instituut blijft in een multiculturele samenleving, “wordt het een conservatief bolwerk”

Omdat haar ouders middenstanders waren, mocht ze van de hoofdmeester in de stad Groningen niet naar het categoriale gymnasium. Van de ruim vijftig leerlingen in haar klas ging alleen een hoogleraarsdochter naar het Praedinius Gymnasium, de rest werd verwezen naar scholen die pasten bij het milieu waar ze uitkwamen.

Het middenstandskind kwam op het lyceum terecht. Maar inmiddels zit Mieke Wildeboer-Jager (52) toch op een categoriaal gymnasium: het jubilerende Barlaeus in Amsterdam, waarvan ze sinds 1991 rectrix is. Ze volgde de omstreden Charlotte de Vries Lentsch op, die door de gemeente Amsterdam met een beroep op het voorkeursbeleid voor vrouwen, tegen de zin van de school tot rectrix benoemd was en door een groep leraren werd weggepest. Het hooglopende conflict liep erop uit dat De Vries Lentsch met buitengewoon verlof werd gestuurd, terwijl enige docenten wegens hun rol in de affaire ternauwernood aan disciplinaire maatregelen ontsnapten. Het was een pijnlijke episode, totdat - na een korte tijd met een interim-rector - als uitkomst van een zware sollicitatieprocedure Wildeboer aantrad als schoolleidster.

De struise classica uit Stadskanaal moest haar hele leven overhoop gooien om in Amsterdam rust in de tent te brengen. Dat laatste lijkt haar gelukt te zijn. Want hoewel de affaire-De Vries Lentsch nog steeds door het oude schoolgebouw spookt - het conflict heeft diepe wonden geslagen die nog niet zijn geheeld - is het Barlaeus sinds de komst van de nieuwe rectrix niet meer in het nieuws geweest. Of het moest in positieve zin zijn, zoals afgelopen week, toen de school met een ietwat verlaat lustrum haar honderdtiende verjaardag vierde. Gisteren sloot Wildeboer de jaarlijkse serie muziektheaterprodukties van haar school af met één van haar door de leerlingen gevreesde lange redevoeringen, waarin zij niet zonder trots de kwaliteit van de school en de inzet van docenten en leerlingen roemde.

Op initiatief van de rectrix stond het lustrum in het teken van acculturatie en migratie, één van haar stokpaardjes. Ze wil de school “opengooien” voor talentvolle kinderen uit allochtone en sociaal zwakke milieus. “Als het gymnasium een blank instituut blijft in een multiculturele samenleving, wordt het een conservatief bolwerk en verliest het zijn functie”, is haar mening. Jammer genoeg moest oud-Barlaeaan Frits Bolkestein op het laatste moment zijn deelname aan het lustrum-debat over de toekomst van het gymnasium afzeggen: het had een aardig duel kunnen opleveren.

Met haar Groningse tongval en haar nuchtere striktheid (“waar ik me zo aan erger hier, is dat te laat komen”) is de rectrix in Amsterdam zelf een soort migrant en zo wordt er op school ook tegen haar aangekeken. “Ze komt van heel ver, echt uit een ander werelddeel”, zegt een docent. Ook de leerlingen, voor wie iedere niet-Amsterdammer per definitie een 'boer' is, moesten aan haar wennen. Behalve de officiële schoolkrant Suum Cuique (ieder het zijne) verscheen sinds haar aantreden twee keer het underground blaadje De Woeste Agrariër, een titel die niet alleen verwijst naar Wildeboers naam, maar ook naar haar optreden. Met ferme tred marcheert ze door de school, ze maant kinderen hun rommel op te ruimen en schroomt niet om op schoolfeesten leerlingen te sommeren hun stickie uit te maken. Het lijkt alsof ze zich door niets en niemand laat intimideren, maar dat is schijn zegt een collega-classicus: “Ze is fundamenteel onzeker, als vrouw en als classica. Dat compenseert ze door een monarchale invulling aan het rectoraat te geven.”

Wildeboer vindt zelf dat ze een autoritair karakter heeft. “Ik vind het niet prettig als de dingen niet precies zo lopen als ik wil, dat geef ik eerlijk toe. Ook noemt ze zichzelf “een Streber”. Als kind ging ze niet naar de HBS, zoals haar was aangezegd, maar naar de gymnasiumafdeling van het lyceum, omdat ze dacht: “wat die hoogleraarsdochter kan, dat kan ik ook”. Vervolgens koos ze klassieke talen omdat dit “de moeilijkste studie” was. Nog bepalender voor haar ontwikkeling vindt ze haar afkomst. Haar ouders hadden een textielzaak (dameskleding, kousen, sokken, ondergoed, enz.) en samen met haar zusje moest ze al vroeg meehelpen in de winkel. “Vanuit het niets hebben wij door heel hard werken de zaak met elkaar opgebouwd. Die betrokkenheid heeft een erg belangrijke invloed op mijn leven gehad. Het betekent dat je verantwoordelijk bent voor iets, dat je je ergens voor in moet zetten.” Behalve zakelijk en verantwoordelijk noemt ze zichzelf een idealiste. Van huis uit sociaaldemocratisch, liet ze zich op haar twintigste dopen in de Hervormde kerk.

“Je hebt een kracht van buitenaf nodig, een soort drijfveer, waardoor je het allemaal op kunt brengen. In het christendom sprak het idealisme mij aan dat je dingen met elkaar moet delen. In die zin lijkt het ook een beetje op het communisme.”

Ze begon haar onderwijscarriere op 23-jarige leeftijd, na haar candidaatsexamen. Samen met haar verloofde, die ook klassieke talen in Groningen studeerde, nam ze een aantal lesuren aan op een school in Stadskanaal. Ze dachten er een jaartje te blijven, maar het werden er 28. Tijdens haar onderwijsloopbaan ontmoette Wildeboer de nodige hindernissen. Na haar huwelijk moest zij, omdat haar man officieel kostwinner werd, haar lesuren inleveren - zo werkte dat toen nog. Bovendien kreeg ze een kind terwijl ze nog aan het afstuderen was. Er volgden er nog drie. Toen de jongste een half jaar was hield ze het thuis niet meer uit. “Ik vond niet-lesgeven vreselijk, ik ben een echt onderwijsmens.”

In 1976 - ze was toen 33 jaar - werd ze gered door een baantje van vijf uur op het Katholiek Drents College in Emmen, 30 kilometer van huis. Na verloop van tijd kon ze op de Christelijke Scholen Gemeenschap, eveneens in Emmen, een serieuze aanstelling krijgen. Haar moeder nam de zorg voor de kinderen op zich.

In Emmen zette Wildeboer een afdeling leerlingbegeleiding op, zij ging behalve Latijn ook informatica doceren en kreeg van de rector, die er aanvankelijk tegen was, voor elkaar dat ze een cursus Vrouw & Management kon volgen. Zodoende stond ze ingeschreven bij een databank die profielen opstelt van potentiële managers, toen het Barlaeus om een rector verlegen zat. De voorkeur ging uit naar een vrouw, een classicus en een bestuurder, liefst alle drie tegelijk. De functie leek haar op het lijf geschreven.

Na enige aarzeling (“Ik zat goed in het noorden en ik had geen affiniteit met Amsterdam”) besloot ze de sprong te wagen. Het leken haar wel aardige mensen op dat lastige Barlaeus en bovendien deed Amsterdam haar aan de stad Groningen denken. “Dezelfde openheid en directheid in de omgang met elkaar.” Dat had ze gemist in Stadskanaal. “Als uw rectorskamer door opstandige leerlingen wordt gebarricadeerd met u erin, welke zaken zou u daar het liefst willen hebben?”, vroeg de schoolkrantredactie bij haar aantreden. “Mijn viool, boeken: het liefst alle tragedies, Homerus en ... ja, mijn man en mijn kinderen”, luidde het antwoord. In die tijd woonde ze door de week in haar eentje in Amsterdam en tijdens de weekends thuis in Stadskanaal. Na twee jaar kwamen man en kinderen ook in Amsterdam wonen en merkte ze hoe moeilijk het was de taak van moeder/partner te combineren met haar baan. Op den duur is die combinatie steeds gemakkelijker geworden, zegt ze. Wel heeft ze nog tijden heimwee naar het noorden gehad. “Dat gaat nu pas over. Als ik tegenwoordig in Stadskanaal kom, denk ik: hier zou ik niet meer kunnen wonen, het is te bekrompen, te klein, te smal.”

Van aanpassingsproblemen lijkt ze nauwelijks last te hebben gehad. Als leerlingen lacherig doen over haar licht-Groningse accent, wijst ze hen gedecideerd terecht. “Ze moeten niet denken dat hun gedrag, hun uitspraak van het Nederlands de norm van alle dingen is.” En dat krantje, De Woeste Agrarier, vindt ze heel geestig. In Stadskanaal noemde ze zichzelf soms voor de grap ook zo, maar dan in het Latijn: Ferustica, wat tevens de naam van het familie-optrekje op Schiermonnikoog is.

Het valt niet mee om de docenten van het Barlaeus aan de praat te krijgen over de rectrix. Één van hen legt uit dat het sinds de De Vries Lentsch-affaire 'nog altijd niet goed zit op het Barlaeus. Een groepje van ongeveer tien mensen dat zich toen “misdragen” heeft, zou ook de huidige rectrix dwarszitten. “Je moet werkelijk Zivilcourage hebben om pro-Mieke te zijn, maar desondanks heeft ze een groeiend aantal fans, vooral onder jonge leraren.” Zelf is deze docent een bewonderaar. “Mieke is sterk, ze is lief, ze drijft conflicten niet op de spits en lost problemen op een kordate manier op.” Zijn enige kritiek is dat ze “te zacht” is en soms ondiplomatiek uit de hoek kan komen. “Ze is geen handige politica.”

Een andere leraar komt tot een precies tegenovergestelde conclusie. “Mieke is mijn soort vrouw niet”, zegt hij. “Ze is niet iemand voor wie de school een warm gevoel krijgt, maar ze doet ongelooflijk goed werk voor de zelfstandigheid van het gymnasium. Ze kan met ambtenaren overweg, ze spreekt hun jargon en ze heeft al heel veel bereikt. En ze heeft het niet makkelijk gehad.” Een lerares die tot het groepje wordt gerekend dat stemming zou maken tegen Wildeboer, wil geen oordeel vellen. Ze is blij dat de school goed loopt, daar laat ze het bij.

De leerlingen van het Barlaeus kennen hun rectrix niet zo goed. Omdat het leiden van de school meer dan een dagtaak is, geeft Wildeboer alleen Latijn aan een groep vierde klasers. “Ze is streng”, zegt een leerlinge. “Je moet heel veel leren, vooral grammatica en ze overhoort iedere les. In het begin waren we bang voor haar. Haar proefwerken zijn heel moeilijk.”

Hoewel ze onder leerlingen niet speciaal populair is (“dat streeft ze ook niet na”, aldus een docent) heeft Wildeboer nog geen echte conflicten gehad. Een relletje over een niet van literaire kwaliteiten ontbloot verhaal in de schoolkrant waarin God het met zijn secretaresse deed, loste ze - ondanks aandrang van een leerkracht om het nummer te verbieden - soepel op. Ze liet de produktie van de krant stopzetten, eiste overleg met de redactie en keurde vervolgens de plaatsing van het stuk goed, mits dat onder naam gebeurde. “Als er bijdragen verschijnen waarin mensen of bevolkingsgroepen worden beledigd, wil ik de schrijver erop kunnen aanspreken.” De schoolkrant reageerde met het verhaal “Lieve Mieke” waarin de rectrix als 'Opper-Hopvrouw' van het Barlaeus werd afgeschilderd.

De Opper-Hopvrouw marcheert intussen lustig verder. Het aantal leerlingen is sinds haar aantreden van 545 naar 650 gestegen en wat meer is: ze heeft het Barlaeus als zelfstandig gymnasium weten te behouden. Anders dan het Vossius-gymnasium zal de school ook in de toekomst niet fuseren met andere schooltypes. Wel komt er een gemeenschappelijk stichting met andere zelfstandige gymnasia in de regio. Daarover kruist ze de degens met Jacques Wallage, PvdA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, die vrijdag tijdens het lustrumdebat op het Barlaeusgymnasium nog eens de zelfstandige gymnasia veroordeelde als strijdig met de democratiseringsgedachte in het onderwijs. “Ik ben niet elitair”, aldus Wildeboer, “maar als het categoriale gymnasium verdwijnt, is het binnen de kortste keren ook afgelopen met de gymnasium-afdelingen op scholengemeenschappen.”

    • Elsbeth Etty