Vacatures moeilijk vervulbaar; Ziekenhuizen leiden te weinig kinderartsen op

UTRECHT, 29 JAN. Nederlandse ziekenhuizen moeten meer kinderartsen opleiden om aan de toekomstige vraag naar kindergeneeskundige hulp te kunnen voldoen.

Dit staat in een onderzoek van het Nivel, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK).

Per jaar zouden 50 tot 65 assistent-artsen aan de opleiding moeten beginnen. Nu nog voltooien jaarlijks 40 tot 45 kinderartsen hun opleiding. Vooral in kleine praktijken in algemene ziekenhuizen zijn vacatures niet of met zeer veel moeite te vervullen, aldus het onderzoek.

Volgens de onderzoekers heeft de groei van medisch kennen en kunnen de mogelijkheden tot onderzoek en behandeling van ziekten de laatste 15 jaar enorm doen toenemen. Ze noemen als voorbeelden de intensieve zorg van pasgeborenen, behandeling van kwaadaardige aandoeningen, transplantaties, klinische genetica, verbeterde behandelingsmethoden van een aantal chronische ziekten, zoals cystic fibrosis, en de toegenomen vraag naar expertise bij psychosociale problemen. Deze problemen vereisen participatie van meerdere subspecialismen. Ook treden volgens het onderzoek nieuwe ziektebeelden op gekoppeld aan migrantenstromen uit de gehele wereld, die weer zullen leiden tot nieuwe subspecialismen.

De onderzoekers wijzen er verder op dat de kinderartsen wellicht steeds meer een eerstelijnsfunctie zullen krijgen, enerzijds doordat volgens het onderzoek in de huisartsenopleiding te weinig aandacht wordt besteed aan kindergeneeskunde om de aan de huisartsen toegedachte positie ten opzichte van zieke kinderen waar te kunnen maken, en anderzijds doordat ouders zich in toenemende mate kritisch en eisend opstellen bij ziekte van hun kinderen. Verder lijkt de rol van de kinderarts in de preventieve gezondheidszorg de laatste jaren groter te worden, aldus het onderzoek, nu de contacten met de jeugdgezondheidszorg aanzienlijk zijn verbeterd omdat men inziet dat de totale zorg voor het kind niet ongestraft kan worden opgesplitst.

De werkdruk van kinderartsen is volgens het onderzoek zeer groot. Een kinderarts werkt gemiddeld 54 uur per week, de avond-, nacht- en weekeinddiensten niet meegerekend. Deze diensten vormen volgens het onderzoek een zware belasting. Een fulltime werkende kinderarts besteedt daaraan gemiddeld 14 uur per week, in een algemeen ziekenhuis zelfs 29 uur. Binnen de beroepsgroep van kinderartsen is het verlangen naar een kortere werkweek groot. Ook willen steeds meer kinderartsen in deeltijd werken, aldus de onderzoekers. Zij verwachten dat over tien jaar veertig procent van de kinderartsen in deeltijd zal werken.

In de jaren tachtig werd de opleidingscapaciteit verlaagd en werd de duur van de opleiding met een jaar verlengd. Om het tekort aan kinderartsen op te vangen, zijn de afgelopen drie jaar al meer assistent-artsen tot de opleiding toegelaten.