THE ECONOMIST

The Economist heeft deze week een tot lezen en bewaren uitnodigend katern over de economie van het oud worden. In het Westen is het al vele jaren aan de gang, maar het tekent zich nu ook af in ontwikkelingslanden: mensen worden ouder, dragen niet meer bij aan het nationaal inkomen, en kunnen door een krimpende groep jongeren steeds moeilijker worden onderhouden.

In 2000 zullen in ontwikkelingslanden 400 miljoen mensen boven de zestig zijn, twee keer zoveel als in de ontwikkelde landen. Die nieuwe combinatie van armoede en ouderdom zal tot de problemen leiden die al van de westerse landen bekend zijn, maar er zijn in Azië en Latijns Amerika veel minder middelen beschikbaar om ze aan te pakken.

Reden te meer, schrijft het blad, om eens goed te kijken naar de manier waarop de landen die de veroudering al langer kennen - de Westerse landen dus - met deze problemen omgaan. Dat valt tegen. Regeringen die in het gunstigste geval elke vier jaar wisselen zijn eigenlijk niet in staat deze lange-termijn trends aan te pakken. De voor de hand liggende oplossing is het vergroten van de groep jonge werkers.

Dat kan door vrouwen ervan te overtuigen dat ze meer kinderen moeten krijgen, en door het bevorderen van immigratie. Beide strategieën zijn niet erg populair. Meer voor de hand ligt het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd, maar zowel de ouderen zelf als de werkgevers voelen daar weinig voor. Het draait dus meestal uit op een combinatie van hogere premies en lagere uitkeringen.